Milio van de Kamp: ,,Ik word nu pas serieus genomen, nu ik universitair docent ben.'' Foto: Fjodor Buis
Warm douchen is nog steeds de hemel voor Milio van de Kamp. Hij groeide op in armoede en schopte het tot socioloog en universitair docent. Zaterdagavond vertelt hij daarover tijdens festival Let’s Gro in Groningen.
Zijn eerste hapje, eerste stapje, zijn eerste schooldag of de allereerste keer fietsen met losse handen: Milio van de Kamp (32) heeft er geen bewijsmateriaal van. Hij heeft vrijwel geen foto’s van zijn kindertijd. Ze zijn niet kwijt; ze zijn niet gemaakt.
Het is voor hem een detail uit zijn leven. Groter en ingrijpender was dat hij op een dag merkte dat ze thuis geen gas en licht meer hadden. Vanwege schulden aan de energiebedrijven waren ze ervan afgesloten.
,,Ik was toen ongeveer acht jaar’’, zegt Van de Kamp. Hij herinnert zich hoe ze elektriciteit verkregen via een verlengsnoer van de bovenbuurman, hoe zijn vader op een dag een campingkookstel hun huis binnen bracht omdat elke dag pizza of patat onbetaalbaar bleek, hoe koud het was. ,,De ochtenden vooral, als ik m’n bed uit stapte en op blote voeten over de koude betonvloer naar de badkamer liep.’’ Daar waste hij zich met een washandje, koud water en zeep.
,,Dat we werden afgesloten van gas en licht paste binnen het patroon van problemen waarin we verkeerden. Het verbaasde me niet. Het was alleen een groot probleem met grote consequenties’’, zegt hij.
Hoe lang ze zonder gas en licht zaten? Van de Kamp is even stil. ,,Mijn moeder is sinds vier jaar aangesloten.’’ Bijna 20 jaar leefden ze zonder.
Altijd geldgebrek en ruzies
Milio van de Kamp is geboren in 1991 in een kansarme wijk van Amsterdam, zijn broertje kwam vijf jaar later ter wereld. Zijn moeder rondde de mavo af, zijn vader geen enkele opleiding. Uiteindelijk vond zijn moeder een baan in een café, zijn vader scharrelde geld bij elkaar in het criminele circuit. Thuis was er altijd geldgebrek, waren er altijd schulden, een combinatie die volgens Van de Kamp zonder meer stress tot gevolg heeft. Ruzies en geweld tussen zijn ouders waren aan de orde van de dag.
Bewaar je ook mooie herinneringen aan je jeugd?
,,Ja, het opgroeien met m’n vrienden samen, avonturen beleven in de wijk. We trokken rond, later gingen we het centrum van Amsterdam verkennen. We voetbalden op zo veel mogelijk pleintjes.’’
Zijn het nog je vrienden?
,,Ja, maar we gaan niet meer echt met elkaar om, omdat we zulke andere levens hebben gekregen. Onbewust groei je uit elkaar als je je langzamerhand in een andere sociale klasse begeeft. Daar hoort impliciet bij dat je breekt met de plek waar je vandaan komt. Je hebt elkaar niet meer zo veel te vertellen.’’
Maar je verloochent je afkomst niet.
,,Zeker niet. Ik zweef een beetje in het midden. Ik ben anders gaan denken, heb andere interesses gekregen, loop nu rond in de universiteitswereld en ben ook nog eens auteur. Mensen van vroeger begrijpen niet wat ik aan het doen ben en op de universiteit hebben ze geen idee van armoede, van waar ik vandaan kom.’’
Voel je je alleen?
,,Ik heb me alleen gevoeld en onbegrepen, want het overgrote deel van de mensen in mijn nieuwe wereld weet niet hoe het is om in armoede op te groeien. Het is niet alleen een gebrek aan geld, maar ook aan kansen en mogelijkheden. Inmiddels praat ik met veel studenten die uit vergelijkbare omstandigheden als ik komen.’’
