Foto van een knoflookpad op modder. Foto: Jelger Herder
In de donkere avond sjouwen twee mannen door het Hunzebos bij Valthe. De laarzen zakken diep in het drassige grasland. Bert Ottens (73) draagt een hengel met rood draad. Aan het uiteinde zit een onderwatermicrofoontje.
Bert Ottens (73) is samen met Jan Veldman (70) op pad om padden te tellen. De mannen gaan vier poelen inspecteren. In het water maken hitsige mannetjes nu een hoop kabaal. Het aantal brullende paddenknaapjes geven Ottens en Veldman door aan Ravon, de kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen.
Bij een modderpoel aangekomen, haalt Ottens een koptelefoon uit de linnen tas die om zijn nek hangt. Op die tas staat de tekst I ♥ schubben & slijm. In het donker draagt de vrijwilliger hem met gepaste trots, al geeft hij ook wel toe: „’t Is niet bepaald iets om mee over de markt te lopen.”
Behoedzaam gooit hij het draad in het bruine water. Nu is het wachten op het kenmerkende ‘klok-klok-klok-klok’ van de gepassioneerde paddenmannen die tegen elkaar oproepen. Klaarblijkelijk een aanlokkelijk geluid voor paddendeernes die zich ermee laten paaien. Voortplanting vindt plaats in diepe poelen.
‘Dit vergeet je nooit meer’
„Als je dit geluid eenmaal gehoord hebt, dan vergeet je het nooit meer”, vertelt Jan Veldman (70). Hij tuurt ondertussen in het water om rimpelingen van de padden op te vangen. Soms kan Veldman de padden zelfs horen zonder hydrofoon. Mits ze niet te diep zitten en waterplanten de poel niet overwoekeren.
Vandaag valt het niet mee. Mispoes, concludeert Ottens na een minuut geconcentreerd luisteren bij de eerste poel. „Nee… Er zit vagelijk wel wat leven in. Maar geen pad. Nee, helaas.” Ook bij de tweede vangt hij bot. Misschien de derde poel?
Vrijwilligers Jan Veldman (70) en Bert Ottens (73) luisteren aandachtig naar de geluiden in een poel. Foto: DVHN/Wouter Hoving
„Het lastig is dat je nooit weet wanneer ze gaan roepen. Het kan best zijn dat we luisteren in een vijver waar best padden in zitten. En toch horen we misschien niks”, zegt Veldman. „Dieren lezen geen boeken, die houden zich niet aan onze kalender.”
Veldman en Ottens uit Valthe zijn acht jaar vrijwilligers voor het tellen van de knoflookpad. Dat doen zij ieder jaar een aantal avonden eind april en begin mei. Niet voor niks, want de knoflookpad staat op de Rode Lijst.
Lezing
De mannen werden in 2015 enthousiast gemaakt tijdens een lezing over de knoflookpad in het dorp. Na dat praatje meldden ze zich beiden aan als vrijwilliger om de padden jaarlijks te tellen. Tot die tijd deden onderzoekers die er speciaal voor uit Nijmegen moesten komen dat. Met hen meldden zich nog twee dorpsgenoten. Inmiddels zijn er al wel tien vrijwilligers die helpen bij het tellen. Landschapsbeheer Drenthe ondersteunt hen met papieren en materiaal.
De telling bestaat standaard uit twee delen. Eerder deze avond, zo rond tienen, liepen de mannen over het betonnen fietspad langs de ijsbaan van Valthe. In die ijsbaan – zeg maar rustig: het knoflookpadden-epicentrum van de Hondsrug – huizen naar schatting tweehonderd stuks. Met een zaklamp schenen beide mannen in de berm. Een speurtipje van Ottens: „Hij lijkt op een rotte aardappel.”
De zoektocht ten spijt: geen aardappelvormige knoflookamfibieën bij de ijsbaan op deze regenachtige aprilwoensdag.
Zoektocht bij de ijsbaan. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Zoeken in poelen
Die vaste zoektocht was eerder deze avond. Nu zijn de beide mannen bij de derde waterpoel in het Hunzebos aanbeland. Opnieuw gooit Ottens met zijn geïmproviseerde hengel een microfoontje in het water en wacht hij op het kenmerkende ‘klok-klok-klok’.
Geruis van water, torren die met hun dekschild tegen elkaar aan komen. Ottens hoort niks anders. Veldman doet even de koptelefoon op. En dan heel voorzichtig klinkt er één ‘klok’. Hebbes! „Hij is vrij zacht. Dit is misschien een heel jong mannetje dat net begint”, denkt Veldman.
Soms vang je bot
De tellers gaan er twee of drie keer in de week ’s avonds laat op uit en doen dan metingen in meerdere poelen. Elk watertje moet drie keer worden beluisterd in één seizoen. En zo zijn er tientallen poelen. Vaak is het tellen ’s avonds koud werk en soms moeten de mannen in een waadpak door moerassig gebied heen. Voor dit werk is wel enig doorzettingsvermogen vereist. „Je hoort vaker niets, dan wel wat”, zegt Veldman. Teleurgesteld voegt Ottens toe: ,,Vorig jaar heb ik het hele jaar geen pad gehoord.”
