Hans van Koningsbrugge in de Universiteitsbibliotheek in Groningen. Foto: Corne Sparidaens
Ruslanddeskundige prof. dr. Hans van Koningsbrugge houdt vrijdag zijn afscheidscollege. Hij gaat met pensioen. Stoppen doet hij echter niet, net zoals de oorlog in Oekraïne doorgaat. Sinds het begin daarvan praat hij de lezers van deze krant daarover bij. Al 250 afleveringen lang.
Z’n rechtervoet ligt op z’n linkerknie en gaat gedurende het interview de hele tijd op en neer. Is Ruslanddeskundige Hans van Koningsbrugge zo zenuwachtig? „Nee hoor, het wil alleen maar zeggen dat de motor aan staat. Mijn jongste zoon heeft dat ook. Als we met elkaar praten, wrijven we beiden met onze handen continu over onze bovenbenen.”
Hans van Koningsbrugge (66)gaat vrijdag met pensioen, tenminste, op papier. Want hij gaat helemaal niet met pensioen, wil helemaal niet met pensioen. Hij gaat gewoon door. Door met onderzoek doen, met promovendi begeleiden en door met elke dag tientallen bronnen benaderen, op YouTube, op X en telefonisch, over de situatie in Rusland.
Hans van Koningsbrugge. Foto: Corne Sparidaens
De oorlog heeft van hem, in de laatste fase van zijn wetenschappelijke loopbaan, een bekende Nederlander gemaakt. Sinds februari 2022 heeft hij honderden interviews gegeven. Voor kranten, tijdschriften, podcasts, radio en televisie.
Aan de hand van een aantal trefwoorden kijken we terug en vooruit, op zijn loopbaan en uiteraard op de situatie in Rusland.
Nee, noem Hans van Koningsbrugge geen Russofiel, zo dol is hij niet op het land. Het is ook maar toevallig hoe hij, als historicus, Ruslanddeskundige is geworden. Als geschiedenisstudent, geïnteresseerd in de zeventiende eeuw, besloot hij zich te richten op de relatie van Nederland met Zweden in die periode. Voor zijn promotieonderzoek kwam daar Rusland bij. Nederland probeerde z’n handelsbelangen te beschermen tijdens een grote oorlog tussen Zweden en Rusland.
Brabantse jongen in Groningen
Van Koningsbrugge kwam in 1990 als universitair docent naar Groningen. Hij groeide op in het Brabantse Oudenbosch en studeerde in Nijmegen. In Groningen werd hij docent Russische en Scandinavische geschiedenis. Dat was voor hem erg wennen.
„De eerste tijd heb ik het hier heel moeilijk gehad, het was heel lastig om contact te maken. Ik vind mezelf een heel sociaal vaardig persoon, maar het lukte gewoon niet. Tegen mijn moeder had ik gezegd dat ik nog één ding wilde proberen. Als dat ook niet zou lukken zou ik teruggaan naar Nijmegen. Ik gaf een housewarmingparty. Meubels had ik nog niet, maar ik had wel een traiteur geregeld voor het eten. Nou, dat vonden ze heel genereus en toen hoorde ik erbij.”
Talenknobbel
Op het gymnasium moest Van Koningsbrugge kiezen tussen Engels en Frans als eindexamenvak, naast Grieks, Latijn, Duits en Nederlands. Op last van zijn vader werd dat Frans. „Mijn vader zei dat beschaafde mensen Frans spreken en dat ik maar elke avond naar de BBC moest luisteren om Engels te leren. Dat bleek onbewust een excellente keuze. Als historicus raakte ik geïnteresseerd in militaire strategie en diplomatie. Tot 1917 gebeurde alle diplomatieke communicatie in het Frans. Iedereen sprak die taal, zoals nu iedereen Engels spreekt.”
Hans van Koningsbrugge. Foto: Corne Sparidaens
Voor zijn afstuderen leerde hij Zweeds, Spaans en oud-Zweeds (de taal van de 18de eeuw) en later ook Russisch. Duidt dat op een talenknobbel? „Dat valt volgens mij wel mee. Als je Latijn hebt gehad, zijn sommige andere talen echt niet zo moeilijk.”
De eerste indruk
„In 1986 ben ik voor het eerst naar Rusland gegaan. Ik was het hypergeorganiseerde Zweden gewend. Ik landde op het vliegveld van Moskou en rook een ontzettende diesellucht. Ik logeerde in het hotel van de Akademie van Wetenschappen. Ik dacht luxueus te kunnen dineren, maar er was alleen bietensoep, wodka en mineraalwater. Het was heel chaotisch, de tijd van Gorbatsjov.”
