'Het AOW-voorstel komt niet verder dan gedachteloos opschuiven van één leeftijd voor iedereen. Alsof de grote ongelijkheid in AOW-jaren niet bestaat'. Foto: ANP
Het aanstaande kabinet is van plan om de leeftijd waarop je AOW ontvangt te verhogen. Zo hoopt de coalitie de vergrijzing en de langere levensverwachting financieel het hoofd te bieden. Prof. Jan Latten vindt het een kortzichtige hervorming.
Voor Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zijn langer levende ouderen vooral een extra AOW-kostenpost. Geld dat ze liever reserveren voor windmolens, bommen en granaten. Door de AOW-leeftijd sneller te verhogen, willen ze besparen op die ’kosten’. Het klinkt redelijk dat we langer moeten doorwerken omdat we ouder worden, maar houdt eerst rekening met ongelijke levenskansen.
Denk aan de verschillen in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleiden. Diploma’s zeggen veel over de kans op een lang leven. Wie niet heeft doorgeleerd, leeft na zijn 65e gemiddeld nog net geen 20 jaar — bijna twee jaar korter dan iemand die heeft gestudeerd. Minder opleiding gaat vaak samen met zwaar lichamelijk werk, een lager inkomen, meer stress of een slechte gezondheid. Met andere woorden: een grotere kans op een leven vol pech.
De echte diplomakloof
Opleiding en sekse gecombineerd toont pas echt hoe oneerlijk de diplomakloof uitpakt. Een 65-jarige theoretisch geschoolde vrouw kan er van uit gaan gemiddeld nog 22,7 jaren AOW te ontvangen. De ongeschoolde man heeft een beduidend kleinere kans op een langer leven.
Praktisch opgeleide mannen kunnen na hun 65e verjaardag gemiddeld rekenen op nog 17,6 levensjaren - dat scheelt vijf jaar met het gemiddelde voor vrouwelijke artsen, notarissen of anderen uit de bovenlaag. Toch krijgt iedereen op dezelfde leeftijd AOW. De consequentie is ongemakkelijk maar helder: mannen met weinig opleiding betalen de meeste jaren AOW-premie en krijgen daar de minste jaren met een AOW-uitkering voor terug.
En toch komt de nieuwe coalitie met een botte bijl. Het AOW-voorstel komt niet verder dan gedachteloos opschuiven van één leeftijd voor iedereen. Alsof de grote ongelijkheid in AOW-jaren niet bestaat. Van een nieuwe aanpak is pas sprake als de oneerlijkheid van één uniforme AOW-leeftijd wordt aangekaart.
Hoe het anders kan
Het is een misvatting dat het aantal mensen dat kan werken zal afnemen. Wat wel dreigt, is dat de jongste generatie vooral minder wil werken. Deeltijd werken zou daarom gekoppeld kunnen worden aan een latere deeltijd-AOW, te beginnen bij jongere generaties, van wie velen bewust kiezen voor drie of vier dagen werken. Wie weinig of geen behoefte heeft om fulltime bij te dragen aan de samenleving, zou van diezelfde samenleving ook geen volledige AOW-uitkering moeten verlangen.
Waarom wordt niet ingezet om miljoenen deeltijders te verleiden een paar uur meer te werken? Als 4,5 miljoen deeltijdwerkenden ieder vier uur extra werken, staat dat gelijk aan de AOW-premies van zo’n 400.000 fulltime werkenden. En stel dat we allemaal iets meer ’aan de slag’ gaan, bijvoorbeeld door twee uur per week extra te werken. Dan komen er meer AOW-premie-inkomsten in kas.
Waarom blijft buiten beeld of het wel redelijk is dat je in Nederland alleen maar hoeft te wonen — zonder ooit gewerkt te hebben — om recht te hebben op een volledige AOW?
En waarom blijft het debat over verschillen tussen mannen en vrouwen zo opvallend stil? Juist dát zou een onderwerp voor een stevig debat zijn.
Verder durven kijken
Een snellere verhoging van de AOW-leeftijd is geen moedige hervorming, maar een gemakzuchtig voorstel. Het schuift de AOW-rekening door naar degenen met de kortste levens en het zwaarste werk, terwijl de ongelijkheid buiten beeld blijft. Wie verantwoordelijkheid wil nemen voor de toekomst van de AOW, durft verder te kijken dan één uniforme leeftijdsgrens.
Die durft het gesprek aan over ons arbeidsethos, over solidariteit, collectiviteit, en ongelijke levenskansen. Zolang dat gesprek door politici wordt vermeden, geeft het AOW-debat blijk van politieke luiheid.
Prof. dr. Jan Latten is emeritus hoogleraar demografie