De Oekraiense vluchteling Taisiia Proshak heeft niet stilgezeten de afgelopen vier jaar in Slochteren. Foto: Dennis Venema
Na de Russische inval in Oekraïne duurde het niet lang of de eerste vluchtelingen kwamen deze kant op. Zij kwamen ook naar Groningen, Friesland en Drenthe. Hoe zien zij hun toekomst na vier jaar oorlog?
Taisiia Proshak (19) uit Slochteren
Op 1 april 2022 vluchtte de destijds 15-jarige Taisiia Proshak vanuit Zaporizja naar Slochteren. Samen met haar moeder, jongere broer, tante en haar twee kinderen, en twee grootmoeders, van wie er inmiddels één is overleden. Haar vader, die pastoor is, bleef achter. „Hij kan daar meer voor zijn mensen doen dan hier”, verklaart ze.
Tot op de dag van vandaag verblijven ze in het prachtige, voormalige gemeentehuis van Slochteren. In de afgelopen vier jaar heeft ze niet stilgezeten. Via onlineonderwijs rondde ze twee jaar geleden in Oekraïne de middelbare school af. Daarna is ze online aan een Oekraïense universiteit Engelse taal- en letterkunde gaan studeren. Ze moet nog twee jaar, maar spreekt de taal nu al vloeiend. Ze weet nog niet wat ze daarna wil doen. „Ik denk dat deze studie mij een goede basis geeft.”
‘We willen graag terug’
Naast haar studie heeft ze op de Internationale Schakelklas-school (ISK) in Appingedam Oekraïense kinderen geholpen Nederlands te leren. Veel familieleden van haar in Slochteren hebben ook banen. Zo werkt haar moeder in de Eemshaven in opdracht van een bedrijf voor Google.
Oekraïners in Noorden
In Nederland verblijven zo’n 135.000 gevluchte Oekraïners. De meeste zijn ondergebracht op opvangplekken van gemeenten. Maar ook particulieren hebben vluchtelingen onderdak geboden in hun huis. In het noordelijke provincies worden ongeveer 3350 Oekraïners in de provincie Groningen opgevangen. De gemeente Groningen neemt ongeveer 1100 voor haar rekening. Drenthe vangt zo’n 5000 vluchtelingen op, van wie 1000 in Emmen en een kleine 800 in Assen. In Friesland verblijven zo’n 4600 Oekraïners. Leeuwarden vangt daarvan zo’n 900 op.
Het grootste probleem voor Oekraïense vluchtelingen is volgens Taisiia dat het lastig voor hen is plannen te maken voor de toekomst. „We weten niet eens of we toestemming krijgen om hier te blijven of dat we weer naar Oekraïne kunnen gaan. We willen graag terug, maar als je vier jaar in een ander land woont heb je daar wel wat opgebouwd. Het is dus moeilijk om te zeggen wat ik wil. Ik weet ook niet hoe de situatie in Oekraïne zich ontwikkelt.”
Ze heeft het naar haar zin in Groningen. In Schildwolde bezoekt ze regelmatig de diensten in de Nederlandse Gereformeerde Kerk. „Ook heb ik een goede band met de docenten op het ISK in Appingedam. Verder heb ik een paar Nederlandse vriendinnen. Samen gaan we weleens naar de stad Groningen of zij komen hier.”
Na haar studie wil ze graag in Badhoevedorp naar het seminarie gaan, waar ook haar vader op heeft gezeten. Ze wil niet in zijn voetstappen als pastoor treden, maar wel graag een bijbelstudie volgen.
‘Triest dat mijn ouders al zo lang apart van elkaar leven’
Haar moeder en tante dromen ervan terug te gaan naar Oekraïne. Taisiia: „Voor ouderen is het een stuk moeilijker om zich aan te passen aan een andere samenleving. Het is ook heel triest voor mijn ouders dat ze al zo lang apart van elkaar leven. Het liefst willen ze samenwonen in Oekraïne.”
In het oude gemeentehuis wonen momenteel zo’n 115 Oekraïners. Taisiia omschrijft het als een Oekraïens dorp waar mensen sterven, worden geboren, verliefd op elkaar worden en scheiden. „Het leven gaat hier door. Het maakt niet uit wat er in de grote wereld gebeurt, overal proberen mensen gelukkig te zijn. De wil om gelukkig te zijn kan niemand ons afnemen.”
