Het Pieterpad is als een levend organisme. Bijna veertig jaar na de opening is het 41 kilometer gegroeid en is nog maar een derde van de originele route over.
Vraag aan Maarten Goorhuis niet wat zijn favoriete etappe is, je vraagt iemand ook niet welk kind hem het liefste is. Het Pieterpad is zijn levenswerk, hij is er nu al meer dan dertig jaar mee bezig. Twee keer zo lang als zijn moeder, Toos Goorhuis-Tjalsma uit Tilburg, die met haar vriendin Bertje Jens uit Groningen de bekendste langeafstandswandeling van Nederland maakte, toen 460 kilometer. Wat hij wel kan zeggen: een mooie etappe is afwisselend en verrassend. „Je moet de hele tijd benieuwd zijn wat er na de bocht te zien is.”
Het Pieterpad bestaat bijna veertig jaar en van de bijbehorende gids is onlangs de tiende editie verschenen. Op het terras bij kasteel Vorden in de Achterhoek, waar de route in 1983 officieel werd geopend, halverwege Pieterburen in Groningen en de Sint-Pietersberg in Limburg, vertelt Goorhuis (57) over de nieuwste druk van de gids. Die laat zien dat het Pieterpad, hoe onaantastbaar en autonoom het er ook bij lijkt te liggen, een levend organisme is.
Maar eerst hoe het begon: dat Toos en Bertje elke maand een paar dagen wandelden, dat ze het zo jammer vonden dat Nederland geen route had zoals ze die in het Zwarte Woud hadden bewandeld, dat ze toen maar besloten van Groningen naar Tilburg te lopen, aan de hand van oude topografische kaarten die Toos in een metalen kistje uit de oorlog bewaarde. En hoe ze onderweg een brainwave kregen: laten we een route maken van Pieterburen in Noord-Groningen naar de Sint-Pietersberg in Zuid-Limburg. Het Pieterpad!
Toos hield onderweg alles bij in minuscule notitieboekjes, gewoon voor eigen gebruik. Een vriend die er lucht van kreeg, vond dat ze die niet voor zichzelf mocht houden en ermee naar de ANWB moest gaan. Nu was de ANWB haar club niet zo, dus stapte Toos naar de Nivon, om vervolgens de touwtjes strak in handen te houden en te voorkomen dat de natuurvrienden allerlei onnodige omwegen zouden aanbrengen.
Het langeafstandswandelen was in opkomst, begin jaren tachtig, iedereen was enthousiast. „Er was alleen één probleem: er was net een nieuwe standaard voor langeafstandswandelingen, die werden voortaan in twee richtingen beschreven. Of ze ook nog even terug van zuid naar noord wilde lopen.” Dat deed ze. En de rest, nou ja, je hoeft maar te proberen om langs de route een overnachting te regelen, maakt niet uit waar of in welk seizoen, om te zien wat voor succes het geworden is.
HET PIETERPAD IN ETAPPES
Het Pieterpad bestaat uit 26 etappes, waarbij de proloog niet meetelt. De route van 501 kilometer is verdeeld in dagtochten van 12 (Pieterburen-Winsum) tot maximaal 24 kilometer (Schoonloo-Sleen en Braamt-Millingen aan de Rijn).
Instappad
Niemand die het precies weet, zelfs niet de veerman bij Millingen aan de Rijn die al die wandelaars overzet, maar op basis van websitebezoek, de Facebookgroep en verkoop van de gids schat Goorhuis dat sinds corona zo’n 60.000 wandelaars per jaar het Pieterpad lopen, een verdubbeling van daarvoor. De televisieserie gaf nog een extra duwtje.
„In het begin waren het vooral intellectuele, hoogopgeleide - en -lezende, natuurminnende, witte vijftigplussers die het Pieterpad liepen.” Nu krijgt Goorhuis ook weleens mails van mensen met een niet-Nederlandse achternaam, - en -lezers zijn ook gaan wandelen. En onderweg kom je geregeld twintigers en dertigers tegen. „Het is een instappad voor iedereen.”
Toos, de doorloper, maakte een route van 460 kilometer, inmiddels is-ie gegroeid tot 501 kilometer. Zo is in 2016 het einde drastisch verlegd: van een nondescripte plek op de Sint-Pietersberg naar een soort megaduikplank met spectaculair uitzicht over de Enci-groeve, de oude kalkafgraving onder Maastricht die aan de natuur is teruggegeven. Iets dat Goorhuis alleen wilde als de GR5, die doorloopt naar Nice, ook verlegd zou worden om te blijven aansluiten op het Pieterpad. De ‘proloog’ boven Pieterburen naar de dijk staat nu ook in de gids, maar telt voor de totale afstand dan nog niet eens mee.
Waarom nou niet precies 500 kilometer, vraagt de liefhebber van ronde getallen zich af. „500 is geen doel.” Het is bovendien ook niet vol te houden. In het eerste deel (tot Vorden) van de laatste uitgave is zo’n dertig kilometer omgelegd. In het tweede deel, waarvan de nieuwste druk volgend jaar verschijnt, heeft Goorhuis zelfs zestig kilometer op de korrel. Van het oorspronkelijke pad is dan nog maar een derde over. Als een lichaam waarvan, zonder dat je het merkt, geleidelijk alle cellen worden vervangen.
