Jacqueline van Duinhoven zingt een liedje met Samuel (3). ''Bij heel veel kinderen is het: eerst synchroniseren en dan rustig wachten op een reactie." Foto: Jaspar Moulijn
‘La-la-lien’ noemde een peuter haar ooit. „Prachtig”, vindt muziektherapeute Jacqueline van Duinhoven (66). Na veertig jaar neemt ze afscheid van de afdeling kinderrevalidatie van het UMCG in Beatrixoord. „Oren zijn ons eerste én laatst werkende orgaan. En er is te weinig aandacht voor.”
„Dit is een klankwieg”, zegt Jacqueline van Duinhoven. „Die gebruik ik onder meer bij jongeren met niet-aangeboren hersenletsel. Hierin ervaar je klank.” We zijn in haar werkruimte op de kelderverdieping van revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren. „Probeer maar!” De fotograaf neemt plaats in het houten omhulsel, waarin snaren zijn verwerkt. De muziektherapeute slaat de snaren aan.
„Ik voel de trilling niet echt”, zegt de fotograaf. „Ik hoor het alleen.” Van Duinhoven had het al gezien aan zijn houding. „Je hebt meer rust nodig, klopt dat?” De fotograaf knikt bevestigend. „Jarenlange ervaring”, zegt de therapeute met een glimlach. „Eigenlijk is je hele lijf trilling”, legt ze uit. „Als je spierspanning te hoog is, trilt het minder mee, zoals nu bij jou. Je brein staat te veel aan.”
Even later krijgt uw verslaggever een trillende stemvork tegen zijn hoofd aan gedrukt. „Heerlijk ontspannend is dit”, zegt hij verbaasd. Van Duinhoven knikt. „Ik leen de stemvorken soms uit aan ouders of collega’s die veel stress hebben”, zegt ze. „Even spanning afvoeren voor het slapengaan. Dit is een heel snelle manier. De meeste mensen staan te veel aan, met al die beeldschermen tegenwoordig.”
De werking van de trillende stemvork is wetenschappelijk aangetoond, zegt Van Duinhoven. „Psychologen passen het tegenwoordig ook toe.” Gedecideerd: „Afvoeren, afvoeren, afvoeren.” Dat is essentieel, zegt ze. „Als ouders te gestrest zijn, reageren ze niet goed op hun kinderen. Dan kun je niet synchroniseren. En dat is zó belangrijk voor de hechting tussen ouders en kind.”
Muziektherapeuten moeten vechten voor hun bestaansrecht
In maart neemt Van Duinhoven na veertig jaar afscheid als muziektherapeute op de afdeling kinderrevalidatie van het UMCG in Beatrixoord. Ze begon in een tijd dat haar vak nog nauwelijks serieus werd genomen. Er komt een opvolger, maar muziektherapeuten moeten nog steeds vechten voor hun bestaansrecht. „Oren zijn ons eerste én laatst werkende orgaan. En er is te weinig aandacht voor”, zegt ze.
Muziek werkt vanaf de baarmoeder tot in de dood
Klanken kalmeren het brein, dat is de basis. Een schat aan ervaring heeft ze ermee opgedaan. Maar hoe je klanken het best kunt gebruiken, verschilt per persoon. Muziekbeleving is voor iedereen anders. Dat begint al voor de geboorte. „Het oor is het orgaan dat als eerste volgroeid is, met 24 weken. Dan hoort een kind alles al.” Die kennis kun je inzetten om kinderen na de geboorte te kalmeren.
„Ik heb hier kinderen van wie de ouders zeggen: ‘Hij reageert niet op rustige muziek.’ Dan vraag ik: ‘Waar heb je naar geluisterd tijdens je zwangerschap? Rockmuziek? Zet dat op! En naar welke tv-serie keek je veel? Draai de tune daarvan!’ Dan zijn die kinderen meteen stil. Ik had een keer een moeder die bugel speelde. Daar werd haar kind rustig van. Want dat geluid was vertrouwd.”
