Arend van Wijngaarden is parlementair verslaggever van Dagblad van het Noorden Foto: Marcel Jurian de Jong
Het kabinet‑Jetten presenteert naar verwachting maandag een steunpakket om de economische gevolgen van de oorlog rond Iran te dempen. Alles wijst erop dat het om een relatief beperkt pakket gaat.
Het zogenoemde Iran‑pakket is vrijdag besproken in de ministerraad. Dit weekend sprak de minister van Financiën met enkele oppositiepartijen, van wie het minderheidskabinet steun nodig heeft. Eerder lekte al uit dat het pakket, zeker in vergelijking met maatregelen in omringende landen, beperkt blijft en een omvang heeft van minder dan 1 miljard euro.
Een verlaging van de accijns op benzine en diesel zit er niet in. In plaats daarvan kiest het kabinet voor gerichte maatregelen: een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s, een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding voor werknemers, een energienoodfonds van 50 miljoen euro voor huishoudens met de laagste inkomens en extra geld voor woningisolatie.
Van links tot rechts klinkt kritiek. Het pakket zou te zuinig zijn en te weinig verlichting bieden aan burgers die worden geconfronteerd met hoge brandstofprijzen. Tegelijkertijd zijn er goede argumenten voor de gekozen lijn. Accijnsverlagingen zijn kostbaar, komen ook terecht bij huishoudens die ondersteuning niet nodig hebben en stimuleren bovendien extra brandstofverbruik — geen aantrekkelijke optie in een periode van geopolitieke onzekerheid en hoge olieprijzen.
Ook wijzen economen en beleidsmakers erop dat accijnsverlagingen lastig terug te draaien zijn. In landen als Duitsland en België, waar brandstofaccijnzen wel zijn verlaagd, wordt inmiddels openlijk gediscussieerd over de financiële en politieke gevolgen daarvan op langere termijn.
Voor Noord‑Nederland pakt het steunpakket desondanks ongunstig uit. In deze regio is het aandeel huishoudens met energie‑armoede bovengemiddeld, zijn inwoners vaker afhankelijk van de auto en is het openbaar vervoer in grote delen van de provincies geen volwaardig alternatief. Forenzen in Groningen, Friesland en Drenthe leggen gemiddeld grotere afstanden af om op hun werk te komen dan elders in het land.
Ook ondernemers voelen de pijn. Met name in de delen van Groningen en Drenthe langs de grens hebben winkels, tankstations en andere middenstanders te maken met stevige concurrentie. In Duitsland zijn brandstof en andere producten duidelijk goedkoper. Dat kost klanten en omzet.
De verzachtende maatregelen in het steunpakket bieden in het Noorden bovendien relatief weinig extra verlichting. Voor woningisolatie waren in Groningen en Noord‑Drenthe al ruimere subsidieregelingen beschikbaar dan in de rest van het land. Juist de armste huishoudens hebben bovendien vaak onvoldoende financiële ruimte om zulke investeringen voor te schieten, ook met subsidie.
De keuze voor een beperkt steunpakket is te verdedigen, maar het blijft pijnlijk dat die zuinigheid weer eens extra voelbaar is in Noord‑Nederland.