Hein Rumpt bekijkt de gevel met zijn warmtecamera. De meeste warmte lekt uit de ramen en deuren. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Elke gemeente heeft energiecoaches die gratis verduurzamingstips geven. Omdat het sowieso beter is voor het milieu én het prijsplafond voor energie is afgelopen, neemt Dagblad van het Noorden de proef op de som.
Hein Rumpt (66) springt in zijn elektrische, overdekte, 45km-brommobiel op drie wielen. Hij doet zijn werk als energiecoach nu twee jaar en is onderweg naar mij als klimaatverslaggever. Eens kijken of mijn tussenwoning in Sauwerd nog een tikkie duurzamer kan.
Snel wat tips scoren? Zie onderaan een top tien van Hein Rumpt.
Het huis heeft al spouwmuurisolatie en HR++-glas. Ik heb in de afgelopen twee jaren zonnepanelen gelegd, mijn bijkeuken laten isoleren, nieuwe radiatoren gekocht en een hoogrendements-cv-ketel aangeschaft. Maar ik kan vast nog wel meer besparen in mijn tussenwoning uit 1973.
Als Rumpt de tuin inloopt, laat hij er weinig gras over groeien. Hij pakt zijn warmtebeeldcamera en bekijkt de gevel van mijn woning. Geel, oranje of rood betekent: warmteverlies. Mijn voordeur kleurt rood en heeft blijkbaar dunnere panelen waar warmte doorheen gaat. Ook de ramen zijn rood op de camera. „Daar ontkom je niet aan.” De gevels blijven blauw, dat zit wel goed.
Binnengekomen ziet Rumpt meteen al laaghangend fruit. Heel laaghangend zelfs: mijn voordeur en woonkamerdeur missen tochtstoppers. En als we dan toch bezig zijn, raadt Rumpt een gordijntje achter de voordeur aan voor tijdens de wintermaanden.
‘Nuttig om te doen’
Rumpt is gepensioneerd huisarts en vrijwillige energiecoach van gemeente Het Hogeland in samenwerking met de Groninger Energiekoepel. Hij is toegerust met de nodige cursussen, maar is geen officiële adviseur. Hij vindt advies geven ,,gewoon nuttig” om te doen. De toenemende mondiale opwarming en afbraak van biodiversiteit houden hem bezig.
Bovendien is hij dankzij zijn eigen boerderijtje uit 1880 in Noordwolde zelf ook expert aan het worden op het gebied van verduurzaming. Hij verbruikte ooit 4000 kuub gas en 8000 kilowattuur aan stroom. „Ik zou er nu niet meer aan moeten denken: dan was ik meer dan 1000 euro in de maand kwijt.” Nu betaalt Rumpt voor zijn woning met 250 vierkante meter woonoppervlak nog maar 130 euro per maand.
Tijdens adviesgesprekken komt hij de gekste dingen tegen. „Besparingsmethoden zoals waxinelichtjes onder bloempotjes.” Ook online ziet hij veel onzin. „Ik word doodgegooid met reclames op internet van een bedrijf dat beweert dat je met een klein apparaatje in het stopcontact in een paar minuten je hele huis kan verwarmen.”
Vloerisolatie
Met zijn hoofd in mijn kruipruimte slingert Rumpt conclusies de wereld in. Die laag water is ongewenst en veroorzaakt kou. Een dompelpomp met vlotter kan het water voortdurend wegpompen. Isoleren, bijvoorbeeld met schuim, zou hier een grote energiebesparing geven. En het is natuurlijk wat warmer aan de voetjes.
Hein Rumpt bekijkt de gevel met zijn warmtecamera. De meeste warmte lekt uit de ramen en deuren. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Op zolder wijst Rumpt op mijn cv-ketel. Die staat op 70 graden. „Nu haalt hij niet het maximale rendement: het water dat terugstroomt is nog te warm om de rookgassen te doen condenseren.” Dat klinkt ingewikkeld, maar komt hier op neer: de ketel kan op 50 graden, waardoor warmte uit de radiatoren beter hergebruikt wordt. „Merk je niets van zolang het niet enorm vriest buiten. En anders zet je de cv op die dagen gewoon weer wat hoger.”
De buizen van en naar mijn cv-ketel zijn niet geïsoleerd. Klusje van vijf minuutjes om daar isolatiefoam omheen te doen, en de allergrootste besparing voor dit adviesgesprek is al gerealiseerd, zegt Rumpt.
‘No-brainer’
Zonnepanelen heb ik al. Ik krijg een schouderklopje. Die panelen zijn een no-brainer, vindt Rumpt. „Dat kan altijd uit, zelfs als de saldering verdwijnt.” Zelf heeft hij er dertig op zijn dak. Ze zijn een belangrijke reden voor zijn lage maandlasten.
Als we van zolder vertrekken, zet Rumpt de lamp uit die ik aan liet staan. „Ook zulke dingen helpen al, hè?”
Tal van tips passeren de revue: ledlampen, folie achter mijn kachel, tochtstrips, inkorten van mijn gordijnen zodat de warmte ’s avonds niet rechtstreeks door de muren en ramen vertrekt, drangers waardoor deuren automatisch dichtklappen. Ook een hybride warmtepomp zou hier makkelijk uit kunnen, denkt Rumpt. In de badkamer raadt hij een infraroodpaneel aan: een stuk zuiniger dan de radiator als je de verwarming toch maar voor een kort douchebezoek gebruikt.
En de isolatie dan?
„Alles leuk en aardig met die tochtstrips en dichte deuren”, reageer ik. „Maar het moet ook nog een beetje ventileren. Anders heb ik overal schimmel.”
Rumpt knikt. „Dat is soms het gevaar van die kierenjacht, hé?” Hij heeft wel een suggestie voor zulke oudere woningen zonder centraal ventilatiesysteem: installeer in een ruimte waar je veel bent (zoals de woonkamer) een ‘decentraal warmteterugwinsysteem’. Nieuw aangevoerde lucht wordt opgewarmd met afgevoerde lucht. En deze decentrale ventilaties kosten – in tegenstelling tot de centrale alternatieven – geen duizenden euro’s.
Binnen twee uur staan alle tips van Rumpt op de mail met de tekst: ‘Veel succes!’