Franse baby’s huilen anders dan Duitse
Ze wijst ook op een onderzoek van musicoloog Henkjan Honing. „Duitse en Franse baby’s huilen met een andere intonatie! Ze hebben de klanken en het ritme van de taal al in de baarmoeder waargenomen. En baby’s die vaker kinderliedjes en rijmpjes horen, leren de taal sneller en beter. Ritme en klank zijn de verborgen lijm van een goede taalontwikkeling.”
We zijn tegenwoordig veel te visueel ingesteld, zegt Van Duinhoven. „Horen en bewogen worden zijn essentieel. Het gehoor is niet alleen het eerste dat compleet is, het is ook het allerlaatste dat verdwijnt. Dat zie je bij mensen met dementie, maar ook in het stervensproces. Ik heb ook met oudere mensen gewerkt. Je kijkt altijd naar de muziek waarmee iemand is opgegroeid, muziek die vertrouwd is.”
Uw verslaggever vertelt dat hij bij het sterfbed van zijn vader, een gelovig man, vlak voor zijn sterven met zijn broer en zus psalmen en geestelijke liederen zong. „Dan heb je intuïtief het goede gedaan. Muziek komt binnen, de hartslag gaat naar beneden, en dan kan iemand het leven gemakkelijker loslaten. Muziek werkt vanaf de baarmoeder tot in de dood.”
Dubbel gehandicapt broertje
Van Duinhoven raakte al in haar vroege jeugd overtuigd van de bijzondere werking van muziek. „Ik had een dubbelgehandicapte broer die een jaar jonger was. Hij had het syndroom van Down en was lichamelijk beperkt. Mijn moeder kreeg moeilijk contact met hem, maar ik kon hem wel bereiken met zingen en muziek maken.” Omdat haar ouders in Brabant een winkel hadden, verhuisde haar broertje al jong naar een instelling.
„Die instellingen zaten destijds ver weggestopt in de bossen, met gesloten deuren en bedjes met tralies. Als ik mijn broertje bezocht, zag ik daar allerlei kinderen die je nu op de revalidatieafdeling ziet. Dat fascineerde me enorm. Waarom liggen die kinderen daar? Wat is er aan de hand?” Toen ze ontdekte dat ze met muziek contact kon maken, wist ze dat ze daar later wat mee wilde doen. „Ik zat toen nog op de lagere school!”
Muziektherapeute Jacqueline van Duinhoven neemt na veertig jaar afscheid van de afdeling kinderrevalidatie van Beatrixoord. Foto: Jaspar Moulijn
Later werd van Duinhoven actief in het jeugdwerk en opnieuw bleek muziek een ingang. „Ik werkte met jongeren bij zomerspelen: pubers die je maar moeilijk erbij kon betrekken. Maar als je iets met muziek deed, trommelen ofzo, dan lukte het wel om verbinding te maken. Ik wist al heel jong dat muziek anders binnenkomt. Ik paste ook op bij een gezin, waarvan het jongste kind autistisch was. Ik kon ermee omgaan.”
Zo leerde ze, al voordat ze aan haar opleiding muziektherapie in Amersfoort begon, dat je altijd eerst moest uitvogelen hoe en waarmee je een ingang vindt. „Zingend? Ritmisch? Hoe synchroniseer je? Waar moet ik op insteken? Als kinderen in de groepstherapie hier erg moe zijn, dan steek ik in op een zesachtste maat.” Ze pakt haar gitaar erbij en tokkelt zacht golvende, rustige muziek.
Op een trommel kun je ook zitten
Een van haar oudere zussen ging naar het conservatorium, maar dat wilde Van Duinhoven niet. „Mijn zus zei altijd: ‘Wat jij in Amersfoort geleerd hebt, is iets heel anders.’ Zij leerde een instrument bespelen, ik heb geleerd hoe ik ánderen kan laten spelen. En hoe je er niet alleen op maar ook mee kunt spelen. Een instrument, of het nou een gitaar is, een trommel of een blaasinstrument, is een middel, iets waarmee je ervaringen op kunt doen.”
