Arend van den Berg werkt al zijn hele leven in de meelfabriek, hij is een van de veertien werknemers die nu zijn baan verliest. Foto Anjo de Haan
Nog een dagje. Nog een ploegendienst. Nog een laatste kop koffie in de kantine en dan verstomt na bijna tachtig jaar het geluid van de molens en zeven in meelfabriek Waddenmolen in Uithuizermeeden. „Dit doet pijn, een groot deel van mijn leven speelde zich hier af”, vertelt hoofd productie Arend van den Berg (64).
„Kijk, daar gebeurt het.” Van den Berg wijst naar een collega die in de ‘opzakkerij’ staat; een machine pompt, staccato trillend, 25 kilo sneeuwwitte bloem in een opengehouden zak, die op een band wordt gelegd en een verdieping lager op een pallet valt, waarna die in een volgepakt magazijn terechtkomt.
Wat gebeurt er met de werknemers?
„Maar er gaat heel wat aan vooraf.” Hij neemt de lift naar de eerste verdieping en betreedt een enorme ruimte waar immense, pistachegroen geverfde machines staan. „Dit zijn de walsen, hier wordt de tarwe vermalen. Dan is het al gekeurd, geselecteerd en gereinigd van konijnenkeutels, modder, steentjes en glas.”
De meelfabriek sluit op 1 mei de deuren. Foto: Anjo de Haan
Hij was erbij toen de walsen werden geplaatst. Hij staart er even naar. „Raar idee dat dit er straks niet meer is. Dat ik en mijn collega’s hier niet meer rondlopen.” Vanaf vrijdag is de fabriek officieel gesloten.
Van den Berg was achttien toen hij voor het eerst de meelfabriek aan de Hoofdstraat binnenliep. Hij begon er en ging nooit meer weg. Nou ja, tot vrijdag 1 mei dan. Nota bene één dag voor de Dag van de Arbeid wordt al het werk neergelegd, waarna alle machines zwijgen. Volgens de Belgische eigenaar Dossche Mills, die de fabriek enkele jaren geleden overnam, kan het niet meer uit. De productie wordt overgeheveld naar de vestiging in Rotterdam. De veertien werknemers staan op straat.
De Moorlach-tijd
En zo verdwijnt een stukje geschiedenis uit het dorp. Een begrip. „Het is voor mij meer dan een salarisstrookje”, legt Van den Berg uit. „Meer dan alleen een werkplek.” Hij gebaart om zich heen. „Geen steen is mijn eigendom en toch voelt het alsof het van mij is.”
De meelfabriek verwerkt ongeveer 80.000 ton per jaar. Foto: Anjo de Haan
Hij werd nog aangenomen in de Gouden Tijd, oftewel de ‘Moorlach-tijd’. „Wim Moorlach was toen nog directeur, maar dat was hij eigenlijk helemaal niet. Hij stond het liefst op de productievloer en werkte gewoon mee als dat nodig was.”
Wim Moorlach (1938–2024) is de zoon van Johannes Moorlach, die met zijn broers Theo en Klaas in 1921 de korenmolen Simson kocht die op de plek van de meelfabriek stond. „Geen werk was te vies of te zwaar voor hem”, vertelt Van den Berg. Zijn collega Gerrie Boer (60), hoofd technische dienst, knikt. „Voor hem was de zomervakantie van de hoofdmolenaar (de persoon die verantwoordelijk is voor het proces van graan naar meel, red.) de mooiste drie weken van het jaar. Dan mocht hij namelijk zelf op de productievloer staan.”
Wim Moorlach. Bron: Familie Moorlach
Van den Berg glimlacht. „De saamhorigheid was destijds ontzettend groot.” Hij aarzelt even. „Ik weet eigenlijk niet hoe ik dat moet uitleggen. De sfeer was anders. Minder professioneel ook. Nee, dat bedoel ik niet negatief hoor, integendeel. Service stond hoog in het vaandel. Als een klant op zaterdagavond belde dat hij een nieuwe partij bloem nodig had, dan gooide de directeur de aanhangwagen achter zijn auto – een dikke Nissan – om dat te brengen.”
Hij denkt met graagte aan de decembermaanden van vroeger, als de gratificatie „twee maandsalarissen, mijnheer” tijdens een groot feest werd uitgedeeld. „Directeur Moorlach nam dan het woord, iedereen applaudisseerde en dan …”
„… kwamen de envelopjes”, vult Boer aan. „Dan ging iedereen even ‘plassen’ om op de wc de inhoud te tellen. Je wist het natuurlijk wel, maar toch ging je even kijken. Natuurlijk niet waar iedereen bij was.”
