Gebruiker in een coffeeshop. Foto: Archief/Jilmer Postma
Kor Spoelstra pleit voor waakzaamheid nu de Nederlandse cannabismarkt van een gedoogconstructie verschuift naar een gereguleerd speelveld waarin internationale spelers hun positie innemen. De kernvraag is volgens hem wie uiteindelijk de gezondheidskosten draagt van een toegankelijkere en gecommercialiseerde cannabismarkt.
De geschiedenis van de tabaksindustrie laat pijnlijk zien hoe commerciële belangen de volksgezondheid kunnen ondermijnen. Nu ook de Nederlandse cannabismarkt verandert krijgt die historische les extra relevantie.
Tien Nederlandse gemeenten, waaronder Groningen, nemen deel aan het experiment met de gesloten coffeeshopketen, terwijl grote internationale spelers uit de tabakssector zich inmiddels nadrukkelijk op deze nieuwe markt positioneren.
Wat zich aftekent is meer dan een beleidswijziging: het is de opkomst van een marktlogica rond een product met duidelijke gezondheidsrisico’s.
Geen nieuwe waarschuwing
De waarschuwing om alert te zijn is niet nieuw. Decennialang verkochten tabaksbedrijven een product waarvan intern al lang bekend was dat het verslavend en schadelijk is.
Risico’s werden gebagatelliseerd, twijfel werd actief gezaaid via onderzoek en lobby, en regelgeving werd vertraagd. Winst, niet gezondheid, stond centraal.
Nu de sigaret terrein verliest, verschuift de aandacht naar nieuwe markten zoals nicotinevapes en cannabis.
Regulering is niet waardevrij
Met het wietexperiment probeert Nederland een oude tegenstrijdigheid te repareren: verkoop was gedoogd, maar zowel de productie als aanvoer naar coffeeshops waren niet gereguleerd en verliepen via de illegale achterdeur.
Door de keten te reguleren moeten kwaliteit, THC-gehalten en veiligheid beter worden geborgd, terwijl criminaliteit en illegale handel worden teruggedrongen.
Op papier is dat vooruitgang. Maar regulering is niet waardevrij: zij creëert ook een markt met economische belangen en groeiprikkels. Juist daar wringt de schoen.
Onschuldig ‘product’?
Cannabis wordt steeds vaker gepresenteerd als een onschuldig en risicoloos ‘product’. Het taalgebruik verschuift mee: ‘stoned worden’ wordt een ‘ervaring’, gebruikers worden ‘consumenten’, en cannabis krijgt een lifestyle- of wellnessframing. Harm reduction verandert in harm denial.
Dat is niet slechts semantiek. Taal beïnvloedt risicoperceptie, en normalisering kan het besef van mogelijke schade, vooral bij jongeren, onder druk zetten. Ondertussen nemen THC-sterktes toe en verschijnen er nieuwe vormen zoals THC-vapes, edibles en semi-synthetische cannabinoiden.
Toenemende gezondheidsrisico’s
Een recent rapport van het EU Drugsagentschap (EUDA) benadrukt dat deze ontwikkeling gepaard gaat met toenemende gezondheidsrisico’s. Hoewel veel mensen cannabis gebruiken zonder ernstige schade, is het belangrijk de risico’s niet uit het oog te verliezen.
Schattingen wijzen erop dat ongeveer 1 op de 10 cannabisgebruikers een cannabisverslaving ontwikkelt, met hogere risico’s bij veelvuldig en langdurig gebruik. Daarnaast hangt frequent cannabisgebruik samen met een verhoogd risico op psychotische ontregeling, angst, depressie en concentratie- en geheugenproblemen.
Vooral jongeren die vroeg beginnen, frequent gebruiken, cannabis met een hoog THC-gehalte consumeren en genetisch kwetsbaar zijn, lopen meer risico.
Spanning in het beleid
Bovendien zijn er lichamelijke effecten, zoals ademhalingsproblemen bij roken en het cannabinoïd hyperemesis syndroom, waarbij langdurig en intensief gebruik ernstige misselijkheid en terugkerend braken kan veroorzaken.
Cannabis kan bovendien de rijvaardigheid beïnvloeden en bij jongeren negatieve gevolgen hebben voor schoolprestaties en cognitieve ontwikkeling.
Extra aandacht verdient de combinatie van cannabis en nicotine. In Nederland wordt cannabis vaak vermengd met tabak gerookt, waardoor nicotineverslaving ongemerkt kan ontstaan of in stand blijft. Dat botst met de ambitie van een rookvrije generatie.
Lastige ambitie
Tegen die achtergrond wordt de spanning in het beleid zichtbaar. De overheid streeft ernaar dat in 2040 vrijwel geen jongeren (12–18 jaar) cannabis gebruiken.
Commerciële belangen mogen de koers van volksgezondheid niet gaan bepalen
Dat is een begrijpelijke ambitie vanuit volksgezondheid, maar lastig te verenigen met een beleid dat cannabis via gereguleerde distributie tegelijkertijd normaliseert en toegankelijker maakt. Regulering kan daarmee onbedoeld ook een markt creëren die de logica van preventie onder druk zet.
Maak gezondheid leidend
Als Nederland werkelijk wil leren van de tabaksgeschiedenis, dan moet gezondheid niet slechts een randvoorwaarde zijn binnen beleid, maar het vertrekpunt. Dat betekent dat commerciële belangen de koers van volksgezondheid niet mogen gaan bepalen.
Het debat over cannabis gaat daarmee allang niet meer alleen over cannabislegalisering of criminaliteit. Het gaat over een fundamentelere keuze: kiezen we voor een markt waarin publieke gezondheid leidend is en waarin wordt gestuurd op bescherming van een gezonde generatie, of voor een systeem waarin commerciële logica bepaalt hoe een verslavend product wordt ingebed in de samenleving?
De werkelijke test van het Nederlandse wietexperiment is niet alleen of de illegale ‘achterdeur’ van coffeeshops verdwijnt. De kernvraag is wie uiteindelijk de gezondheidskosten draagt van een toegankelijkere en gecommercialiseerde cannabismarkt.
Kor Spoelstra is psychiater en wetenschappelijk onderzoeker bij VNN