Anas kiest ervoor om vrijdagnacht niet naar de noodopvang in Stadskanaal te gaan, maar om buiten te slapen voor het aanmeldcentrum. Foto: DVHN
Zo’n 80 asielzoekers zijn vrijdagnacht met de bus naar een noodopvang in Stadskanaal gebracht. Niet iedereen ging mee. Anas koos ervoor om in Ter Apel te blijven.
Op de laatste snik is vrijdagavond voorkomen dat tientallen mensen moesten buitenslapen in Ter Apel. Het is de derde nacht op rij dat vluchtelingen ‘s avonds laat worden opgehaald van het voorterrein van het aanmeldcentrum. Binnen bij het COA is geen plek voor ze. Stadskanaal stelt een oude productieruimte van werkvoorzieningsschap Wedeka beschikbaar. Zaterdagochtend worden ze teruggebracht naar het grasveld.
Anas gaat niet mee naar Stadskanaal. Samen met zo’n vijf tot tien anderen kiest hij ervoor om op het gras te slapen. Het Rode Kruis is er al de hele dag en deelt nu ook dekens uit.
Mensen, geen dieren
Het heen-en-weer gesleep met hem en de andere vluchtelingen vindt Anas ontmenselijkend. „Ik wil niet behandeld worden als een dier. Ik ben een mens.” Hij wijst naar een groepje donkere gedaanten dat zich om een boom heen inpakt in slaapzakken, jassen en goud-witte warmtedekens. „En zij zijn dat ook.”
Vluchtelingen worden ‘s avonds laat naar een in allerijl opgezette noodlocatie gebracht en ‘s ochtends weer teruggebracht op het gras voor het aanmeldcentrum. „Er is niemand die ons wat vertelt over waar we aan toe zijn. We hebben de héle dag gewacht. En waarop? Op niets.”
Hij ziet er geen heil in om nu weer naar Stadskanaal te gaan, daar een bed te krijgen voor een korte nacht en weer in de bus te moeten, terug naar het beginpunt. Dat heeft hij nu al een paar dagen gedaan.
Zelfrespect behouden
Van de groep die achterblijft is Anas de enige die goed Engels kan spreken. Hij vindt het belangrijk dat de andere buitenslapers kunnen communiceren met COA of het Rode Kruis en vertolkt hun boodschap of oproep als dat nodig is.
De onzekerheid breekt hem na de afgelopen dagen mentaal op. Als je hoop hebt kun je sterk zijn, zegt hij. „Maar wat we horen zijn lege woorden of beloftes die niet worden nagekomen. Dan verlies je hoop.”
Hij blijft op het terrein omdat hij zijn waardigheid wil behouden, schets hij. Net als de andere buitenslapers. „Ze lijden nu een beetje meer. Maar je moet jezelf kunnen respecteren, voordat je anderen kunt respecteren.” Als hij het laat gebeuren dat hij zich als ‘een dier’ laat behandelen, verliest hij ook zijn zelfrespect, legt Anas uit. „Als we zo doorgaan met de situatie als die nu is, gaan ze niet hun best doen om het te verbeteren.”