Auke Jongbloed en Aaltje van Altena bij hun vakantiewoning op Ameland. Foto: Jan Spoelstra
Gereformeerden lijken aan de wieg te hebben gestaan van het ontstaan van het zomerhuis-toerisme naar Ameland. Een gereformeerde schilder en architect bouwden ruim een eeuw geleden de eerste 26 zomerhuizen op Duinoord.
Dat onthulde Auke Jongbloed (74) in de doopsgezinde kerk in Nes op Ameland bij de presentatie van de historische roman Ameland Duinoord, 1939, die hij met hulp van zijn vrouw Aaltje van Altena (69) schreef. Eigenlijk had hij de directe link niet willen leggen, maar na vragen uit het publiek komt het er dan toch uit.
In de eerste decennia van de vorige eeuw ontsproten er op instigatie van burgemeester Johan Bolomeij vooral badpaviljoens in het duingebied. „Mensen kwamen voor het geneeskrachtig zeewater. Daarvoor gingen mensen naar Ameland, steeds meer.” In 1921 ontstond de vraag naar eigen onderkomens voor de badgasten. Schilder Klaas Wits en architect Jan Scheltema haakten daar gretig op in. „In hun enthousiasme hebben ze meteen vijf huisjes gebouwd.”
Bijbeldrukker
Dat was zo’n succes, dat er een jaar later al 26 zomerwoningen stonden. „Klaas Wits ging naar de gereformeerde kerk in Leeuwarden. Daar kwam mijn opa ook, bijbeldrukker Auke Jongbloed, naar wie ik vernoemd ben. Ik denk dat dat toch een van de redenen is dat hier een grote groep gereformeerden bijeen kwam. Iedereen zat bij zijn eigen zuil.”
Opa Jongbloed kwam vanaf 1922 elk jaar naar het Waddeneiland. Zoals in veel families bleven generaties Jongbloed altijd vakantie vieren op Ameland, vertelt Auke. Het was de aanleiding voor het schrijven van dit boek, waaraan vele jaren archieven doorpluizen door het gepensioneerde onderwijsechtpaar uit Castricum vooraf ging. „Ik kom er ook van jongsaf en heb mijn opa eens gevraagd: waarom altijd naar Ameland? Het was een man van weinig woorden. ‘Nou jongen’, zei hij, ‘we zijn een keer naar de Noord-Hollandse kust geweest en na een nacht slapen zei ik de volgende ochtend tegen je oma: dit was een vergissing’.”
De opa en oma van Auke Jongbloed met hun vier oudste zoons en een zus poserend voor hun zomerhuis Havik, een zogenaamd Frisia-huis. Foto: Uit het boek
Het is dan ook bewust dat de boekpresentatie in de doopsgezinde kerk in Nes wordt gehouden. In de jaren twintig werden de gereformeerden met vrachtwagens en bussen gehaald voor de zondagse kerkdiensten in de gereformeerde kerk in Hollum. Kerken in de doopsgezinde, hervormde of de katholieke kerk was in die tijd een brug te ver voor gereformeerden. Niet veel later werden er in de doopsgezinde kerk na de doopsgezinde dienst gereformeerde diensten gehouden voor de badgasten.
Te klein
De kerk bleek al snel te klein voor de gereformeerden, waarna in 1928 een houten hulpkerk werd gebouwd aan wat nu de Duinweg heet. Toen die kerk in 1934 verkaste naar een christelijk vakantiehuis met kerkzaal werd dit een bioscoop. „Dat vakantiehuis was waar nu het natuurcentrum staat. In de nieuwe kerkzaal pasten wel 500 gasten.”
Somero. Dit is het enige zomerhuis op Ameland met de status van Rijksmonument. Foto: Auke Jongbloed
Het huidige Duinoord is een vakantieterrein met nog altijd zo’n 200 chalets en stacaravans en een camping. Het Duinoord uit de jaren twintig en dertig was qua oppervlakte vele malen groter en begon al direct ten noorden van Nes. Die eerste vijf zomerhuisjes (voor 6 gulden per dag te huur) stonden bijvoorbeeld naast het nog steeds bestaande hotel Ameland. In 1939 telde Duinoord zo’n driehonderd bouwwerken, waarvan ruim 250 zomerhuizen. De meeste van die huisjes zijn in de Tweede Wereldoorlog verdwenen.
Oostenrijkse woningen
De eerste zomerhuizen op Ameland hebben meer linken met Leeuwarden. Ze werden in dezelfde stijl gebouwd als de houtskeletbouw van de monumentale Oostenrijkse woningen aan de Engelsestraat en de Harlingerstraatweg, die ook uit de koker van Wits en Scheltema komen. Op Ameland staat nog boven op een duin het Fosta Huis, een gemeentelijk monument.
Negen andere zomerhuizen deden in die buurt eerder dienst als dienstwoningen in Leeuwarden voor het Tijdelijke Rijksopvoedingsgesticht, tussen 1919 en 1923. In 1926 werden ze als recreatiewoningen verkast naar Ameland.
Burgemeester Bolomeij (die van 1906 tot 1942 aan het roer stond) speelde een grote rol in de ontwikkeling van het toerisme, vertelt Auke. „Amelanders leefden van visserij en landbouw, maar er was een zekere armoede. Ze zouden het beter krijgen als meer mensen naar de badplaats wilden komen. Midden in de crisisjaren dertig kon hij al een belastingverlaging doorvoeren, vanwege de komst van die badgasten.”