Mooie of warme herinneringen aan thuis heeft hij niet zo bar veel. ,,Flarden’’, zegt hij. ,,Als m’n moeder heel erg haar best had gedaan voor m’n verjaardag. Dat we naar de bioscoop gingen.’’
In zijn boek Misschien moet je iets lager mikken beschrijft hij de zomervakanties die hij van zijn vijfde tot zijn tiende jaar bij zijn oma doorbracht op de camping. Hoe hij daar de stress van thuis uit zijn lijf voelde verdwijnen, hoe hij onbezorgd zijn gang kon gaan zonder lawaai en geweld, met de luxe van een zwembad en elke avond de smakelijke warme maaltijden van zijn grootmoeder. Op een dag zorgde een ruzie tussen zijn vader en de familie ervoor dat Van de Kamp zijn oma jarenlang niet zag.
Naarmate hij ouder werd, realiseerde hij zich dat hij maar moeilijk kon genieten van mooie momenten. ,,Het slechte hangt altijd boven de markt. Nu nog ben ik wantrouwig als iemand me een compliment maakt, want ik verwacht dat daarna slecht nieuws en slechte intenties volgen.’’
Hij leert rond zijn achttiende zijn vriendin kennen. Niet alleen zijn ze onafscheidelijk; zij motiveert hem naar school te blijven gaan en hij mag bij haar thuis wonen nadat zijn vader hem de deur wijst. ,,Ik werd het huis uitgezet na een ruzie met m’n vader. Ik was op een leeftijd dat je de vernederingen en de vechtpartijen niet meer pikt.’’
Bij zijn vriendin thuis komt hij op adem. In de rust van een ‘gewoon huishouden’ leert hij na te denken over wat hij wilde. ,,Ik stond altijd in de overleefmodus. Bij ons thuis ging het erom het einde van de maand te halen. Dan leer je niet naar de toekomst te kijken.’’
De titel van je boek is ‘Misschien moet je iets lager mikken’, een uitspraak van een docent op de middelbare school. Waarom zei ze dat?
,,Omdat ik zei dat ik psycholoog wilde worden, een eerste poging van me om verder te komen in het leven. Ze zei met dat zinnetje eigenlijk dat ik dom was en wie was ik om daar tegen in te gaan? Daarna heb ik het heel lang opgegeven.’’
Hoe kwam je erbij om psycholoog te willen worden?
,,Ik wilde graag mensen helpen, maar het ging me denk ik ook om een stukje status. Het leek me dat je het als psycholoog goed voor elkaar zou hebben, zonder zorgen over geld of schulden. Het ging me denk ik niet echt om de baan zelf.’’
Bedoel je met status vooral dat je voor vol wordt aangezien?
,,Ja. We hebben het te weinig over status. Mensen willen geld verdienen om de primaire levensbehoeften te vervullen, maar ook om voor vol aangezien te worden. Daarom kopen arme mensen ook graag een mooie, grote televisie, omdat die ze een gevoel van eigenwaarde en trots geeft.’’
Ik heb tot mijn schaamte wel eens gedacht bij arme gezinnen: waarom die grote tv? Waarom twee grote honden?
,,Veel mensen zijn daar verontwaardigd over. Arme mensen moeten blijkbaar lijden, zonder televisie en zonder huisdieren. Kom op.’’
Fantaseren over de universiteit
Hij volgde de verkorte mbo-opleiding tot verkoopspecialist waarmee hij de stap naar het hbo waagde. ,,Ik deed sociaal pedagogische hulpverlening en haalde zomaar goeie cijfers. Het klikte. Ik ontdekte dat ik psychologie en sociologie interessant vond.’’
Hij begon te fantaseren over de universiteit en aangemoedigd door zijn vriendin ging hij psychologie studeren.
Hoe vond je dat?