Hij is veelvuldig in Rusland geweest, vooral om archiefonderzoek te doen. Van al die Russische archieven over Nederland maakte hij microfilms, zodat hij de teksten in Groningen kon bestuderen. Een heidens karwei. „Er was mij een vrouw toegewezen, Tanja, om mij in de gaten te houden. Ik heb meteen tegen haar gezegd dat het handiger was als ze mij zou helpen. Zij maakte de microfilms, waarvoor ik haar betaalde in westerse valuta. Dat kostte mij een paar honderd gulden in de maand, voor haar was dat een fortuin. ”
Archiefcentrum
In 1999 ontdekte Van Koningsbrugge dat er in Rusland heel veel Nederlandse archieven waren. Rusland wilde die wel teruggeven, op voorwaarde dat er onderzoek naar zou worden gedaan. Met een subsidie van het toenmalige ministerie van OCW richtte hij in Groningen het Nederlands-Russisch archiefcentrum op.
Hans van Koningsbrugge. Foto: Corne Sparidaens
Het Nederland-Ruslandcentrum
Rond 2005 wilde Van Koningsbrugge het archiefcentrum verbreden tot een algemener centrum, inclusief. Steun kreeg hij van de Gasunie. „Het idee was om Rusland meer bij het Westen te betrekken. Dat is niet gelukt, maar dat heeft niet aan ons gelegen. Dat mag je helemaal op het conto van Poetin schrijven.”
Het doel van het centrum is om boeken te publiceren, congressen te organiseren en zelf geld te verdienen. „Dan ben je niet afhankelijk van subsidies, want die houden een keer op.” Het centrum is een BV, met Van Koningsbrugge en de universiteit als aandeelhouder. Dat blijft zo, ook na zijn pensioen als hoogleraar.
„Mijn vrouw Annette noemt mij veelzijdig of een duizendpoot. Ik ben een wetenschapper, een ondernemer en een goede docent. Dat laatste vind ik het belangrijkste, als ik terugkijk op mijn loopbaan. Je treft studenten in de moeilijkste fase van hun leven, want dat is je studietijd, en het mooiste is dat je ze dan zelfvertrouwen kunt geven. Zo draag je bij aan de vorming van iemand.”
Ontmoeting
„Poetin kwam in 2005 naar Nederland. Met mijn vrouw was ik bij het staatsdiner ter ere van hem. Wat ben je klein, dacht ik toen ik hem zag. Het is beslist geen soigneus echtpaar, Poetin en Poetina. Op haar verzoek mocht het niet meer zijn dan tenue de ville.”
Het einde
„In 2014 was de Russische invasie van de Krim. Toen hebben we geaarzeld of we verder moesten gaan met onze contacten met Rusland. Op advies van toenmalig minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans zijn we doorgegaan. Het was goed om in gesprek te blijven, dat was het idee.’’
„Acht jaar later, na de inval van 24 februari 2022, hebben we zelf besloten alle contacten met Rusland te verbreken. We hebben de naam van ons centrum toen veranderd in Gimoes (het Groninger Insituut voor Midden- en Oost-Europese Studies) en onze aandacht verlegd naar de Balkan, Midden-Europa..'’
„Ik kan niet meer naar Rusland. Sinds januari 2020 ben ik er niet meer geweest. Ik heb zoveel onaardige dingen over Poetin en Rusland gezegd, de universiteit verbiedt het me te gaan, mijn gezin wil het niet en ik zelf ook niet. Ik zou een politieke pion worden. Ik onderhoud nog wel contact met Russen. Ze vragen me heel vaak ‘hoelang duurt het nog?’. Dan zeg ik dat het nog lang niet klaar is.”
Scenario’s
„Poetin kan niet voor- of achteruit. Er wordt gezegd dat hij verkeerd wordt geïnformeerd. Niemand vraagt waarom er 1,5 miljoen mannen kwijt zijn, gedood of gewond. Niemand vraagt waarom er 800.000 hoogopgeleide mannen zijn vertrokken naar het buitenland. En als de oorlog al eindigt, dan moet hij de oorlogseconomie omzetten in een normale economie. Dat kan een generatie duren. Het is een donker scenario.”
VKB 3.0
„Wat er nu komt is VKB 3.0 De fase 1.0 was in Nijmegen, 2.0 in Groningen en de periode na mijn pensioen noem ik 3.0. Ik ga gewoon door, bijvoorbeeld met het begeleiden van promovendi. Ik ga weliswaar met pensioen, maar dat betekent niet dat ik dement ben.” VKB 3.0 gaat ook door met zijn columns in DVHN en LC. „Daarmee stop ik pas als de oorlog is afgelopen.”