2026-05-19 09:30:50 DEN HAAG - Minister Bart van den Brink tijdens een debat in de Eerste Kamer over het Europese Asiel- en Migratiepact. Deze bevat zes van de negen maatregelen uit de strenge asielwet die onlangs is gesneuveld in de Senaat. LINA SELG / ANP Lina Selg
Weer lagen er asielzoekers in het gras in Ter Apel. Terwijl de Haagse politiek over weinig anders zo veel debatteert, komt het toch maar steeds niet tot een oplossing voor de asielopvang. Hoe komt dat?
1. Er is geen meerderheid voor een asielstop
Er is geen enkele partij in Nederland die vindt dat iedereen maar binnen mag. Maar er is ook geen meerderheid voor een echte harde asielstop. Het volledig weigeren van alle asielzoekers zou betekenen dat Nederland internationale verdragen naast zich neerlegt, binnen Europa problemen krijgt, eigen rechterlijke uitspraken moet negeren en ook nog strenge grenscontroles moet invoeren. Los van de vraag of dat in de praktijk wel kan, is er te weinig politieke steun voor zo’n vergaande stop op de instroom.
Alleen de PVV, FVD en afsplitsingen daarvan willen zo ver gaan, en die hebben bij elkaar 33 van de 150 zetels. Partijen als JA21 en BBB willen wel harde maatregelen, maar niet uit de EU en de internationale rechtsorde stappen. Dan wordt het al lastiger.
De praktijk is dus dat partijen in het midden een meerderheid moeten zien te vinden. Daar worstelen VVD, CDA en D66 al jaren mee.
2. De Spreidingswet werkt nog traag en voorzichtig
Om de toegelaten asielzoekers beter te verdelen over het land is met veel vijven en zessen de Spreidingswet aangenomen. Die wet kent een aantal stappen voordat gemeenten verplicht kunnen worden opvangplekken beschikbaar te stellen. Eerst moeten gemeenten het zelf regelen, dan volgt overleg en pas daarna kan de minister ingrijpen en verplichten.
Die laatste stap wil CDA-asielminister Bart van den Brink liever niet zetten omdat dat politiek gevoelig ligt. Voorstanders van de Spreidingswet hoopten dat gemeenten die nu nog geen opvang hebben, wel over de brug zouden komen als er anders dwang dreigt. Maar zolang die dwang niet wordt toegepast, kunnen gemeenten het lang uitstellen.
Daar komt bij dat landelijke partijen, met voorop de VVD, verdeeld zijn over de wet. De VVD-fractie in de Tweede Kamer was tegen, terwijl de partij in de Eerste Kamer juist vóór stemde. Kabinetsleden zeggen dat de wet netjes wordt uitgevoerd, maar Kamerleden spreken zich ertegen uit. Daardoor voelt de minister onvoldoende steun om de laatste stap – dwang – daadwerkelijk te zetten.
3. Er is veel lokale weerstand
Er waren altijd al veel gemeenten die weinig aan asielopvang deden. Daarnaast hebben partijen die tegen opvang zijn in veel gemeenten forse winst geboekt bij de afgelopen raadsverkiezingen.
Veel gemeenteraden willen kiezers die tegen een azc hebben gestemd niet teleurstellen. En gemeenten die om allerlei redenen in het verleden ook al geen opvang hadden, voelen er weinig voor dat nu wel te doen.
Ook protesten spelen een rol: tegen de komst van azc’s wordt regelmatig gedemonstreerd, soms op intimiderende wijze. Dat vergroot de drempel voor lokale bestuurders om nieuwe opvanglocaties te openen.
4. Het politieke systeem beloont stilstand
Welke partij precies verantwoordelijk was voor het wegstemmen van een deel van de asielwetten in de Eerste Kamer, blijft onderwerp van discussie. Zeker is dat D66 ertegen stemde, terwijl de partij er in de Tweede Kamer juist vóór was en premier Rob Jetten strengere asielregels in het vooruitzicht had gesteld.
Opvallend was ook de opstelling van de PVV. De partij stemde tegen een ‘reparatiewet’ die de strafbaarstelling van illegaliteit acceptabel moest maken voor christelijke middenpartijen. Doordat die wet het niet haalde, stemden CDA en SGP uiteindelijk tegen het hele pakket.
Rond verkiezingen speelt mee dat kiezers graag stemmen op de partij die het meest overtuigend is op een bepaald onderwerp. Als het over asiel en migratie gaat, is de PVV vaak de zogenoemde issue-eigenaar.
Wilders en de zijnen ontkennen dat zij belang hebben bij het voortbestaan van de problemen, maar tegenstanders wijzen wel in die richting. Tegelijk werkt dat mechanisme breder. Partijen in het midden en op links voelen soms wel voor strengere regels, maar lopen daarbij een groot risico: kiezers die een strenger beleid willen, kiezen vaak liever voor ‘the real thing’, dus PVV of FVD, terwijl kiezers die daartegen zijn juist kunnen vertrekken naar partijen die wél een ruimhartig beleid verdedigen.
Dat maakt het voor veel partijen veiliger om niet te bewegen. Zo blijft de patstelling in stand.