Pepermuntolie moet je niet puur innemen, dat is behoorlijk giftig. Foto: Shutterstock
Muntjes gemaakt van munt: het witte frisse snoepgoed uit de bekende rolletjes en doosjes wordt beschouwd als een typisch Nederlands fenomeen. Maar pepermuntjes, en hun broertjes en zusjes komen we overal tegen. Gezond? Mwahh.
Jaren geleden liepen we in New York een kleine deli binnen om wat rond te sneupen. In een klein vitrinekastje stond, gepresenteerd als een soort kleinood, een schuifdoosje Wilhelmina Peppermint. Het blikje kostte bijna 30 dollar, een fortuin. Mooi voor de firma Fortuin uit Dokkum, de bedenker van het pepermuntje (en nog wat ander snoepgoed). Zoals er in Friesland nog wel meer snoepmakers bezig waren en zijn met pepermuntjes.
Wilhelmina pepermunt Foto: Shutterstock
Denk aan de firma Tonnema in Sneek waar de rolletjes King in grote hoeveelheden van de band rollen. Waarbij KING niet een ironische verwijzing is naar de ‘koningin’ Wilhelmina van de concurrent, maar staat voor de afkorting Kwaliteit in Niets Geëvenaard. Het was immers begin twintigste eeuw de tijd van stichtelijke afkortingsnamen – denk aan de Voorburgse voetbalclub TONEGIDO (anno 1924), Tot Ons Nut En Genoegen Is Deze Opgericht.
Tijdverpozing tijdens lange kerkdiensten
Om weer naar het Noorden terug te keren: Friezen hebben op de een of andere manier duidelijk een hang naar zoet en snoepgoed. Nu zijn praktisch alle Nederlanders zoetekauwen, maar de Friezen lopen vooraan. Het kan haast geen toeval zijn dat de provincie een aantal grote koekfabrieken telt (onder meer Ketellapper, Hellema, Modderman), dropfabrieken en de snoepfabrieken van Tonnema en Fortuin.
King (anno 1922), Wilhelmina (1892) en de moderne Peppermint Company in Enschede zijn tegenwoordig de belangrijkste producenten van pepermuntjes. Hun producten kom je overal tegen, en niet alleen in de winkel. Je kunt grove stukken pepermunt pakken uit de grabbelbak op de balie bij restaurant De Jufferen Lunsingh in Westervelde, keurige muntjes bij de sauna in Zevenhuizen of individueel voorverpakt bij restaurant De Oude Smidse in Steenwijk.
Rolletjes King pepermunt Foto: Shutterstock
De rolletjes deden het vroeger ook goed als tijdverpozing tijdens de protestantse kerkdiensten die nogal lang duurden. Schrijver Maarten ’t Hart herinnerde zich de lengte van de domineespreken aan de hand van het aantal KING’s dat hij wegsabbelde. Hij vond het een typisch calvinistisch snoepje, wit, sober, goedkoop, niet zinnelijk en zonder overdaad. Het was een uiting van de Nederlandse cultuur, ingetogen, netjes en een beetje streng. Zoals een oppassend burger betaamt.
De meeste mensen denken, in navolging van ’t Hart en anderen, dat pepermunt een typisch Nederlands product is. Toegegeven, we snoepen er veel van weg, maar we moeten die illusie doorprikken. Dat begint al met het basismateriaal, de pepermuntplant. Dat is een natuurlijke kruising van twee muntsoorten, de watermunt en de aarmunt, die voor het eerst in het wild werd aangetroffen in Engeland in de zeventiende eeuw.
Smaakvolle en aantrekkelijke zuigtabletten en snoepjes
In zijn nieuwe botanische naam komen de Latijnse woorden mentha en piperita voor, wat zoiets betekent als ‘sterk riekend’ en ‘gepeperd’ of ‘pittig’. Veel van de oudere muntsoorten werden al als smaakmaker of ‘medicijn’ in al in klassieke oudheid gebruikt, maar de pepermunt overtreft in zijn kracht de gewone muntsoorten.
Dat is te danken aan het actieve bestanddeel menthol, dat op natuurlijke wijze de verkoelende receptoren in de mond en neus stimuleert. Het effect is verfrissend en stimulerend en zou volgens onderzoeken weefselontstekingen verlichten, pijn verminderen en nog veel meer gezondheidsvoordelen. Bovendien verlicht het tandpijn, dus handig als je met mentholtandpasta je tanden poetst.
