De komende twee jaar wordt het Bourtangerveld flink aangepakt. Opschietende berken en zwarte elzen worden gekapt en extra geiten maaien de boel kort en klein. Het natuurgebied moet een adderwalhalla worden.
In de provincie Groningen komt de adder op niet veel plaatsen voor. Alleen bij het heuvelachtige natuurgebied Appelbergen bij Glimmen op de grens van Groningen en Drenthe. Reptielenorganisatie Ravon onderzocht waar in Groningen nog meer kansen zouden liggen om de adder terug te brengen. Niet gewoon omdat het leuk is, maar ook omdat de adder in de hoogveengebieden vroeger veelvuldig voorkwam.
Dat was ook het geval op het Bourtangerveld. Dat gebied was deels al sinds 1939 in handen van Het Groninger Landschap, maar werd tot 2005 nog gebruikt als landbouwgebied. Daarna maakten de terreinbeheerders er natuur van. Men schraapte de vruchtbare bodem af en toverde 100 hectare droog schraalland tevoorschijn.
Luie geiten
Het is arme grond voor heide en grassen. Ideaal voor de helderblauwe klokjesgentiaan, de knalgele verfbrem en de steenanjer met zijn paarse bloemetjes. Ook fladdert de bruine vuurvlinder in die droge gebieden rond, waar hij op schapenzuring en veldzuring neerstrijkt om eitjes te leggen.
Grazende konikpaarden en geiten moesten ervoor zorgen dat de grond arm bleef en dat struiken en bomen de boel niet zouden ‘verbossen’.
Maar de geiten werkten de afgelopen tijd niet hard genoeg. ,,Vanwege de droge jaren in combinatie met extra stikstof konden bomen, vooral berkjes, sneller kiemen en groeien”, vertelt natuurbeheerder Silvan Puijman van Het Groninger Landschap. Daarom gaan aannemers twee jaar lang aan de slag om boompjes en struiken te kappen. Daarna komen er extra geiten om de planten kort te houden. Op andere plekken worden juist struiken geplant om de adder terug te krijgen.
Duitse slangen
Want hoewel het Bourtangerveld al bijna twee decennia een natuurgebied is, is de adder nog altijd niet terug. De slang verdween in de jaren 80 en werd de afgelopen tien jaar slechts twee keer gezien, vertelt Puijman. Dat moet veel vaker worden; het gebied is in potentie perfect voor de slang. Net over de grens met Duitsland, in het natuurgebiedje Neu Heedermoor, komen adders nog wel voor. Maar die durven nu de grensoversteek niet te maken door het open veld, waar ze hun leven niet zeker zijn voor hongerige buizerds of vossen.
Daarvoor wordt in een strook onderin het Bourtangerveld extra bosjes aangeplant. De slangen kronkelen langs de lage struiken naar de Groningse natuur. Voor de levendbarende hagedis geldt hetzelfde: ook die kan dankzij de bosjes terugkomen rond Bourtange.
Of de recreant er iets van ziet, betwijfelt natuurbeheerder Puijman trouwens. „Dan moet je veel geluk hebben. Het zijn schuwe dieren. Om adders te bekijken, kun je beter naar de rand van het Dwingelderveld in Drenthe.” ‘VVV-adders’ worden die makkelijk vindbare dieren gekscherend wel genoemd.
Juichende natuurbeheerders en de opmars van de adder
Als de adder terug is in Bourtange, juichen de natuurbeheerders. Want zo’n adder is een gidssoort voor dit type landschap met stukjes bos, heide, hoogveen en droog schraalland. Als de adder er zit, dan is de kwaliteit van de natuur goed. Ook voor de adders zelf is dat leuk. Als ze in meer gebieden zitten, vindt er vaker uitwisseling plaats tussen dieren: dat is goed voor een gezonde populatie. Het dier staat op de Nederlandse Rode Lijst aangeduid als ‘kwetsbaar’.
Dit is het begin van de opmars van de adder in Groningen, hoopt Melissa Onwezen, projectleider natuur van de Provincie Groningen. De volgende plek waar de slang vanaf Bourtange naartoe zou kunnen migreren, is allicht het Dal van Ruiten Aa. „Daar zat de adder vroeger ook.”
75.000 euro
De provincie stelt 75.000 euro beschikbaar voor de ingrepen in Bourtangerveld. Dat is onderdeel van de stikstofaanpak vanuit het Programma Natuur.