De Geeserstroom bevindt zich in het gebied tussen Gees, Nieuw Balinge en Meppen.
Er is langdurig gesteggeld over de toekomst van het beekdal van de Geeserstroom. In het kwam onlangs met name de recreatiesector aan het woord. De argumentatie in dit artikel was erg eenzijdig en sommige opmerkingen zijn simpelweg onjuist. Naar verluidt is de kogel inmiddels door de kerk en heeft de provincie besloten de drooglegging van het beekdalmoeras door te zetten. Alsof we in een tijdmachine zijn gestapt en op de knop ‘honderd jaar terug’ hebben gedrukt. Toen was het draineren van natuurgebieden nog schering en inslag. Dat dit in de 21ste eeuw nog steeds zomaar kan, valt ernstig te betreuren. Om het verhaal over de Geeserstroom alsnog in balans te krijgen het volgende:
Beekdalmoeras is wél natuurlijk. Het is een misverstand te veronderstellen dat de Geeserstroom van vóór de vernatting het natuurlijke beeld van de Drentse beekdalen vertegenwoordigt. Al vanaf de laatste IJstijd hebben deze laagten in het landschap zich opgevuld met veen, wat resulteerde in uitgestrekte moeras- en broekboslandschappen. Pas sinds de laatste paar honderd jaar zijn deze dalen ten behoeve van de landbouw ontgonnen. Vanuit dat perspectief kan het opnieuw ontwikkelen van beekdalmoeras op termijn tot een geweldige, natuurlijke verrijking van het landschap leiden, met alle biodiversiteit die daarmee gepaard gaat.
In de tien jaar dat het beheer in het Geeserstroomgebied achterwege is gebleven, heeft vooral de vogelpopulatie zich op een spectaculaire wijze ontwikkeld. De soortenrijkdom is ongekend hoog, waarbij zelfs rode lijstsoorten als roerdomp en porseleinhoen zich in verrassend hoge aantallen hebben weten te vestigen. De Geeserstroom is wat dat betreft, hoe je het ook wendt of keert, een succesverhaal. Dat is uiteraard te danken aan de natte omstandigheden, maar ook aan het grote oppervlak dat deze vogels tot hun beschikking hebben. Daardoor kunnen ze er de rust vinden die in de rest van Nederland nagenoeg overal verdwenen is.
Tot slot is het goed om aandacht te schenken aan de klimaataspecten bij dit besluit. Drooglegging leidt tot een toename van CO2-uitstoot doordat veenresten in de bodem dan gaan oxideren. Omgekeerd houdt vernatting dit soort processen juist tegen. De vraag die de provincie zichzelf moet stellen: als het ons in natuurgebieden al niet lukt om door vernatting CO2-reductie voor elkaar te krijgen, hoe zullen we daar dan in slagen búiten die gebieden?
Kortom, de provincie laat zich, kennelijk onbewust, een enorme kans voor natuur en milieu ontglippen. Het lijkt erop dat men zich eigenlijk alleen heeft afgevraagd hoe de ontstane ophef zo snel mogelijk zou kunnen worden gesust.
Tot slot: met het bovenstaande wil uiteraard niet gezegd zijn dat je de belangen van de recreatiesector en hun medestanders zomaar terzijde mag schuiven. Er moet gezocht worden naar een combinatie van functies. Het gebied van de Geeserstroom is bepaald niet het eerste natuurgebied in Nederland waar hoge waterstanden en recreatief medegebruik gezamenlijk vorm moeten krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het Bargerveen, Noordwest Overijssel en natte delen van de Drentse Aa. Daarvan valt genoeg te leren. En zoals we nu weten: de potentie van de Geeserstroom doorstaat de vergelijking met deze topgebieden met glans. Het is een geweldig cliché, maar de Geeserstroom is geen probleem, maar een uitdaging van jewelste! Eeuwig zonde dat we in wat ooit dé natuurprovincie van Nederland was, zó met die natuur omgaan. Het zou de provincie sieren als ze alsnog zou inzetten op een brede en integrale afweging.