Een typisch calvinistisch snoepje, wit, sober, goedkoop, niet zinnelijk en zonder overdaad. Foto: Shutterstock
Maar het was door een ander symptoom – keelpijn – dat pepermunt zijn eerste doorbraak in de snoepwereld beleefde: als hoestpastilles. In de negentiende eeuw mengden banketbakkers pepermunt met suiker om smaakvolle, toegankelijke en aantrekkelijke zuigtabletten en snoepjes te maken. Veel van deze vroege harde snoepjes combineerden die menthol met honing en eucalyptus, wat meer doet denken aan de ingrediëntenlijst van een medicinale tinctuur dan van een zoete lekkernij. Pepermunthoestpastilles boden de verkoelende sensatie, ontstekingsremming en plaatselijke verdoving waar mensen naar op zoek waren. Bovendien was de smaak ook een trekker.
Pastilles met pepemuntsmaak. Foto: Shutterstock
De eerste Nederlandse producenten van die ‘hoestpastilles’ – De Faam in Breda, Fortuin in Lemmer en daarna Dokkum – hadden het kunstje afgekeken uit het buitenland. De Faam kreeg in 1858 een octrooi van koning Willem III – wat is dat toch met koningen en pepermunt? – voor een machine voor de productie van ‘Engelse pepermunt’. Dus blijkbaar werd er in Engeland al ruimschoots met pepermunt gewerkt.
En volgens een overlevering zou in Keulen aan het einde van de zeventiende eeuw een koordirigent een lokale banketbakker de opdracht hebben gegeven om zuigbare snoepstokjes te maken om onrustige kinderen stil en tevreden te houden tijdens lange kerkdiensten in de winter. Daaruit zouden stokjes met pepermuntsmaak en rode strepen zijn ontstaan. Mooi verhaal, dat ook perfect aansluit bij het pepermuntjesritueel van Maarten ’t Hart in zijn kerk. Was leuk geweest als het waar was. Gelukkig zijn de witte ‘pepermuntwandelstokjes’ met rode strepen nog steeds verkrijgbaar.
Candy canes, pepermuntwandelstokjes om op te sabbelen. Foto: Shutterstock
Terug naar de pepermuntjes. De basis is de pepermuntplant, die voor de commerciële toepassingen wordt verbouwd in Engeland, Frankrijk, China, Japan en in Noord- en Zuid-Amerika. In Nederlandse tuinen kom je hem nauwelijks tegen, hoewel hij ook hier goed kan gedijen. Mooi om van de blaadjes thee te trekken, maar wil je hem voor pepermuntjes gebruiken dan moet je de olie er uit zien te persen. En dat levert maar 3 gram olie per vierkante meter plant op.
Muntjes zitten bomvol suiker
Die olie moet je niet puur innemen, dat is behoorlijk giftig. Maar je kunt het wel gebruiken voor aromatherapie of in geneesmiddelen: gevat in capsules is het werkzaam tegen Prikkelbare Darm Syndroom en als olie kun je het op je slapen smeren tegen hoofdpijn.
Maar het meest wordt de olie gebruikt voor het snoepgoed. En hoewel munt van zichzelf gezond is, zijn de muntjes dat niet per se: ze zitten namelijk bomvol suiker. Ga maar uit van zo’n 95 of meer procent suiker of dextrose, maximaal een half procentje pepermuntolie en nog wat bindmiddel.
Vroeger werd voor dat laatste vooral gelatine gebruikt waardoor nietsvermoedende veganisten toch dierlijke stoffen binnenkregen, maar tegenwoordig zijn de muntjes vrijwel veganistisch. Je kunt dat altijd controleren, want als er op de ingrediëntenlijst E441 staat, zit er gelatine in. En dat kan voorkomen bij de minder harde pepermuntsnoepjes, waar gelatine wordt gebruikt als bind- of structuurmiddel. Denk daarbij aan zacht mint-snoepjes of bepaalde kauwgums, de ‘mint pastilles’ of after dinner mints – met uitzondering gelukkig van het klassieke After Eight, die goddelijke combinatie van chocolade en munt.
Komen we after dinner toch weer terug bij de pepermuntjes die je na afloop van een maal in veel restaurants krijgt. De reden? Mensen willen graag een frisse adem na het eten, zeker met knoflook, ui of vis. Bovendien kan pepermunt helpen tegen een opgeblazen gevoel en lichte maagklachten.
Tenslotte is er de marketingkant: het is een kleine, goedkope manier voor een restaurant om gastvrijheid te tonen. Soms staat er zelfs een logo van het restaurant op de munt. Goede reclame natuurlijk. En je hoeft er geen fortuin voor te betalen.