Formateur Rob Jetten (D66) na afloop van gesprekken met beoogd bewindspersonen het Johan de Witthuis. Foto: Ramon van Flymen
De plannen uit het coalitieakkoord bieden Noord-Nederland grote kansen op het gebied van wind-op-zee. De stikstofaanpak hapert alleen waardoor landbouwgebieden in onzekerheid blijven. En lagere inkomens worden hard geraakt.
Het Centraal Planbureau Planbureau voor de Leefomgeving hebben het akkoord van de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA doorgerekend. Uit hun analyse blijkt dat het kabinet-Jetten dat maandag van start gaat weliswaar ambitieuze plannen heeft maar dat ze lang niet altijd haalbaar zijn.
Groningen, Drenthe en Friesland worden in de kabinetsplannen en de analyse van CPB en PBL nauwelijks genoemd. Maar de impact op Noord-Nederland is wel degelijks fors.
Zo wil de coalitie tot 2055 voor 60 miljard euro investeren in windmolens op zee. Groningen en in het verlengde daarvan ook Drenthe en Friesland zouden daarvan kunnen profiteren doordat veel stroom moet aanlanden in de Eemshaven en de industrie in de regio moet elektrificeren. Dat zou duizenden banen kunnen opleveren en voor langdurige economische groei kunnen zorgen in de regio. Maar de uitvoering ervan is volgens het CPB en PBL onzeker door te weinig netaansluitingen, lastige vergunningverlening en tekort aan bouwcapaciteit.
Ingrijpende verandering landbouwgebieden
De coalitie wil het stikstofprobleem in de landbouw aanpakken met 20 miljard euro. Dat kan volgens CPB en PBL voor ingrijpende veranderingen zorgen in landbouwgebieden. Dat raakt in het Noorden gebieden bij de Waddenzee, veenweidegebieden en landbouw rond natuur in Drenthe. Boeren moeten verplicht methaanremmers gebruiken en krijgen nieuwe normen voor grondgebondenheid.
De haalbaarheid van die plannen valt volgens CPB en PBL ook tegen waardoor de vraag is of de stikstofdoelen voor 2035 gehaald worden. Veel normeringen moeten nog uitgewerkt en het is niet duidelijk of de beschikbare miljarden wel werkelijk besteed kunnen worden.
Lagere en middeninkomens geraakt
De coalitieplannen hebben ook grote gevolgen voor lagere en middeninkomens en mensen met chronische aandoeningen. Die groepen zijn traditioneel in het Noorden meer vertegenwoordigd. De midden- en lagere inkomens krijgen de meeste belastingverhogingen. Zij krijgen ook te maken met een hoger eigen risico in de zorg, tot 520 euro in 2030, en andere ombuigingen in de zorg. De kortere duur van de WW en kortingen op andere uitkeringen raken ook met name de lagere en middengroepen.
Volgens de doorrekening stijgt de armoede in Nederland licht; bij ongewijzigd beleid zou de armoede toenemen met 2,5 procent, dat wordt nu 2,7 procent.