Ali (links) denkt donderdagochtend even dat hij een kamer krijgt. Foto: DVHN
Nadat Stadskanaal in de nacht van woensdag op donderdag te hulp schoot, zitten asielzoekers als Ali (32) uit Syrië donderdag weer de hele dag in het gras in Ter Apel. Wachten op duidelijkheid. En een bed.
Ali (32) heeft eindelijk een oranje bandje. Met zijn rolkoffer in de hand, rugtas en jas erbovenop, komt hij donderdagochtend om elf uur met een opgeluchte lach bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vandaan. „Ik mag naar binnen”, zegt hij. „Eindelijk.”
Sinds woensdagmiddag wacht Ali, een Syrische Koerd, op een plek bij het Centraal Opvang Orgaan (COA) in Ter Apel. Net als tientallen andere alleenstaande mannen belandde hij voor een dichte deur omdat de opvang bij het aanmeldcentrum vol is en er alleen kwetsbare asielzoekers naar binnen mogen.
Maar nu denkt hij dat het goed komt. Hij heeft het oranje bandje om zijn pols, wat betekent dat hij is geregistreerd, en een brief in zijn handen waarop staat: ‘heeft recht op opvang’.
„Bij de IND zeiden ze dat ik naar ingang 5 moet lopen en dat ze dan een kamer voor me hebben”, zegt hij en samen met een vriend gaat hij op weg naar de ingang aan de zijkant van het aanmeldcentrum.
Het nieuws is weinig hoopvol
Wat Ali niet weet is dat het nieuws over Ter Apel die ochtend weinig hoopvol is. Het COA meldt dat er nog steeds alleen kwetsbare mensen worden opgevangen; vrouwen, kinderen, ouderen. De gemeente Stadskanaal, die woensdagavond laat te hulp schoot, laat weten dat die noodopvang echt voor één nacht was. „Het is nu aan het COA, het Rijk en andere gemeenten”, aldus Stadskanaal.
Maar daar zit het al tijden vast, en asielminister Bart van den Brink zegt donderdagochtend dat hij gemeenten niet kan verplichten tot spoedopvang. Meer dan opnieuw gemeenten vragen om te helpen, zegt hij niet te kunnen doen. Daar is de gemeente Westerwolde het niet mee eens. Het COA moet opvang regelen en het Rijk is eindverantwoordelijk, stelt de gemeente in een brief.
Niemand weet hoe het verder moet
Er zit, kortom, geen beweging in. Niemand weet hoe het verder moet. Ondertussen loopt Ali opgewekt naar ingang 5. „Een kamer”, verzucht hij. Eindelijk rust, eindelijk een douche. Bij ingang 5 staan hekken bedekt met zwart doek. De beveiligers van Trigion begroeten Ali vriendelijk, zien het oranje bandje, bekijken de loopbrief en schudden hun hoofd.
„Nee”, zeggen ze. Mensen met een oranje bandje mogen niet naar binnen. Het maakt niet uit wat de IND misschien gezegd heeft, zo zijn de instructies. „Je moet wachten tot het COA je ophaalt.”
"Je moet wachten op het COA." Ali en zijn vriend gaan maar weer in het gras zitten Foto: DVHN
En dus loopt Ali, met zijn bagage, terug naar het grasveld voor het aanmeldcentrum. Daar waar het Rode Kruis wat eten en drinken uitdeelt en verder ook geen informatie heeft. Daar waar een paar mannen in de zon liggen te slapen, en anderen in groepjes zitten te kletsen. De sfeer is gemoedelijk, gelaten. Er zit niets anders op dan wachten.
Het verlossende bericht lijkt uit Amsterdam te komen
Ook Ali installeert zich weer in het gras. Net als woensdag, in afwachting van bericht van het COA. En net als woensdag blijft dat donderdag heel lang uit. Ook nadat de gemeente Amsterdam aan het einde van de middag het verlossende bericht lijkt te brengen.
Amsterdam gaat 230 extra asielzoekers opvangen. Genoeg om de pakweg veertig mannen die buiten wachten een bed te bieden, zou je denken. Maar zo simpel is het niet. ‘s Avonds weet nog steeds niemand iets. Ook burgemeester Velema van Westerwolde tast in het duister. „Wij wachten ook op bericht van het COA. Kunnen de mensen vanavond naar Amsterdam? Of morgen? We weten het niet.”
Ondertussen deelt het Rode Kruis dus maar weer avondeten uit, gebracht door de cateraar. En daarna gaat Ali weer zitten, in het gras, met het oranje bandje om zijn arm en de brief in zijn zak. Wachten op duidelijkheid.