Op een trommel kun je slaan, maar je kunt er ook op gaan zitten, legt Van Duinhoven uit. „Ik heb kinderen gehad die klank gingen maken door ergens in te kruipen. Als muziektherapeut moet je kijken wat je een ander met het instrument kunt laten doen. De belangrijkste vraag is: wat is nodig voor de ontwikkeling van het kind?”
Ze kwam in 1986 als muziektherapeut bij het Centrum voor Revalidatie in Beatrixoord werken. „Eerst voor 8 uur in de week, toen nog voor alle kinderen én volwassenen hier.” Ze eindigt met een contract voor 23 uur in de week. „Mijn opvolger krijgt gelukkig meer uren.”
Elk kind is anders, heeft een andere achtergrond en vraagt om een andere benadering, vertelt Van Duinhoven. „Ik werk zeer divers. Het is echt maatwerk. Als muziektherapeut moet je weten wat iemand kan. Ik begin vaak op een afstand met de gitaar om te kijken hoe iemand reageert. Observeren. De stem en snaarinstrumenten zijn vaak de eerste ingang.”
Samuel is zo gefascineerd door de oceandrum dat hij met zijn gezicht bijna in het instrument kruipt. Foto: Jaspar Moulijn
Als ze de juiste klank voor een ingang gevonden heeft, maakt ze liedjes op maat. „Je kunt heel veel met muziek. Ontspannen, maar ook activeren. Kalmeren en rust geven zijn de basis. Je komt niet binnen bij een kind als het brein eerst nog tot rust moet komen. Het eerste dat ik kinderen leer is: ‘Sta als een boom en luister naar de stilte.’ Als ze dat kunnen dan ben ik klaar.”
Samuel
Het is vandaag een van haar laatste werkdagen. Jacqueline van Duinhoven komt met Samuel aan de hand zingend haar werkruimte binnen. „Hallo Sammie”, zingt ze, „kom maar mee naar binnen.” Samuel is 3 jaar. Hij heeft het ReNU syndroom, een genetische aandoening. Hij loopt met een kleine rollator naar een blokstoeltje. Hij heeft vanmorgen groepstherapie en krijgt nu een kwartier individueel muziektherapie.
Als Samuel zit en nieuwsgierig om zich heen kijkt, neemt Van Duinhoven op de grond plaats met een gitaar en zingt hem toe. Ozewiezewoze en Klap eens in je handjes komen voorbij maar ook zelfgeschreven liedjes, op maat gemaakt voor Samuel. „Bij heel veel kinderen is het: eerst synchroniseren en dan rustig wachten op een reactie.” Als het contact eenmaal is gemaakt dan kan er veel.
Ze speelt gitaar, zingt, laat met Samuel een ei door een buis rollen en ze bespelen samen een oceandrum: een trommel met kogeltjes die al rollend een zeegeluid voortbrengen. Samuel is er zo door gefascineerd dat hij met zijn gezicht bijna in het instrument kruipt. „Met dit instrument combineer je het visuele met geluid”, zegt Van Duinhoven. „En je kunt het voelen, dat vooral.”
Ze werkt nu anderhalf jaar met Samuel. „Een van de eerste dingen die ik hem geleerd heb, is stilstaan als een boom.” Gronden, aarden. „Dat hebben we allemaal nodig”, zegt Van Duinhoven. Inmiddels kan Samuel zonder rollator lopen, op het ritme van de muziek. „Stap, stap, stap”, zingt Van Duinhoven van een afstandje en Samuel loopt zonder rollator naar haar toe.
