Drukte bij Tast Toe bij Ruischerbrug. Foto: Jan Willem van Vliet
Hij is er weer: de Hollandse Nieuwe. Bij de Groningse vishandels is het gezellig druk. Maar de hamvraag is natuurlijk: hoe smaakt hij dit jaar?
Drie vishandels, drie keer drukte. Zowel aan het Sontplein, de Zonnelaan en bij Ruischerbrug is het druk, bij vlagen smoordruk. Bij Tast Toe in Ruischerbrug, de zaak van Anita Wiersema, hapt de van oorsprong Tunesische Adél (56) met smaak een Hollandse Nieuwe weg. „Héérlijk”, luidt zijn oordeel.
Meteen verkocht
Met een biertje en een glas korenwijn, zo nuttigt Stadjer Bram zijn haring. Foto: Jan Willem van Vliet
Adél is misschien wel de meest haringgekke Groninger die er is. „Als ik moet kiezen tussen een vrijpartij met een vrouw of haring, dan kies ik eerst de haring”, zegt hij grijnzend. „Ik woon nu 35 jaar in Nederland. We bezochten met school een keer de markt en daar aten we Nederlandse specialiteiten. Ik nam een hap haring en was direct verkocht.”
Bij Haringspecialist Wijbenga bereidt Bram, die twee harinkjes mee naar huis neemt, zich voor op het hoogtepunt van zijn dag. „Ik schenk een overheerlijk biertje in met daarnaast een glaasje korenwijn. En daar de haring bij.” Hoe dat smaakt? „Dat is onbeschrijflijk.” De metafoor die in hem opkomt houdt hij maar wijselijk voor zich. Met veelbetekende blik om zich heen. De andere wachtenden grinniken mee.
Ze zeggen dat hij lekker is
Mevrouw Jager (81) demonstreert aan het Sontplein hoe ze een haring hapt. Eentje zo, een op roggebrood. Foto: Jan Willem van Vliet
Onder het mom van ‘één is geen’ neemt ook mevrouw Jager (81) aan het Sontplein twee harinkjes mee naar huis. „Een zo”, demonstreert ze, de staart van een denkbeeldige haring boven haar mond. „En de ander op roggebrood. Héérlijk.” Eigenaresse Pamela Wiersema hoort alleen maar enthousiaste geluiden over de verse haring. „Ze zeggen dat hij heel goed is, lekker mild en vet.” Wat ze zelf vindt? „Ik probeer het elk jaar weer, maar ik lust het niet.” Ze haalt haar schouders op en lacht. „Ik geef niet op.”
Het haringseizoen, dat woensdag is begonnen en loopt tot eind september, is voor de vishandelaren een hoogtepunt. Drie weken topdrukte. Voorafgaand aan de officiële start krijgen de vishandelen monsters van verkopers. Na een proces van uitgebreid testen kiezen ze de lekkerste.
Pamela Wiersema en Quinten Harms van vishandel Sontplein. Beiden lusten geen haring, Pamela blijft het proberen. Foto: Jan Willem van Vliet.
Niet alles is goed
Thuis in Engelbert probeert Lammert Wiersema, die de zaak aan het Sontplein met zijn dochter bestiert en wél haring lust, via de telefoon uit te leggen wat er allemaal bij komt kijken. „Het is een heel procedé”, zegt hij. De vis moet rijpen en op het juiste moment worden ontdooid. Het komt heel precies. En iemand moet proeven.
„Ik heb er tien op”, bekent de visboer. „Niet alle haring die werd aangeboden was dit jaar goed”, vertelt hij. „Ik heb een goed netwerk, dus ik weet waar ik zijn moet. De haring die we verkopen is heerlijk.”
Klanten bepalen mee
Anita Wiersema – familie, inderdaad – van Tast Toe bij Ruischerbrug liet haar vaste klanten meebepalen welke haring vandaag over de toonbank gaat. „Ik vind het belangrijk te weten wat klanten lekker vinden.” De keuze was gemakkelijk dit jaar. „Ik ben er heel eerlijk in: hij is perfect.”
Haringspecialist Riemer Wijbenga herinnert zich 1988 en 2004 als absolute topjaren. Ook hij kijkt uit naar de opening van het seizoen, maar daar gaan wel weken van zenuwen aan vooraf. „Hij is niet te genieten”, zegt vrouw Tineke met een lach. „Dat duurt een week of drie.”
Ook nummer twintig smaakt goed
Elk jaar is haringhandelaar Riemer Wijbenga zenuwachtig voordat het haringseizoen losbarst. Foto: Jan Willem van Vliet
„Het is de natuur. Die bepaalt hoe de haring smaakt”, verklaart Wijbenga de spanning. „Dit jaar was de verwachting van de kwaliteit goed, maar ik weet het pas zeker als ik ze in de hand heb.” Proeven hoeft Wijbenga (’ik ben geboren in de haring, mijn vader had een groothandel in de Folkingestraat’) de verse vangst niet eens. „Ik weet het als ik de vis zie. Dit jaar is een goed jaar. De vis is vetter dan vorig jaar.”
Stel dat zo’n glibberig, vet visje met staart je niks lijkt, waarom zou je het volgens de haringgekke Adél toch moeten proberen? „Het is zo gezond en heerlijk. Het is dat ziltige, zoute, de zee.” Zo bont als Adél zal je het waarschijnlijk niet snel maken. Als twintiger at hij er eens twintig achter elkaar. Breed lachend: „Ook nummer twintig was lekker.”