Nederland is onherkenbaar veranderd en het Pieterpad moest mee. Er kwamen snelwegen, er verdwenen bruggen, woonwijken werden gebouwd of er kwam juist nieuwe natuur en al die veranderingen in het landschap noopten telkens tot kleine en grote wijzigingen, die je tegenwoordig makkelijk op de website kunt vinden.
Goorhuis, die sinds dit voorjaar zijn betaalde baan heeft opgezegd om als eerste betaalde medewerker van de Stichting Pieterpad parttime in dienst te treden, laat de eerste vier gidsjes zien, vol aantekeningen van zijn moeder. En zijn eigen werkexemplaar, ook vol krabbels – ‘Situatie is veranderd!’ – over wat waar aangepast moet worden.
Hij heeft er een halve dagtaak aan: het bijwerken van de website, het overleg met de ongeveer veertig vrijwilligers die alle 26 etappes in de gaten houden en de rood-witte markeringen aanpassen, het contact met wandelaars, maar ook met overheden, Staatsbosbeheer en ondernemers, die bijvoorbeeld met een routewijziging te maken hebben.
Het geluk van de één is soms het verdriet van de ander. Goorhuis krijgt weleens huilende uitbaters aan de lijn, omdat het Pieterpad niet meer langs hun terras of camping loopt. Ja, je kunt betalen voor vermelding van je accommodatie of pleisterplaats op de website, dat is waar de Stichting geld mee verdient. Maar de route is niet te koop.
Geen verharding
Soms maakt Goorhuis mensen blij. Zoals onlangs, bij Maarhuizen in Groningen, waar bewoners van een monumentale boerderij op een wierde graag meer bezoekers willen trekken en speciaal voor het Pieterpad een voetgangersbrug over het Mensingeweersterloopdiep lieten aanleggen. „Want anders moest je heen en terug. En heen en terug, dat doen we niet.”
Je zou verwachten dat gemeenten zich ook gek lobbyen om Pieterpadders zo lang mogelijk in hun dorpen en steden te houden. Niet dus. Sterker, lang niet altijd nemen gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat of Staatsbosbeheer het Pieterpad mee in hun plannen. Soms worden bij herinrichtingen de wandelpaden gewoon vergeten. Of wandelaars moeten maar op het fietspad. Of het zijn niet de wandelpaden waar je als langeafstandswandelaar op hoopt. Neem het Vechtpark bij Hardenberg. Prachtig nieuw natuurgebied, mét wandelpaden. „Maar allemaal verhard! Wij willen juist van de verharding af!”
Vrijwilligers stimuleert Goorhuis om de lokale media te volgen en met boswachters te praten. „Als je er vroeg bij bent, kun je invloed uitoefenen. Bij de aanleg van de A73 bij Roermond hadden we niks in de melk te brokkelen. Bij de A74, iets noordelijker, waren we wel betrokken: daar is een viaduct verbreed voor een voetpad.”
Net als zijn moeder houdt Maarten Goorhuis stevig de regie over het Pieterpad. Hij heeft er duidelijke ideeën over. Een etappe begint en eindigt altijd ergens waar openbaar vervoer komt. Er moet balans zijn tussen gericht – „mijn moeder wandelde heel gericht” – en aantrekkelijk wandelen. Routes moeten, als het even kan, contrasten bevatten, een mix van bos, hei, akkers, weilanden en bewoonde gebieden. Dat alles om te laten zien wat voor een geweldige natuur en cultuur Nederland heeft, „om draagvlak te creëren voor het behoud ervan.”
Hoewel er op veel plekken nieuwe natuur wordt aangelegd, doet het Goorhuis pijn om de algehele achteruitgang te aanschouwen. „Hoe landbouw monocultuur wordt en soortenrijkdom verdwijnt.” Hij was bezig met een routewijziging bij het Sleenerzand in Drenthe. „Dan zoek ik graag de rand van bos en boerenland op. Maar de landbouw daar was helemaal platgeslagen. Dan maar weer door het bos.” Anderzijds kun je bij Coevorden nu het industrieterrein doorkruisen zonder dat de omvang ervan tot je doordringt, omdat het smalle strookje natuur waar je doorheen loopt een groot deel aan het zicht onttrekt. „Met het Pieterpad krijg je het mooiste paadje van noord naar zuid. Je ziet Nederland op z’n best.”
Kabouterhuisjes
Het Pieterpad is van de Stichting Pieterpad. De routebeschrijvingen, die Goorhuis schrijft met Wim van der Ende, zal hij nooit uitbesteden – voor je het weet krijg je verwarring over T-splitsingen en kruispunten. En wie een slaatje uit het populaire pad wil slaan met T-shirts, gedenkmunten of andere prullaria krijgt de stichting op zijn dak.
Maar het Pieterpad is onvermijdelijk toch een beetje van iedereen. Overal langs de route zijn mensen die kabouterhuisjes in boomholletjes inrichten, beschilderde stenen achterlaten, bordjes met gedichten en spreuken ophangen of wegwijzers neerzetten met de afstanden naar Pieterburen en de Sint-Pietersberg (die meestal niet kloppen). Maarten Goorhuis onderdrukt een zucht en zegt dan: „Het illustreert hoezeer de omgeving zich verbonden voelt met het pad en de wandelaars. Dat wil je ook.” Zelf ziet hij pad het liefst zo ongerept mogelijk. „Ik vind die wandelnetwerkpaaltjes al lelijk. Boswachters willen markeringen op paaltjes, maar het mooist zijn ze geschilderd op een boom.”