Jacqueline van Duinhoven aan het werk met Waldemar, die een ei door een buis laat vallen. Foto; Jaspar Moulijn
„Muziek is echt een ingang voor Samuel, waarbij hij kan aangeven wat hij wil”, vertelt zijn vader Simon Brust even later, als zijn zoon weer bij de groepstherapie zit. „Hij wil altijd hierheen. Jacqueline leest hem heel goed. Als ouders zijn we in alle drukte nog wel eens ongeduldig. Dan krijg je er niks uit bij hem. Jacqueline neemt de tijd en volgt hem. En dan zie je dat hij initiatief neemt.”
Waldemar
Nadat ze Samuel heeft teruggebracht naar de therapeutische peutergroep, komt Van Duinhoven terug met Waldemar voor een kwartiertje individuele muziektherapie. Waldemar heeft uitvalsverschijnselen aan zijn rechterkant, als gevolg van een hersenbloeding die hij kreeg toen hij 7 maanden was. Inmiddels is hij 3 jaar. Na binnenkomst zoekt hij een plekje in de hoek. „Hij heeft veiligheid nodig”, zegt Van Duinhoven.
Ze zingt een liedje voor Waldemar, die zelf aan de snaren van haar gitaar tokkelt, ook met zijn slechte hand. Alle eendjes zwemmen in het water komt voorbij en Van Duinhoven improviseert. „Eerst sprak hij niet, maar nu zegt hij af en toe ook woorden. Hij leert allerlei dingen die hij kan doen. Muziek is een van de eerste middelen waarmee je contact over en weer kunt bewerkstelligen.”
Waldemars moeder, Saakje Visser, is blij met het kinderrevalidatiecentrum van het UMCG. „Waldemar krijgt hier alles op één plek: logopedie, ergotherapie, fysiotherapie. Muziektherapie is een van de onderdelen.” Het is de combinatie die het hem doet. „Muziek helpt Waldemar heel erg om rustig te worden. En als je met je aangedane rechterhand geluiden kunt maken, dan wil je wel. Hij is altijd heel blij als hij Jacqueline ziet.”
Visser heeft het idee dat bij muziektherapie een diepere laag bij haar zoon wordt aangesproken dan bij de andere therapievormen. „De andere therapieën zijn meer op vaardigheden gericht, zoals knutselen. Dat heeft geen diepere betekenis. Bij muziektherapie gaat een ander deurtje open. Waldemar is een stuiterkind, maar hier komt hij tot rust.”
Neuriën
Van Duinhoven stuurt de ouders van de kinderen die ze behandelt vaak op maat gemaakte liedjes toe, die ze ook thuis kunnen gebruiken. Ze voorziet hen daarnaast van allerlei praktische tips. „Is je kind onrustig? Ga van een afstandje neuriën”, zegt de muziektherapeute. „Of ga langzamer en zachter praten. Dan heb je hun aandacht te pakken. ‘Nee’ zeggen komt doorgaans niet binnen.”
Contact maken, hechting, is cruciaal. En dat valt niet mee in een wereld waarin iedereen altijd aan staat door de overvloedige aanwezigheid van beeldschermen en telefoons, en de niet aflatende stroom aan prikkels van buitenaf. „Met muziek maak je verbinding. En als je neuriet kun je niet boos worden. Zo simpel is het.” Muziektherapie is ook de basis voor veel andere vormen van therapie.
"Waldemar leert allerlei dingen die hij kan doen. Muziek is een van de eerste middelen waarmee je contact over en weer kunt bewerkstelligen.” Foto: Jaspar Moulijn
Met een holistische aanpak en combi-behandelingen bereiken we mooie resultaten, zegt Van Duinhoven. „Ik kan het brein met klank laten ontspannen, waardoor bijvoorbeeld de fysiotherapeut een beweging kan oefenen. De ergotherapeut vraagt om liedjes en muziekmaterialen op maat, waardoor een kind gestimuleerd wordt twee handen te gebruiken.’”
