Weite Oldenziel, de directeur van Ofichem Group in Ter Apel. Foto: Jari Leijssenaar.
Of je nu een doosje ibuprofen bij de drogist haalt of anti-depressiva bij de apotheek, er is een goede kans dat het wordt gemaakt door Ofichem uit Ter Apel. Bijna was één van Nederlands laatste medicijnfabrikanten er niet meer geweest.
„Mijn vader zei tegen mij: ‘stap vooral niet in het bedrijf, er zit geen toekomst in’”, zegt Weite Oldenziel, directeur bij Ofichem Group. In september vierde dit bedrijf het 50-jarig bestaan. De markt staat nog steeds onder druk doordat er veel grondstoffen uit Azië komen, zegt Oldenziel. Toch slaagt Ofichem erin uit te breiden én andere fabrikanten over te nemen. Het is één van de twee resterende medicijnfabrikanten van Nederland, zegt Oldenziel.
De laboratoria van Ofichem zien eruit alsof ze rechtstreeks uit een sciencefiction-speelfilm komen. In knisperend witte ruimtes buigen slimme figuren in labjassen zich over reageerbuizen, potjes en centrifuges. In een een andere ruimte borrelt een doorzichtige vloeistof in een grote, glazen bol. Een andere bol is leeg, maar aangesloten op tal van gele buisjes. Dit is waar onderzoek wordt gedaan naar nieuwe geneesmiddelen en waar medicijnen van bijvoorbeeld ziekenhuizen worden getest.
Verderop zijn productiekamers. Hoge, kleine hokjes met blinkende roestvrijstalen bakken. Vanaf een hogere etage kijk je zo van door het glas de ruimtes in. Dat is nodig voor controleurs. Het bedrijf moet aan de strengste eisen voldoen. Het zijn niet de minsten die langskomen. Zo kwamen bij Ofichem Amerikaanse, Chinese en Europese toezichthouders over de vloer.
‘Mijn vader werkte dag en nacht’
Het lab is één van de twee locaties in Ter Apel. De andere zit een paar honderd meter verder en richt zich vooral op de handel in grondstoffen voor medicijnen, zowel voor dieren als voor mensen. Stellingen in het magazijn reiken bijna 10 meter de lucht in, ze staan vol met bruine dozen, blauwe vaten en witte emmers.
Weite Oldenziel van Ofichem Group kijkt toe hoe een medewerkster medicijnen verpakt. Foto: Jari Leijssenaar
En dan te bedenken dat Otto Oldenziel het in 1975 allemaal startte in een garage in Gieten. Hij wilde na zijn studie ondernemer worden, zegt zijn zoon. Met zijn vrouw als steunpilaar wist hij het bedrijfje snel tot groei te brengen. De chemicus maakte API’s: Active Pharmaceutical Ingredients. Oftewel, de synthetische geproduceerde stofjes die kwalen bestrijden of verlichten. „Mijn vader werkte dag en nacht.”
De garage werd binnen een jaar te klein, het lab verhuisde naar een leegstaande melkfabriek. Na een paar jaar moest het bedrijf daar weg. Oldenziel: „De perceptie van een chemicus en een gemeenteambtenaar over veiligheid bleken toch wat ver uit elkaar te liggen.”
Aan de Heembadweg in Ter Apel sloot op dat moment juist een oud lab de deuren. Vanuit Gieten was er een oprotpremie en Ter Apel verwelkomde Otto Oldenziel met open armen. „Dat was een soort van natuurlijke gang van zaken.”
China opent de deuren
Het bedrijf kreeg het net als andere Europese bedrijven zwaar toen rond de eeuwwisseling de regels strenger werden en China de deuren opende als handelsland. Een groot deel van de productie verdween richting het buitenland, met als grootste producenten China en India. „Tachtig procent verdween naar die landen.” Daar was het makkelijker en goedkoper te maken.
Weite Oldenziel van Ofichem Group. Foto: Jari Leijssenaar
Vader Otto zag het somber in voor zijn familiebedrijf, waar inmiddels meer dan tien mensen werkten. Er zit geen toekomst in, verzekerde hij zijn zoon. Het bedrijf zou worden overgenomen, de deal klapte uiteindelijk. „Een paar ondernemers die daarbij betrokken waren, besloten toen om samen met mijn vaders bedrijf een handelsonderneming op te richten.”
Natuurlijk aanspreekpunt
Ze wilden goedkope grondstoffen op de Chinese markt inkopen en die weer verhandelen op de Europese. Met die noodgreep moesten de tegenvallende opbrengsten van medicijnproductie worden opgevangen. Otto Oldenziel mocht de uitwerking ervan niet meemaken, hij overleed plotseling in 2006.
„Dat was op een zondag. Ik was net afgestudeerd en werkte parttime, vier dagen in de week, bij mijn vader”, zegt Oldenziel. Ondanks de waarschuwende woorden van zijn vader om vooral niet in het bedrijf te stappen, moest iemand na diens onverwachte dood sturing geven aan het bedrijf en de kersverse handelsonderneming. Oldenziel was als zoon een natuurlijk aanspreekpunt voor medewerkers en zakenlieden. „Ik heb toen tien jaar lang zeven dagen in de week gewerkt.”
Stapje voor stapje werd steeds meer geld verdiend met de handel en dat geld werd deels geïnvesteerd in het laboratorium. „Er waren allerlei nieuwe regels waardoor we veel moesten veranderen en vernieuwen.” Dat is gebeurd en flink ook. Wat zijn vader er nu van zou vinden? Oldenziel twijfelt even. „Ik denk niet dat mijn vader het bedrijf dat hij begon zou herkennen als hij het nu ziet.”
Uitbreiding
Inmiddels hangen er zeven bedrijven onder Ofichem Group. Het is deels handel in grondstoffen, maar ook het ontwikkelen en onderzoeken van API’s, ontwikkelen en het commercieel produceren van medicijnen.
Afgelopen zomer kocht Ofichem bijvoorbeeld Avivia in Nijmegen (een ontwikkelbedrijf van medicijnen) en Recipharm OT Chemistry in het Zweese Uppsala (een ontwikkelbedrijf van grondstoffen voor medicijnen). En in 2023 kocht het Ofimedicine uit Leiden (een productiebedrijf van medicijnen). Toen werkten er zo’n dertig mensen, tegenwoordig bijna negentig. In totaal heeft Ofichem Groep meer dan tweehonderd werknemers, zegt Oldenziel. „We zijn actief in zestig landen over de hele wereld.”
De ondernemer sluit meer overnames in de toekomst niet uit. Met een brede basis over de hele lengte wil hij zorgen voor stabiliteit in de medicijnketen. En dat allemaal vanuit Ter Apel. Oldenziel: „Mensen uit de Stad of de Randstand vinden Ter Apel ver. Maar ik zie het zo: ik zit gewoon in Europa. En ik kan alle kanten op.”