Met een hengel met onderwatermicrofoon zoeken de vrijwilligers in Valthe naar hitsige knoflookpadden. Foto: DVHN/Wouter Hoving
„Maar een jaar eerder hoorde ik er in één poel zoveel!” Ottens was toen voor de paddentelling op stap met een speciale avondklokontheffing, toen nodig vanwege de coronamaatregelen. „Ik hoorde minstens tien. En ik was volmaakt gelukkig.”
Niks horen lijkt dan misschien jammer, maar Veldman benadrukt dat het niet erg is. „Een nulmeting is de meest onderschatte meting die er is. Dat heeft namelijk wel betekenis. Als je een aantal jaren niks hoort, en dan ineens wel, dan is er uitbreiding van de populatie; de padden hebben een nieuwe poel gevonden.”
Veldman en Ottens doen dus stevig hun best voor deze pad. Maar wat is er dan zo bijzonder aan deze amfibie? „Niks”, reageert Ottens. „Maar de Hondsrug is een van de walhalla’s voor de knoflookpad. Als onze ijsbaan het centrum is, dan dóé je dit gewoon als je in dit dorp woont.”
Toename?
Veldman vult aan: „Dat is puur intellectuele interesse. We willen de stand van zaken in de gaten houden voor het onderzoeksinstituut. Als je dit jaren doet, is het best interessant om te zien of iets af- of toeneemt.”
De knoflookpadpopulatie lijkt wat te stijgen in de afgelopen dertig jaar. Beeld: Ravon/nabewerking DVHN
En neemt de knoflookpad dan toe? Volgens cijfers van Ravon is de populatie gegroeid met een kwart sinds de helft van de jaren ’90. Goed nieuws dus. In het gebied rond Valthe merkt Veldman niet zo’n toename in de acht jaar dat hij metingen verricht. „Het is vrij stabiel.” De grootste bedreiging voor de knoflookpad is verlies van leefomgeving.
Dat proberen de mannen te voorkomen. Ook natuurbeheerders en provincie helpen daarbij. Bij Valthe heeft de provincie Drenthe een akker aangekocht om een goede biotoop te creëren voor de knoflookpad bij het natuurgebied Schaangedennen. In dat stukje land worden diverse poelen aangelegd waarin de pad zich thuis voelt. De vrijwilligers zullen controleren of de knoflookpad zich hier inderdaad toe laat verleiden. Ottens: „Het zou voor mij heel slecht voelen als de knoflookpad hier hard achteruit ging. Ik zou meteen gaan denken: wat kan ik eraan doen?”
Vanavond zit het werk er weer op. Rond middernacht lopen de knoflookpadtellers terug naar de auto. Ze ontsmetten hun schoenen met een desinfecterend stofje, zodat ze via de laarzen geen virussen meenemen als ze morgen weer in een ander gebied gaan tellen.
Eén knoflookpad zal er na vanavond in de teltabel komen te staan. Eentje maar. „Maar ach”, zegt Veldman, „het is sowieso altijd bijzonder om in de nacht in de natuur te zijn. Wanneer zie je anders de vleermuizen over het water scheren en de bosuil naar de boom vliegen?”
Vrijwilligers Jan Veldman (70) en Bert Ottens (73) zoeken naar de knoflookpad op het fietspad bij Valthe. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Belang van tellingen
„Er zijn nog ongeveer veertig plekken waar de knoflookpad voorkomt in Nederland, vooral het zuiden en oosten van het land. Het diertje is vrij zeldzaam. We willen graag in de gaten houden hoe het met zo’n soort loopt”, legt amfibieën- en reptielendeskundige Raymond Creemers van Ravon uit. Die onafhankelijke kennisorganisatie die inheemse reptielen, amfibieën en vissen beschermt kan met de telgegevens van Veldman, Ottens en andere vrijwilligers terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Drents Landschap vragen om mee te werken aan het behoud van zulke soorten.
Dat gebeurt niet alleen door vrijwilligers te faciliteren, maar ook door de leefomgeving zo geschikt mogelijk te maken voor bedreigde diersoorten.
De knoflookpad (zo’n 4 tot 6 centimeter groot) stelt vrij specifieke eisen aan zijn leefgebied. Hij wil graag open zand hebben om voedsel te zoeken zoals rivierduinen of extensief bewerkte akkers zoals aspergeakkers. De padden graven zich in met hun achterpoten, daarvoor moet het zand een rul zijn. Ook heeft de soort voedselrijk water nodig. De kikkervisjes van de knoflookpad worden groot en groeien snel. De dieren hebben veel voedsel nodig. Het ingewikkelde is dus: op land hebben de padden een voedselarme zanderige omgeving nodig, maar het water moet dan weer voedselrijk zijn en niet te zuur. Creemers: „Dat water en die zandgrond moeten op korte afstand van elkaar liggen. Dat is vrij zeldzaam. Die combinatie is best moeilijk te vinden.”