Jan van der Tuuk achter de balie in zijn winkel. Foto: Eigen foto
Jan van der Tuuk uit Ter Apel was jarenlang het vertrouwde gezicht achter de toonbank van de DA-drogisterij in het dorpscentrum. Zijn winkel was meer dan een zaak: het was zijn ‘heiligdom’, zijn kindje dat hij vanaf 1968 samen met zijn vrouw Bertha zag opgroeien tot een bloeiende onderneming.
Wie in Ter Apel en omgeving is er niet geweest voor een pasfoto, een boodschapje, een zalfje of een praatje?
Jan (21 december 1933 – 4 juli 2025) was dé man van de DA-drogisterij. Voor velen was hij een bekend gezicht en een vertrouwd aanspreekpunt. Voor de familie was hij vooral een trotse opa en overopa, een inspiratiebron en iemand met een groot hart. Rustig, vol interesse voor van alles en iedereen en vol humor. Hij was echt het opperhoofd van de familie.
Liefst 64 jaar was hij getrouwd met Bertha Hoekstra, zijn grote liefde die hij leerde kennen op het werk, bij Brocades in Groningen. Groningen was zijn geboorteplaats in 1933, daar ging hij naar school. Hij speelde er in het Noorderplantsoen, slenterde in zijn jongensjaren over de Grote Markt. Op de Vismarkt kwam hij geregeld bij de viskraam met ‘drie van die fijne stoombokkings voor een kwartje’.
Bertha en Jan van der Tuuk. Foto: Eigen foto
Als een vis in het water voelde Jan zich bij Brocades, de geneesmiddelenfabrikant en -groothandel die de distributie van medicijnen naar huisartsen, apothekers, drogisterijen en ziekenhuizen in Groningen en een deel van Drenthe verzorgde.
Hij regelde de logistiek en volgde daarnaast een opleiding tot apothekersassistent. Aan het bureau op kantoor naast hem schreef Bertha bonnen uit. Tijdens het werk hadden ze veel contact met elkaar. Steeds vaker kwam Jan bij Bertha langs voor een gezellig praatje. De vonk sloeg snel over.
Jan was een echte Stadjer wiens wieg in de Bergstraat stond. Hij was de jongste van twee zonen. Broer Dirk was jaren ouder. Zijn moeder zorgde thuis voor het gezin en het huishouden. Zijn vader werkte bij de groenvoorziening in de Prinsentuin, een renaissancetuin achter de Prinsenhof, met rozenperken, buxushagen en een zonnewijzer. Hij deed er het dagelijks onderhoud, zorgde ervoor dat de hagen er strak uitzagen en dat de grindpaden er schoon en vlak aangeharkt bij lagen. Jan’s vader was secuur en punctueel.
Dat was Jan ook. Als hij in het begin van hun verkeringstijd bij Bertha thuiskwam, was hij altijd precies op tijd; geen minuut te vroeg. De moeder van Bertha was onder de indruk van Jan en vond hem een nette jongen. Hij ‘mocht’ blijven. Op 17 juni 1961 trouwde Jan met zijn grote liefde.
Jan en zijn grote liefde Bertha. Foto: Eigen foto.
Het duurde niet lang of het volgende avontuur wachtte: buiten de stad. Ze verhuisden naar Hoogezand, schuin boven apotheek Kranenborg in de Kerkstraat. Jan kon er aan de slag als apothekersassistent bij Herman Kranenborg. Het waren bijzondere tijden. Geregeld kwam het voor dat Jan ’s nachts het bed uit moest om in de praktijkruimte een zalfje te maken voor iemand die tijdens het werk lasogen had opgelopen of ander letsel. Een soort van eerste hulpverlener bij ongelukken.
Zeven jaar bleven ze in Hoogezand, waar in 1963 hun zoon en enig kind Fred werd geboren. De vreugde werd getemperd toen kort daarna Jan’s broer Dirk overleed aan de gevolgen van longkanker.
Toen er in 1968 in Hoogezand een vertegenwoordiger langskwam met de mededeling dat er in Ter Apel een drogisterij met woonhuis te koop stond, zag Jan zijn kans. Een eigen zaak, een plek om iets op te bouwen voor zichzelf en zijn gezin.
Het was het begin van een heel nieuw hoofdstuk, een periode van hard werken, ondernemen en zich zien te wortelen in een andere gemeenschap. Het aarden lukte. Ze voelden zich al snel echt thuis in het dorp dat in de jaren 70 van de vorige eeuw volop in beweging was.
Het veenkoloniale verleden was nog voelbaar. De modernisering rukte op. Langs het kanaal en in straten als De Omloop bloeide de middenstand, met zelfstandige winkeliers die hun etalages vulden met parfums, medicijnen en huishoudelijke artikelen. Vaak onder de vlag van samenwerkingsverbanden zoals DA, zoals ook de drogisterij van Jan.
De AGO-fabriek zorgde voor werk, het klooster voor historie, en de bossen voor rust. Fanfareklanken, buurtwinkels en brommers op de Hoofdstraat vormden het decor van een dorp dat zijn traditie koesterde, maar ook vooruitkeek. Jan was er klaar voor om daar zijn kennis en toewijding in te zetten als beginnend ondernemer.
