Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Foto: Marcel Spanjer
De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) staat voor ingrijpende bezuinigingen die het onderwijs en de organisatie merkbaar zullen raken. De universiteit ontkomt niet aan harde keuzes, benadrukt vicevoorzitter Hans Biemans van het College van Bestuur.
Programma’s als het Honours College, Career Services en het Marco Polofonds dreigen vanaf 2027 te verdwijnen als het aan het universiteitsbestuur ligt. Daarnaast wordt er flink gesneden in vastgoedkosten en wordt niet langer uitgesloten dat er gedwongen afscheid moet worden genomen van personeel.
De bezuinigingen op de universiteit worden daarmee direct voelbaar voor studenten en medewerkers. De RUG moet tot en met 2030 voor zo’n 45 miljoen euro snijden in de kosten.
Gaat pijn doen
De universiteit houdt rekening met een daling van het aantal voltijdsbanen met ongeveer tien procent. Tot op heden probeerde de RUG dit vooral door natuurlijk verloop voor elkaar te krijgen en het niet invullen van vacatures. Het is maar de vraag of dat volstaat. „Als werk wegvalt en iemand nergens anders geplaatst kan worden, kan het betekenen dat we afscheid moeten nemen”, zegt Biemans. „Er zijn geen makkelijke keuzes meer. Die hebben we eerder al gemaakt. Deze bezuinigingen gaan pijn doen. Maar als we niets doen, dan verdrinken we.”
Het universiteitsbestuur wil zich nadrukkelijker richten op onderwijs en onderzoek, de twee kerntaken. Zaken die daar een afgeleide van zijn, komen sneller in beeld voor bezuinigingen. Binnen de organisatie wordt ook gekeken naar efficiency en aansturing. „We moeten steeds opnieuw kijken: draagt dit bij aan onze primaire taak: goed onderwijs en goed onderzoek? De wet verplicht ons niet om zaken als Honours College, Career Services of beurzen aan te bieden.”
Alternatief is kaasschaaf
De plannen leiden tot discussie binnen de universiteitsraad. Daar wordt gewezen op risico’s voor de onderwijskwaliteit, de werkdruk en de positie van studenten. Biemans legt de vraag waar precies gesneden moet worden nadrukkelijk terug bij de medezeggenschap: wie bepaalde onderdelen wil ontzien, zal moeten aangeven waar dan wel bespaard kan worden.
Tegelijk benadrukt hij dat het doel is om de kwaliteit van onderwijs en onderzoek overeind te houden. Maar dat dit zonder gevolgen zal gebeuren, wil hij niet beloven. De boodschap van het bestuur is helder: zonder ingrijpen lopen de financiële problemen verder op en komt de universiteit in grotere moeilijkheden. „Als we niet beleidsmatig bezuinigen, resteert de kaasschaaf en dat doet overal pijn. Dat scenario moeten we niet willen.”