Er hangen tegenwoordig twee jassen aan mijn kapstok. Die van mij, en een veel kleinere daarnaast. Een babyjas met hartjes in maat 62. Soms kijk ik ernaar alsof iemand hem per ongeluk bij mij heeft achtergelaten. Alsof ik nog moet wennen dat zij echt bij mij hoort en ik bij haar.
Ik was een paar maanden weg uit deze krant. In die tussentijd veranderde mijn leven volledig. Niet op een manier die voor anderen zichtbaar is, zeker niet in een periode waarin de wereld voortdurend in brand lijkt te staan. Oorlogen, verkiezingen, crises die elkaar verdringen in het nieuws. Maar ondertussen vond op driehoog, in een appartement waar de verwarming altijd nét te hard tikte, mijn eigen aardverschuiving plaats.
Nhung Dam schrijft weer af en toe een column, maar dat kan de komende tijd onregelmatig zijn.
Tijdens code rood midden januari begonnen de weeën. Buiten besneeuwde boomtoppen. Straten waren uitgestorven. Op sociale media zag je de ene na de andere AH-bezorgbus weggeglipt in de berm. Mijn vriendinnen belden bezorgd op. „Als je vandaag bevalt,” zeiden ze, „komen we niet door de sneeuw heen”. Maar ze kwamen. Vanuit drie uithoeken van het land. Ik wilde niet alleen bevallen.
Naast de roze wolk bestond ook iets anders
Drie dagen en twee nachten duurde het. Bij iedere wee praatte tegen mijn ongeboren kind. We doen het samen, zei ik. Kom maar meisje, ik weet dat jij net zo hard werkt.
En toen kwam ze.
Wat er daarna gebeurde, is te groot en te kwetsbaar om in vijfhonderd woorden te passen. Misschien later. Want naast de roze wolk bestond ook iets anders. Een grijze wolk waar niemand het echt over heeft wanneer ze feliciteren met beschuit en muisjes. Kraamtranen die niet ophielden na de kraamweek. Een verschuiving van identiteit waarvan niemand het er echt over heeft hoe groot die eigenlijk is.
Er wordt vaak bewonderend gesproken over sterke vrouwen die het ‘gewoon doen’ in hun eentje. Alsof alleenstaand moederschap een karaktereigenschap is. Ik merk hoe graag mensen een heldenverhaal willen horen. Ja, ik voel me best een heldin, al heeft de waarheid ook een keerzijde. Soms zat ik urenlang naast haar wieg en dacht ik alleen maar: hoe houden andere mensen dit vol?
En toch gebeurde er iets.
Een onmiskenbare schaterlach
In de maanden waarin ik vergat hoe uitgerust zijn voelde, begon de kleine langzaam terug te lachen naar de wereld. Eerst voorzichtig een glimlach. Was dit een reflex? Daarna een onmiskenbare schaterlach die uit haar kleine, tere lichaam kwam. Giechel, giechel, giechel. Alsof ze ergens een lichtknop vond die ik zelf kwijt was geraakt. Giechel.
Ik geniet van alles van haar, van hoe haar hoofd precies in de kom van mijn hals past. Nu zijn we hier. Zij en ik. Een gezin van twee. Al moet ik nog wennen aan dat woord. Een gezin ziet er in veel hoofden nog steeds uit als een folder van een zorgverzekering. Misschien is een gezin uiteindelijk gewoon: degene die bij jou hoort, met hoeveel je ook bent. Mijn kleine meisje met wie ik dwars door code rood heen ga, regelrecht de zomer in.
Ik geniet van hoe haar hoofd precies in de kom van mijn hals past