,,Ik matchte maar moeilijk met de universitaire wereld. Ik wist niet hoe me te verhouden, ik gedroeg me anders, praatte anders, dacht anders. Ik was nog nooit in een museum geweest, ik had geen boeken gelezen en ik keek niet naar de juiste tv-programma’s. Ik praatte plat Amsterdams en ik snapte het gros van de spreekwoorden niet. Nog steeds niet. Kortom: het ging niet. Ik voelde me alleen en dom.’’
Hoe kwam je bij de studie sociale wetenschappen terecht?
,,Dat opperde mijn vriendin en die studie gaf me de tools om na te denken over de ongelijke structuren in onze samenleving die ten grondslag liggen aan armoede. Het voelt als een individueel probleem, het is moeilijk om je daarvan los te vechten, maar armoede bestaat vanwege systemen zoals kansenongelijkheid in het onderwijs en de overheid die burgers wantrouwt. Heel oneerlijk.’’
Inmiddels ben je universitair docent. Hoe beweeg je je daar nu?
,,Ik voel me nog steeds niet per se thuis op de universiteit. Ik heb altijd gedacht dat mijn achtergrond een belemmering was maar op zeker moment dacht ik: juist door mijn verleden weet ik heel veel dingen die jullie niet weten. Ik sta in mijn joggingbroek college te geven, ik praat nog steeds geen ABN, maar ik voel me niet meer dom. Ik heb mijn achtergrond geaccepteerd, dat is een belangrijke switch die ik heb gemaakt en nog steeds maak.’’
Wat is er denk je nodig om die kansenongelijkheid te doorbreken?
,,Dat is een te grote vraag. Het begint ermee dat bijvoorbeeld docenten en Tweede Kamerleden en journalisten ook de belangen van de armste groep behartigen. Arme mensen moeten de ruimte krijgen bij te dragen aan de oplossingen. De politiek wordt gedomineerd door hoogopgeleide mensen. Mensen als mijn moeder verliezen daardoor hun maatschappelijke stem. Ik word nu pas serieus genomen, nu ik universitair docent ben, terwijl mijn moeder exact hetzelfde verhaal heeft als ik. De politiek is er niet voor mensen als mijn moeder, terwijl zij veel meer dan de middenklasse afhankelijk is van die politiek.’’
Wie is je grootste voorbeeld?
,,M’n moeder. Echt waar. Ondanks alle problemen heeft ze zich altijd 100 procent ingezet voor ons. Dat was lang niet altijd mogelijk, het lukte lang niet altijd, maar ze is de meest stoere en meest wijze vrouw die ik ken. Dat zij nog steeds op haar benen staat, ondanks alles wat ze heeft meegemaakt... Dan verdien je een medaille.’’
Wat is je ultieme advies aan kinderen die in een vergelijkbare situatie als jij opgroeien?
,,Onthoud dat je een volwaardig en waardevol mens bent. Dat is het fundament om je krachtiger te verhouden tot alle problemen die je tegenkomt.’’
Tot slot: leef je in grotere luxe nu je universitair docent bent?
,,Geld en luxe betekenen niet zo veel voor mij. Die compenseren niet mijn verleden. Ik ben oprecht nog steeds blij met de douche die warm is, de kachel die aan gaat. Zo lang dat zo blijft, vind ik het wel goed.’’
Milio van de Kamp verzorgt zaterdagavond 4 november om 21:00 uur een lezing in het Forum in Groningen tijdens inspiratiefestival Let’s Gro. De toegang is gratis.
Armoede in Groningen
Eén op de vijf kinderen in Groningen groeit op in armoede. Groningen heeft na Rotterdam de hoogste werkloosheid, maar er zijn ook mensen mét werk die onder de armoedegrens leven. Volgens Van de Kamp is het beeld van een stad lastig te schetsen omdat er enorme verschillen bestaan tussen wijken. ,,Het armoedeprobleem is hardnekkig en groot, ook in Groningen. Je ziet er dezelfde patronen van uitzichtloosheid.’’