Stagiairs helpen mee in de bakkerij. Foto: Anjo de Haan
Bij Proef Lokaal Bakkerij Rutgers in Baflo is het groot feest. De bakkerij, die grotendeels draait op vrijwilligers, bestaat binnenkort drie jaar en heeft de prijs gewonnen voor beste speculaas zonder amandelen in Groningen.
Versgebakken broodjes, koeken en gebakjes vullen de planken. De geur van warme broden zweeft door Proef Lokaal Bakkerij Rutgers in Baflo. Om de paar minuten rinkelt de bel boven de voordeur wanneer een klant met een lege boodschappentas naar binnen loopt.
Proef Lokaal Bakkerij Rutgers viert dubbel feest: de bakkerij heeft de prijs gewonnen voor beste speculaas zonder amandelen van Groningen en bestaat binnenkort drie jaar. Ongeveer twintig vrijwilligers, acht parttime werknemers en een paar stagiairs werken hard om vijf dagen per week vers brood, koeken en gebak in de schappen te leggen, te verkopen en te bezorgen.
„We zijn net bezig en nu al zo’n prijs”, zegt Paul Leenders (72), lid van het bestuur. „Het is een kroon op het werk.”
Geen bakkerij in het dorp?
Eerder was Bakkerij Rutgers een echt familiebedrijf, van vader op zoon. Vier jaar geleden kondigde de vorige eigenaar aan te stoppen. Hij kon geen opvolger vinden.
Een aantal dorps- en streekgenoten stak de hoofden bij elkaar, op zoek naar een oplossing. Want geen bakkerij in het dorp? Dat kan niet. Zo ontstond de stichting Proef Lokaal Bakkerij Rutgers die in november 2021 de deuren opende. Een bakkerij die voor een groot gedeelte draait op vrijwilligers uit Baflo en de omliggende dorpen.
Volgens Leenders is de bakkerij de enige in haar soort. „Het is een geluk dat we door de mensen uit het dorp het geld en de vrijwilligers dit voor elkaar konden krijgen.”
Carolien Datema (23) werkt al sinds de opening dolgraag bij de bakkerij. Foto: Anjo de Haan
Achter de toonbank, vol met gebakjes, staat Anita Janninga (55). Ze werkt al 34 jaar in de bakkerij. „Ik help niet alleen klanten, ik maak de stagiairs wegwijs en ik ondersteun de vrijwilligers.” Ze vindt het een prachtig concept. „Na de sluiting zat ik in de put. Na dertig jaar sloot het bedrijf waar ik alles heb geleerd, de deuren. Gelukkig kwam er voor mij weer een plekje”, zegt Janninga.
‘Het voelt echt als familie’
De bakkerij is een plek voor iedereen. Naast Janninga staat Carolien Datema (23) in een groen schort. Ze werkt sinds de opening bij de bakkerij. Datema begon als vrijwilliger en kreeg al snel een contract aangeboden. „Het voelt echt als familie”, zegt ze.
Zo zijn er nieuwe gezichten bijgekomen, maar oud gedienden zijn nog altijd aanwezig. „Het brood proeft misschien anders, nieuwe bakkers kneden het deeg. Toch smaakt het roggebrood drie jaar later nog precies hetzelfde. Elke woensdag is de vorige eigenaar, Anne Rutgers, hier te vinden om het te maken”, zegt Janninga.
Stagiairs helpen mee in de bakkerij. Foto: Anjo de Haan
Vrijwilligers
Met zoveel vrijwilligers lukt het goed om de bakkerij te runnen volgens Leenders. „En ze vinden lukt ook nog steeds. Of beter gezegd: vrijwilligers vinden ons. Ik heb nog nooit te hoeven adverteren om ze te werven”, zegt hij. Toch maakt Janninga daar een kanttekening bij: „Het zou fijn zijn als we meer vrijwilligers konden krijgen om meer flexibiliteit in de roosters te krijgen.”
‘Van en voor het dorp’
De bakkerij speelt een belangrijke rol in het dorp. „Voor elke vereniging proberen wij iets te betekenen. Niet in de vorm van geld, maar met broden of koeken. Zo klopte een vereniging laatst aan, toen hebben we koeken geregeld voor de jaarvergadering”, zegt Leenders. „Dat hoort bij ons als stichting. Wij zijn van en voor het dorp.”
Daarnaast verkoopt de bakkerij niet alleen zelfgebakken producten. Naast de toonbank hangen kaarsen aan lonten, een paar straten verderop gemaakt door een nieuw bedrijf in Baflo.
De kovviehouk waar dorpelingen en toeristen graag komen voor koffie en gebak. Foto: Anjo de Haan
Ook heeft de bakkerij een kovviehouk. „Veel mensen uit het dorp spreken hier af en in de zomer zitten hier fietsers te genieten van een drankje en een gebakje”, zegt Leenders terwijl hij aan de grote houten tafel zit. „We willen de komende jaren zo doorgaan, als een plek van het dorp met heerlijk brood”, zegt Leenders.
Dan klinkt het belletje boven de voordeur. De volgende klant stapt door de deur met een lege tas.