Gerrie Boer staat ook bekend als de Willie Wortel van de meelfabriek, hij lost elke storing op. Foto: Anjo de Haan
Beide mannen praten over een fabriek die niet meer bestaat; hoe hout en analoog plaatsmaakten voor circuits en digitaal, over verdwenen collega’s, reorganisaties, Engelse en Duitse eigenaren en een werkethos dat nu voor opgetrokken wenkbrauwen zou zorgen. Van den Berg: „Nu heb je door nieuwe molens en laserbeveiliging en zo nog nauwelijks storingen, maar vroeger had je er wel drie, vier op een dag. Wie belde je dan? Gerrie natuurlijk.”
Op deze foto uit de jaren dertig staan de broers K. Moorlach Sr en op de wagen K. Moorlach Jzn. Bron Collectie G Moorlach, Groninger Archieven/Gemeente Het Hogeland
Hij fluistert bijna, alsof hij een geheim verklapt. Alsof hij ervoor waakt dat zijn collega het hoort. En misschien is dat ook wel zo. „Hij is echt de Willie Wortel van de fabriek. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat er een storing was die hij niet kon oplossen. Was hij op vakantie? Dan kwam hij gewoon terug of hij belde. Maar zo waren we allemaal. Man, vroeger kwam je thuis en dan zat je broodtrommel nog vol. Had je gewoon geen tijd om te eten.”
Woningen op de plek van de fabriek?
In een muur van de controleruimte zit nog een relikwie die herinnert aan die tijd: een controlepaneel dat voor de niet-ingewijde op een abstract kunstwerk uit de jaren zestig lijkt. Zwarte strepen verbinden in kaarsrechte lijnen rode lampjes met andere knoppen. Een meter, genaamd ‘Blower C’, wordt geflankeerd door witte naamplaatjes waarop wonderlijke namen als ‘Mount Everest’, ‘Weisshorn’, ‘Goudkorst’, ‘Jungfrau’ en ‘Matterhorn’ staan. „Namen van meelmerken”, legt Boer uit. „Maar we gebruiken dit paneel al heel lang niet meer.” Hij werkt sinds 34 jaar bij Waddenmolen. Een zucht. „Ik moet nog zes jaar, dus ik moet op zoek naar iets anders.”
Dit oude controlepaneel wordt al lang niet meer gebruikt. Foto: Anjo de Haan
Greta de Vries (58) zit vandaag nog op haar vertrouwde plekje in het lab. „Ik ga gewoon aan het werk. Maar het is heel gek, met werk bezig zijn waarvan je weet dat het straks ophoudt. Ik kan me er ook niks bij voorstellen. Straks, als ik overdag thuiszit, weet ik het.” Ook zij gaat op zoek naar een nieuwe baan.
Van den Berg is nog niet bezig met solliciteren. „Het lijkt me in mijn situatie vrij lastig. Een ander bedrijf laat me echt niet eerst nog een jaar een opleiding doen. Ach, ik moet het allemaal ook nog even verwerken. Weet je, ik kan me gewoon niet voorstellen dat dit …” Hij gebaart om zich heen. „… er straks niet meer is. Dit zijn niet alleen collega’s, we weten alles van elkaar: hoe elkaars kinderen en kleinkinderen heten. Dat laat je niet zomaar achter je.”
Ook Greta de Vries moet op zoek naar een nieuwe baan. Foto: Anjo de Haan
Uithuizermeeden zonder meelfabriek; het zal even wennen worden. Jan Klein (92) woont recht tegenover Waddenmolen. „Ik kijk al 61 jaar uit op de fabriek, vijftig meter verderop ben ik geboren. Ik heb nog gezien hoe boeren met paard en wagen door de straten reden. Ik zag hoe de fabriek werd gebouwd. En ik heb de vrachtwagens van de meelfabriek – echte Diamonds – af en aan zien rijden. In de Hongerwinter tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrokken er vrachtwagens met meel naar Noord-Holland.”
Jan Klein woont sinds 1961 tegenover de meelfabriek. Foto: Anjo de Haan
Een van zijn voorouders, Jan Willem Maarhuis, was nog eigenaar van de koren- en pelmolen Simson die op de plek van de meelfabriek stond. De molen werd gebouwd in 1819 en verving een ouder exemplaar dat er vóór 1748 stond. Johannes Moorlach kocht de molen in 1921 en bouwde er later de meelfabriek die aanvankelijk zijn naam kreeg.
‘Niet laten verpauperen’
Klein wil van de sluiting geen drama maken. „Het is natuurlijk jammer, maar dit soort ontwikkelingen houd je niet tegen. Zo gaat dat nu eenmaal. Ik heb zelf hier in het dorp een supermarkt, gecombineerd met een warenhuis en slijterij, gehad. Als je dat nu aan jongeren vertelt, zeggen ze: ‘o ja?’. Men weet het niet meer. Dat is helemaal niet erg, zo gaat dat. Met de fabriek zal het net zo gaan. Maar wat gaat er nu mee gebeuren? Ik hoop niet dat men de boel laat verpauperen.”