Met de logopedist op Beatrixoord behandelt ze bijvoorbeeld kinderen bij wie door een motorische ontwikkelingsstoornis of ernstig trauma de spraak is verstoord. Daarbij zitten onder meer kinderen uit oorlogsgebieden. „Een van de methodes die we daarbij gebruiken heet SMTA. Die is ontwikkeld vanuit de ervaring dat zingen het spreken makkelijker maakt. Met muziek zie je dat op een gegeven moment de woorden komen. Muziek geeft beweging, ook in het mógen uiten.”
‘Sommige dingen zijn gewoon oer’
Als je klank maakt dan komt een kind in beweging, zegt ze. „Dat zeg ik al veertig jaar. Het helpt en leert kinderen om vorm te geven aan hun emoties.” Ze ontwikkelde zelf verschillende methodes, zoals kaartjes met emoties als ‘boos’, ‘verdrietig’, ‘bang’ plus bijbehorende melodietjes. Van Duinhoven zingt voor: ‘Ik ben boos, ik ben boos.’ En daarna, zachter en rustiger: ‘Ik ben verdrietig.’ „Alleen al op basis van de melodie kun je emoties onderscheiden.”
Muziek maken is ook gewoon plezierig. Van Duinhoven laat een filmpje zien van een zwaar gehandicapt kind dat met een zogenaamde magic flute – een makkelijk te bespelen elektronische fluit – prachtige, weemoedige klanken voortbrengt, terwijl zij hem op gitaar begeleidt. „Dat is ook goed voor het zelfvertrouwen van een kind. Je kijkt altijd naar wat iemand kan. Hoe ze hun emoties en gevoelens kunnen uiten.”
Muziek benadrukt niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van een kind
Als het even kan stapt ze daarna over naar akoestische instrumenten. „Die komen toch anders binnen. Meer fysiek.” Muziek is iets diep menselijks. „Gevoel voor geluid, melodie, ritme en beweging zijn aangeboren”, zegt ze. „Muziek biedt kinderen met een handicap een ingang om zich te uiten en contact te maken op een non-verbale manier. Het benadrukt niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van een kind.”
Ook voor volwassenen heeft Van Duinhoven tips te over. „Als je een vol hoofd hebt, heb je ook vaak spanning op je buik. Het is echt heel simpel, maar we doen het te weinig: liggen, benen omhoog, dan ontspant de buik. En als de buik ontspant, ontspant het hoofd. Sommige dingen zijn gewoon oer. Ik gebruik heel vaak muziekinstrumenten om klanken te maken op de buik. Dat zijn trillingen die doorkomen.”
Loslaten en vasthouden
Alles heeft te maken met loslaten en vasthouden, zegt Van Duinhoven. „Het eerste loslaten is als de navelstreng doorgeknipt wordt. Hoe ga je dan weer vasthouden? In elke levensfase zie je dat. Eigenlijk moet je als muziektherapeut naast over muziek ook heel veel weten over hoe een mens in elkaar zit. Je kunt alles vertalen naar loslaten, vasthouden en trilling.”
Veiligheid en vertrouwen vormen daarbij de basis. „Dat is essentieel. Het is zo belangrijk om daar aandacht aan te geven. Als de basis niet goed is en je krijgt wat, moet je eerst de basis herstellen om verder te kunnen gaan. Welke gereedschapskist hebben ze? Ik zie steeds meer ouders uit elkaar gaan. Daar heb je ook mee te dealen. Dat is van invloed op de manier waarop kinderen gehecht zijn en in het leven staan.”
‘La-la-lien’ noemde een peuter haar ooit. „Prachtig”, vindt Van Duinhoven. De muziektherapeute ademt niet alleen muziek, ze ís muziek. Maar nu, na veertig jaar, moet ze zelf loslaten. „Ouders zeggen wel: ‘Kunnen we jou niet klonen?’” Ze lacht. „Ook ouders moeten loslaten. Dat is belangrijk. Ik neem nu eerst de tijd. Muziek maken voor mezelf. Kijken of ik daar wat mee wil.”