Het was een warme editie van de marathon van Groningen. Foto: Jaspar Moulijn
Zondag werden er tijdens verschillende marathons in Nederland mensen onwel door de hitte. Hoe voelt oververhitting eigenlijk? LC-verslaggever Nel Jensma (31) liep de halve marathon in Groningen. Ze stapte noodgedwongen eerder uit.
Het zou warm worden zondag, dat wist iedereen vooraf. Ik had goed getraind, recent twee halve marathons gelopen en de dagen ervoor goed gedronken. Dit kon eigenlijk niet misgaan, toch?
Bij de start hing er een drukkende warmte. Het was benauwd maar ook bewolkt. Na een paar kilometer rennen veranderde het licht. De wolken trokken open en de zon viel op het parcours. Poeh, ineens was het heet.
Hoge hartslag
Mijn hartslag is tijdens inspanning vaker aan de hoge kant. Iets genetisch, heb ik me ooit door een sportarts laten vertellen. Normaal tik ik aan het eind van een race een hartslag van 190 aan. Dit keer liep ik niet harder dan anders, maar na 3 kilometer zag ik al 180 op mijn horloge staan. Shit, dacht ik, dat is wel hoog. Even goed doorademen.
Ik had een flesje water bij me en nam kleine slokjes. Bij de eerste waterpost, na 6 kilometer, gooide ik het bekertje water over mezelf, hopend op verkoeling. Pas later besefte ik: dat was mierzoete sportdrank.
Gloeilamp
Terwijl de kilometers voorbijkropen, kreeg ik het steeds warmer. Het was echt afzien, en ik was nog niet eens op de helft. Mijn hoofd voelde als een gloeilamp die steeds feller ging branden, alsof de hitte nergens heen kon. Bij elke waterpost dronk ik en gooide ik water over mezelf heen, maar het hielp niet. Mijn slapen bonsden.
Ik probeerde langzamer te lopen en zocht de schaduw op waar dat mogelijk was. Maar op de drafbaan in het Stadspark was er geen ontsnappen aan. Het parcours lag vol in de zon en het asfalt kaatste de hitte terug. Ik hield het niet meer.
Signalen
De laatste tijd hoor je steeds vaker over lopers die uitvallen door oververhitting. Wat waren de signalen ook alweer? Ik had de filmpjes allemaal gezien. In mijn hoofd ging ik ze langs: misselijkheid, warmte, kippenvel, verwardheid. Was dit wat ze bedoelden? Moest ik stoppen? Of had ik het gewoon zwaar zoals een halve marathon hoort te zijn? Ik voelde me niet verward.
Ik sprak mezelf toe: nog heel even, en als het niet beter wordt, stop ik gewoon. Maar beter werd het niet. Ik was misselijk, voelde mijn hoofd bijna knappen en kreeg overal kippenvel. Dit klopte niet, hoeveel signalen had ik nog nodig? Ik zat ertegenaan.
Nel Jensma tijdens de halve marathon. Foto: LC
Ego opzij
Even verderop was een waterpost en zette ik mijn ego aan de kant. Ik stapte uit.
Terwijl de stroom lopers aan me voorbijging, stond ik stil. Mijn hoofd begon verder te gloeien, mijn maag draaide bijna om. Mensen langs de kant vroegen of het ging, of ik iets nodig had. Ze steunden mijn besluit.
Terwijl ik balend mijn familie tegemoet liep, daalde het besef in. Dat werd sterker toen ik meerdere mensen zag liggen en sirenes hoorde loeien.
Ontregeld
De rest van de dag bleef mijn lichaam ontregeld. Het ene moment had ik een hitte-aanval, het andere moment overal kippenvel. Het was alsof mijn interne thermostaat helemaal de weg kwijt was.
Terwijl zondag duizenden mensen de finish haalden, waren er ook vele lopers die moesten uitstappen. Op het moment zelf voelde uitstappen als falen, achteraf voelt kiezen voor mijn gezondheid als de juiste keuze. Een halve marathon kun je altijd nog een keer lopen.