De Diamonds van meelfabriek Moorlach brachten tijdens de Hongerwinter meel naar het westen van het land. Links staat chauffeur Piet Burema bij een Chevrolet uit 1939 en rechts zijn collega Harm Wiering bij een Diamond uit begin jaren dertig. Bron: Collectie G. Moorlach, Groninger Archieven/Gemeente Het Hogeland
Wethouder Eltjo Dijkhuis (Gemeentebelangen) van de gemeente Het Hogeland wil nog niet op de zaken vooruitlopen. „Wellicht is het mogelijk om er iets voor bedrijven te vestigen of wonen te combineren met zorg. De gemeente is bezig met het maken van een dorpsplan; dit doen we samen met De Meijsters. Daarbij komt ook deze locatie ter sprake.”
Wat gaat er met de fabriek en de machines gebeuren? Het is nog onbekend. Foto: Anjo de Haan
Gerrie en Arend lopen een rondje over elke verdieping, alle zes. Langs de vierkante kasten waarin zeven normaliter al schuddend gemalen graan wikken en wegen, langs een mangrovewoud van groene leidingen. Overal klinkt de cadans van machines die puffen, sissen en zoemen. Een trap leidt naar het dak. Een strakblauwe lucht omlijst een royaal uitzicht op het dorp, de omliggende landerijen en de windmolens van de Eemshaven. Van den Berg glimlacht. „Mooi toch? Af en toe komen we hier, alleen om te kijken. Tja, kan straks ook niet meer.”
Het begon met een molen
Bij Waddenmolen werken nog veertien mensen. Het bedrijf uit Noord-Groningen, oorspronkelijk opgericht door de familie Moorlach, levert bloem en meel voor zowel industriële als ambachtelijke bakkerijen door heel Nederland. In 1948 bouwde Johannes Moorlach een meelfabriek in Uithuizermeeden. Op het hoogtepunt waren er vijftig werknemers in dienst.
In vreemde handen
In de jaren negentig kwam de fabriek in andere handen en ging verder onder de naam Ranks Meel, eerst als dochter van een Engelse organisatie en later als onderdeel van een Duits maalconcern. Het bleek lastig om het bedrijf winstgevend te maken, waardoor sluiting in 2014 dreigde. Wim Moorlach, zoon van de oprichter, voorkwam dit op 76-jarige leeftijd door de fabriek, die de naam Waddenmolen ’t Hoogeland kreeg, samen met compagnon Frank Vogelzang terug te kopen. De laatste werd later eigenaar van de fabriek.
De meelfabriek staat op de plek waar vroeger de korenmolen Simson stond. Bron: Uitgever G. Norg, collectie Groninger Archieven
Drie jaar geleden werd de fabriek verkocht aan Dossche Mills, dat tien fabrieken in binnen- en buitenland beheert. Dit familiebedrijf behoort tot de grootste maalderijen van Europa en verwerkt jaarlijks meer dan 1 miljoen ton tarwe. Het telt ruim 350 medewerkers en produceert bloem en meel voor de bakkerijsector.
Hoezo Duits graan?
De meeste tarwe die in Waddenmolen tot meel en bloem wordt verwerkt, komt uit Duitsland, omdat het eiwitgehalte hoger is. Een deel komt uit Nederland. „We hebben onder meer te maken met concurrentie uit Duitsland, waar de tarwe goedkoper is”, legde woordvoerder Nadine Claes van Dossche Mills eerder uit. „Afnemers kiezen steeds vaker voor Duitse of andere meelproducenten die goedkoper zijn. We zien ook een toenemende vraag naar eiwitrijk brood. Nederlandse tarwe is daar minder geschikt voor. Ook de transportkosten spelen een rol. Daarom hevelen we de productie over naar onze vestiging in Rotterdam.”
De meelfabriek domineert al tachtig jaar de skyline van Uithuizermeeden. Foto: Anjo de Haan
„Waddenmolen verwerkt ongeveer 80.000 ton per jaar”, vertelt economisch onderzoeker landbouw Mark Manshanden van Wageningen University & Research. „Er blijven twee meelfabrieken over: Dossche Mills en Royal Koopmans in Leeuwarden, die jaarlijks om en nabij 200.000 ton tarwe verwerkt. Voor kleinere molens, zoals Waddenmolen, is het moeilijker om mee te blijven doen. Hoe groter je bent, hoe meer je profiteert van schaalvoordelen, omdat je vaste kosten voor machines, arbeid en energie over een veel grotere productiehoeveelheid worden verdeeld.”