Als zelfstandig drogist met een kiene handelsgeest kwam hij al snel voor een dilemma te staan. Hoe overleef je in een tijd waarin grote drogisterijketens en warenhuizen steeds meer de markt gaan domineren?
Groot inkopen was financieel aantrekkelijk. Maar zijn kleine winkel kon de enorme voorraden simpelweg niet kwijt. In plaats van concessies te doen, besloot hij het anders aan te pakken. Jan zocht contact met andere zelfstandige drogisten in de regio. Ze gingen samenwerken om hun positie te versterken tegenover opkomende ketens en groothandels.
Grote partijen Guhl-shampoo en dozen vol Trachitol-zuigtabletten werden gezamenlijk ingekocht en verwisselden soms letterlijk vanuit de kofferbak op een centrale ontmoetingsplek van eigenaar. Dat viel ook de politie op. Illegale kofferbakhandel, smokkel, wat is daar aan de hand?, dachten agenten die wel eens poolshoogte kwamen nemen. Ze constateerden dat er vast iets illegaals gebeurde. Nee, zei Jan dan, dit noem je nou slim ondernemerschap.
Zijn winkelpand in Ter Apel, gebouwd in de jaren twintig, was een bescheiden maar karakteristiek gebouw in het dorpscentrum. Voorin de piepkleine drogisterij, achter in het kantoor en woonruimte. Beetje bij beetje werd er verbouwd en uitgebreid. De winkel werd groter, het gezin ging boven wonen en Bertha kreeg een eigen pedicureruimte.
Al snel groeide de zaak uit z’n jasje. Het knelde. Wonen en werken onder één dak was niet meer te doen. Vooral ook niet omdat er overal potten en jerrycans vol chemische spullen stonden. Dat kon toen nog. Al die dingen had Jan nodig. Hij was er trots op dat hij als assistent-apotheker zelf allerlei middeltjes tegen kwalen kon maken.
En dat deed hij nog geregeld. Hadden mensen een zalfje nodig en het was niet op voorraad, dan kon Jan het vaak zelf wel maken.
De wens om wat ruimer te wonen groeide. Jan en Bertha lieten in Sellingen een bungalow bouwen, licht, ruim en omgeven door groen. In 1980 verhuisden ze.
Daar pasten ze vaak op hun kleinzoons Derk-Jan en Tom, de kinderen van hun zoon Fred en diens vrouw Fenna. Jan en Bertha genoten dan volop. Net als van de gezamenlijke vakanties die werden gemaakt. Jan was een familieman, die klaarstond voor zijn zoon en vooral ook zijn kleinzoons. Hij vertelde ze graag weetjes en verhalen uit de geschiedenis. ‘Oordeel niet te snel, kijk met open blik de wereld in en vorm je eigen mening’, gaf hij ze mee.
De basis voor deze levenshouding was gelegd in zijn diensttijd. In zijn vrije tijd op de kazerne vond de leesgrage Jan weinig afleiding. Er waren nauwelijks boeken, behalve de bijbel. Hoewel hij niet gelovig was en werd, ging hij er toch in lezen. Tot zijn eigen verrassing vond hij er waardevolle inzichten. Over de wereld en zijn plaats daarin. Het lezen van de bijbel gaf hem stof tot nadenken over goed en kwaad, over menselijk gedrag en over de waarden die samenlevingen dragen. Dat droeg hij over op zijn zoon en kleinkinderen.
Elk jaar samen op wintersport werd een traditie. Er werd dan een bus gehuurd en vaak gingen ook vrienden en bekenden mee naar de skipistes in Oostenrijk. Jan kon hard werken, maar vond ook dat je moest kunnen genieten.
Als gezin aan de wandel in het bos in Ter Apel, waar Fred als jongetje graag voetbalde. Met de kleinzoons zwemmen of eropuit. En wat was hij later trots op zijn achterkleinkinderen Matthijs, Manouk en Lauré. En Jan hield, net als zijn vader, van tuinieren. Ook hier was hij, net als zijn vader, heel precies. Grasmaaien deed hij zelf, in rechte banen, alles strak gemaaid. Het was dan ook met enige tegenzin dat er twee jaar geleden toch een tuinman moest worden ingehuurd.
In de winkel was Jan nog geregeld te vinden. Hij bleef nauw betrokken bij de zaak. Tot vijf jaar geleden gingen Jan en Bertha twee keer per week naar de sportschool. Ze probeerden zo lang mogelijk fit te blijven.
In februari dit jaar kregen ze een klap te verwerken: zoon Fred kwam te overlijden. Ook fysiek ging Jan achteruit. Hij kreeg een ontsteking aan zijn been en voelde dat het niet goed ging. Toch wilde hij niet naar een ziekenhuis of verpleeghuis. ,,Het leven was goed. Maar ik ben stokoud en wil geen behandeling. Ik kom dit huis alleen uit tussen zes plankjes”, zei hij stellig.
Een wens die werd gerespecteerd. Op 4 juli overleed Jan thuis, in aanwezigheid van zijn familie, op eenennegentigjarige leeftijd. De uitvaart was, op verzoek van Jan, in kleine kring.
Dagblad van het Noorden beschrijft het geleefde leven van mensen uit Drenthe en Groningen. Uitgangspunt is dat elk leven de moeite waard is. Wil je iemand aandragen die de afgelopen tijd is overleden? Mail: tijdvanleven@dvhn.nl