Nog te weinig Nederlanders zijn goed voorbereid op een ramp. Foto: ANP
Steeds meer Nederlanders vrezen dat ons land niet is opgewassen tegen een ramp. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Zes op de tien Nederlanders denken dat de kans op een noodsituatie, zoals een stroomuitval, een cyberaanval of extreem weer, is toegenomen. Maar slechts een derde van het land heeft een noodpakket en/of noodplan klaarliggen.
Daarom komt in november een nieuwe Denk vooruit-campagne, die benadrukt dat mensen zichzelf de eerste 72 uur moeten kunnen redden. Maar ook dat er nagedacht moet worden over mensen uit de omgeving.
Het onderzoek laat duidelijk zien dat de meeste Nederlanders nog niet goed zijn voorbereid op een mogelijke ramp. Slechts 31 procent heeft een noodpakket in huis, 18 procent heeft een noodplan en 17 procent heeft afspraken met familie over wat te doen als ze elkaar niet kunnen bereiken.
Als de stroom 72 uur uitvalt, denkt 58 procent zich te kunnen redden, maar minder dan de helft kan daadwerkelijk koken zonder elektriciteit. Ook zegt maar een derde voldoende water in huis te hebben voor drie dagen.
Cash in huis halen is ook een goed idee, zo geeft de overheid aan. Foto: ANP
„De cijfers zijn nog lang niet voldoende. Daarnaast heb ik de indruk dat mensen denken voorbereid te zijn, maar dat dit nog niet goed genoeg is”, geeft de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma aan.
Ze is in haar gemeente al hard op weg met oefenen in noodsituaties. Maar ook bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waar Dijksma voorzitter is, staat dit onderwerp hoog op de agenda.
„De indruk is een beetje dat mensen bij een stroomuitval denken: ach, we doen gezellig de kaarsjes aan en we zien dan wel. Maar wat op ons af komt, is veel groter”, zegt ze.
„De koelkast valt uit, toiletten kunnen niet meer worden doorgespoeld en 112 bellen gaat ook niet meer. Daar willen we de mensen bewust van maken. Een lastige positie, want je wil ook geen paniek zaaien. Maar dit is wel het eerlijke verhaal.”
Sharon Dijksma is als voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) druk in de weer om het land goed voor te bereiden op een crisissituatie. Foto: ANP
Dat ons land zo gemoderniseerd is, geeft extra problemen, stelt Dijksma. „We zijn daardoor ver weg van de overlevingsmodus. We zijn heel afhankelijk geworden van het idee dat de stroomvoorziening altijd werkt. We hebben overal internet, betalen met de telefoon. We hebben wel wat boodschappen in huis, maar nooit genoeg om langer van te leven. Het is ook nooit nodig geweest.”
Drie concrete stappen
Met de campagne Denk vooruit worden mensen geattendeerd zich echt beter voor te bereiden. Via de website denkvooruit.nl en lokale acties wil de overheid mensen stimuleren om drie concrete stappen te zetten: maak een noodpakket, maak een noodplan en praat erover met anderen.
„Het gaat erom mensen aan te zetten tot nadenken”, zegt Dijksma. „Wat doe je als de stroom er drie dagen uit ligt? Hoe kook je dan, hoe houd je contact met anderen? En wie in je omgeving is kwetsbaar en heeft misschien hulp nodig?”
Onvoorspelbare tijden
Demissionair minister Foort van Oosten is vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid nauw betrokken. Hij geeft ook aan dat we in onvoorspelbare tijden leven, waardoor goed voorbereid zijn essentieel is. „Door geopolitieke spanningen, maar ook door extremer weer, is het belangrijk dat iedereen nadenkt over hoe je jezelf en elkaar kunt helpen als het misgaat”, zegt hij.
Volgens Dijksma vraagt dat niet alleen praktische voorbereiding, maar ook een mentale omslag. „Hoe meer mensen zichzelf kunnen redden, hoe beter hulpdiensten zich kunnen richten op wie echt hulp nodig heeft.”