Iryna Linnichenko (46) uit Oranjedorp
Hans Poiesz (67) geeft in zijn huis in Oranjedorp al bijna vier jaar onderdak aan Iryna Linnichenko (46), haar zoon Vadym (21) en haar moeder Lydmila (77). Afgezien van ‘kleine ergernissen’ gaat dat volgens hem nog steeds redelijk goed. De afgekeurde scheepsmachinist lijdt aan extreme vermoeidheid. „Dat maakt het soms lastig. Er zijn momenten dat het mij te veel wordt. Als ik moe ben, schiet ik weleens uit mijn slof. Later heb ik daar spijt van.”
Hans Poiesz ( vlnr), Iryna Linnichenko, haar moeder Lydmila en haar zoon Vadym. Foto: Boudewijn Benting
Iryna, die aan de eettafel bij de munt -en gemberthee smakelijke deegrolletjes met zalm voorschotelt, is in haar geboorteland opgeleid als advocaat. In Kyiv werkte ze bij een bank. Hier is ze schoonmaker op een vakantiepark. Drie keer per jaar gaat ze naar haar man in Kyiv: in januari, mei en september. „Veel Nederlandse werkgevers zijn terughoudend wanneer werknemers meer verlof nodig hebben dan gemiddeld. Het schoonmaakbedrijf waar ik bijna vier jaar werkte heeft me daarom geen vast contract gegeven.”
Onlangs heeft ze een contract getekend bij een ander vakantiepark, waar ze als manager werkt. Door het geringe aantal uren, kan ze er niet van rondkomen. Een aanzienlijk deel van haar geld gaat naar Oekraïne. Ze schenkt naar eigen zeggen onder meer aan het leger en aan de dierenopvang.
Drie generaties Linnichenko hebben onderdak gevonden in Oranjedorp. Foto: Boudewijn Benting
Vorige maand is ze nog in Kyiv geweest. Het was de slechtste periode die ze zich herinnert. „Er waren aan één stuk door aanvallen met drones en raketten. Verder was het erg koud. De Russen hebben de energiecentrale bij ons huis kapot geschoten. Onze woningen hebben geen verwarming en heet water meer. Gelukkig hebben we nog wel koud water en een toilet. Wel moeten we die voortdurend afsluiten, anders bevriest het water.”
Met een app kan ze zien of ze thuis elektriciteit heeft. Het is niet onbelangrijk om dat te weten. „Als je om 3 uur ’s nachts elektriciteit hebt, moet je snel opstaan om de wasmachine te laten draaien en apparaten op te laden, onder meer om de elektrische kachels te kunnen gebruiken.”
‘We willen ons leven daar niet opgeven’
Van alle oorlogsellende is het haar van haar 54-jarige echtgenoot wit geworden. Toch komt hij niet deze kant op, weet Iryna. „Dat is geen discussiepunt voor ons. Hij zou makkelijk de grens kunnen oversteken, daar gaat het niet om. Hij heeft nog steeds een goede baan bij de bank. We willen ons leven daar niet opgeven.”
Het liefst wil ze zelf ook definitief terug naar Oekraïne, maar dan moet het wel minder gevaarlijk worden. „Als je nu gaat moet je dag en nacht een Telegramkanaal met de verwachtte drones- en raketaanvallen in de gaten houden. Je bent de hele tijd bezorgd. Het leven speelt zich helemaal af rond de oorlog. Op straat in Kyiv hoor je constant generatoren dreunen. Het is verschrikkelijk.”
Haar zoon Vadym werkt bij deurenfabrikant ConDoor in Oranjedorp. Zo probeert hij geld te sparen voor de hbo-studie international business die hij in Emmen wil volgen. Eerder had hij zich aangemeld voor een opleiding als tandartsassistent, maar zijn beheersing van Engels was onvoldoende. Vandaar dat hij nu een cursus Engels volgt. Ook zit hij op rijles. Iryna: „Ik ben er trots op dat hij het allemaal zelf betaalt. Vadym wil hier blijven. Voor hem is dat makkelijker dan voor ons.”