Een sleepboot van de Groningse firma Bijma brengt het marineschip naar de plaats aan de kade bij de Meyer Werft in Papenburg Foto: DvhN
De stad Emden is in beeld bij de Bundeswehr voor een standplaats voor de marine. Sinds enkele weken wordt achter de schermen intensief onderhandeld met vertegenwoordigers van het ministerie van defensie, kabinet in Berlijn en land Nedersaksen in Hannover.
Oude tijden gloren voor de stad Emden, havenplaats aan de monding van de rivier de Eems. Tot 1997 was Emden al een standplaats voor de marine. De stad, bekend van de VW fabrieken en reusachtige auto-overslag, gooit nu hoge ogen bij de Duitse Bundeswehr, de krijgsmacht om als uitvalsbasis voor marineschepen te fungeren. Emden heeft naar verluidt alleen nog in Bremerhaven een concurrent.
Eind deze maand is de verwachting dat bekend wordt waarop de keuze valt. De presentatie vindt plaats tijdens een tweedaagse nationale havenconferentie in Emden, waarbij ook Bundeskanzler Friedrich Merz (CDU) aanwezig zal zijn.
In de aanloop naar de definitieve keuze brachten eind februari vertegenwoordigers van het kabinet en de marine een bezoek aan Emden, weet woordvoerder Katja Sauer van het land Nedersaksen. „Tijdens dat werkbezoek heeft het gemeentebestuur aangegeven dat de stad en haar inwoners de marine graag zien terugkeren en willen ondersteunen.”
Bundeswehr zoekt met spoed naar nieuwe marinehaven
Willemshaven is wat Den Helder voor de Nederlandse marine is, de voornaamste thuisbasis van de Duitse marine. Daarnaast heeft ze bases in Kiel, Eckernförde en Warnermünde. Havens aan de Oostzee. Alleen al in Willemshaven zijn 9000 mensen werkzaam bij de marine.
NPorts is ook een belangrijke partij in de onderhandelingen met het ministerie. Ze exploiteert de Noord-Duitse havens en investeert er de komende jaren fors in. Daarvoor heeft het kabinet in Berlijn 375 miljoen euro beschikbaar gesteld, weet Dörte Schmitz, woordvoerder van NPorts in Oldenburg. „Dat geld gaat niet alleen naar Emden. We investeren ook in Cuxhaven en Willemshaven.”
Eerder deze week werd bekend dat dit jaar ongeveer 80 miljoen euro wordt geïnvesteerd in de Emder haven. De haven wordt geschikt gemaakt voor cruiseschepen van de Meyer Werft. Daarvoor moet een nieuwe kade en steiger worden aangelegd.
Ook vinden er baggerwerkzaamheden plaats om de schepen veilig uit de haven te laten varen. Daarnaast vindt er onderhoud plaats aan allerlei waterwerken, zoals de zeesluizen. „Al deze werkzaamheden en investeringen hebben niets te maken met de mogelijke komst van marineschepen”, zegt Schmitz.
Dit marineschip ligt al sinds oktober van het afgelopen jaar aan de kade bij de Meyer Werft. Foto: DvhN
Bij Meyer Werft ligt al sinds oktober een nieuw marineschip aan de kade
De Duitse Bundeswehr is met spoed op zoek naar een geschikte locatie voor haar marineschepen. Dat heeft te maken met de mondiale ontwikkelingen en de oorlogen in het Midden-Oosten. Eerder werd bekend dat de Duitse regering zich heeft verplicht jegens de NAVO om tot 2040 continu twee schepen te leveren die in staat zijn brandstof op zee te leveren.
Enkele jaren geleden heeft de toenmalige Duitse regering aan Naval Vessels Lürssen (NVL) de opdracht gegeven om twee marineschepen te bouwen. Op haar beurt heeft NVL de Meyer Werft in de hand genomen om de schepen te bouwen. Met beide opdrachten is ruim 900 miljoen euro gemoeid.
Een marineschip is afgebouwd in Rostock en het andere schip ligt al sinds oktober van het afgelopen jaar aan de kade bij de Meyer Werft in Papenburg.
Waarom het marineschip bij de Meyer Werft nog niet is afgeleverd is onduidelijk. De scheepswerf in Papenburg doet daarover geen mededeling en verwijst naar NVL.
De marineschepen zijn elk in staat om ongeveer 12 miljoen liter brandstof te vervoeren en tegelijkertijd tot twee oorlogsschepen op zee bij te tanken met scheepsdiesel. Deze twee zogenaamde Type 707-tankers zijn bedoeld ter vervanging van de verouderde Type 704-tankers, die al meer dan 45 jaar in dienst zijn bij de marine.