Bij de brand op 2 november 2024 moesten 63 appartementen ontruimd worden. Foto: DVHN.
De man die 2 november 2024 brandstichtte in een flat aan de Oosterhamriklaan in Groningen blijft erbij dat hij met een sigaret in slaap viel. Toch moet hij mogelijk de cel in.
Hij herinnerde zich maandag in de Rechtbank Groningen weinig. De 52-jarige verdachte wist echter wel dat hij, na 15 tot 20 flessen bier, wiet en crack, in slaap was gevallen met een brandende sigaret en wakker werd omdat zijn dekbed in brand stond.
Bewijs voor zijn verhaal bleek er niet. Hoe en waar de brand in zijn woning op de begane grond was ontstaan bleek vanwege de heftigheid het vuur niet vast te stellen.
Brandweer kon ramp voorkomen
Het vuur bleek zo hevig dat zelfs zijn toiletpot was gesmolten en de brandweer had niet veel later moeten komen. De vlammen kropen langs de buitenkant van het gebouw al naar de volgende etage. Met 63 appartementen met deels kwetsbare mensen had er een ramp kunnen gebeuren.
Zijn advocaat hield het bij ‘een ontzettend vervelend ongeluk’ en benadrukte dat er geen bewijs was voor opzet. De officier van justitie meende van wel, onder meer omdat de man, vlak voor de 112-melding om 05.14, meermaals op zijn telefoon had ingelogd.
Gedreigd ‘de hele boel’ in brand te steken
Wat erop duidde dat hij niet sliep. Ook had hij, eenmaal wakker, niemand gewaarschuwd of zelf om hulp gebeld. Het vermoeden van opzet werd onderstreept door een buurman. Die meende, aldus de rechter, dat de verdachte de dag ervoor had gezegd de hele boel in de brand te steken.
Eenmaal buiten riep hij tegen een politieagent: „Wat heb ik gedaan, wat heb ik gedaan?” Waarna hij zich omdraaide met de handen op de rug, zo van: sla mij maar in de boeien.
Politieman en hulpverlener geschopt.
De brand was niet het enige waar de Groninger zich voor moest verantwoorden. Hij had geprobeerd het wapen van een agent af te pakken, ‘maak mij maar dood, maak mij maar dood’ geroepen en de politieman vervolgens geschopt.
Het overkwam ook een ambulancemedewerker. De man werd daarop aan een lantaarnpaal gebonden om de hulpverleners niet langer te hinderen. Later werd bij hem 5,27 gram heroïne en 2,40 gram cocaïne gevonden.
Mishandeling vastgelegd op bodycam
Bewijs genoeg voor brandstichting, aldus het Openbaar Ministerie. De mishandeling van de hulpverleners was bovendien op bodycam vastgelegd. Dus vroeg ze drie jaar gevangenis, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Maar de verdediging vond alles wat op tafel lag juist reden voor vrijspraak. Zelfs voor zijn gedrag op straat. Dat zou immers ook een gevolg kunnen zijn van verwarring door alcohol en drugs, rookvergiftiging, of de brandwond op zijn hoofd.
Overmatig alcohol- en drugsgebruik
Opzettelijk of niet, de brand was volgens de reclassering mede toe te schrijven aan de psychische problemen van de verdachte. Hij kampt mogelijk met trauma’s uit zijn jeugd in Somalië, met opgroeien in oorlogsgebied. Zijn overmatig alcohol- en drugsgebruik als gevolg daarvan en dat al heel lang, leidde tot een verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Het advies luidde derhalve langdurige klinische behandeling, aangezien de kans op herhaling groot leek. De verdachte was het daar zelf trouwens mee eens. Hij had geen gemakkelijk leven gehad, niet altijd de juiste keuzes gemaakt en wilde graag hulp.