Martje Visser, aios interne geneeskunde van het UMCG, die promoveert op het het post-sepsis syndroom. Foto: Gerhard Taatgen
Het UMCG wordt een van de eerste ziekenhuizen met een poli voor mensen die een sepsis hebben overleefd. Die is nodig omdat aan de kwaliteit van leven van patiënten nog veel verbeterd kan worden.
Het is een van de meest gevaarlijke aandoeningen die je kunt oplopen. Eén op de vijf mensen die worden opgenomen met sepsis komt te overlijden. Met bijna 10.000 doden per jaar in Nederland geldt sepsis – een heftige reactie op een infectie met een bacterie of een virus (of in zeldzame gevallen een schimmel of parasiet) - als een van de meest dodelijke ziektes.
Wie sepsis overleeft, loopt bovendien een grote kans op een heel scala aan restklachten. Dit kunnen cognitieve problemen zijn, maar ook slaapproblemen, vermoeidheid, hoge bloeddruk en een minder goed werkend afweersysteem. ,,Maar liefst een derde van de patiënten die een sepsis overleeft, wordt binnen 90 dagen opnieuw opgenomen in het ziekenhuis”, zegt Martje Visser, aios interne geneeskunde en fellow acute geneeskunde van het UMCG.
Nazorg en onderzoek
Visser promoveert op de aanpak van de restverschijnselen na een sepsis, die samen het post-sepsis syndroom worden genoemd. Daarnaast is ze bezig met het opzetten van een nazorgpoli voor mensen die getroffen zijn door een sepsis, eind dit jaar. Het UMCG is één van de eerste ziekenhuizen in Nederland met een poli voor het post-sepsis syndroom, waar nazorg gecombineerd wordt met wetenschappelijk onderzoek, want er is nog veel onbekend over het syndroom.
,,We willen patiënten die een sepsis hebben gehad na een maand of drie graag terugzien op de poli”, zegt Visser. ,,We gaan dan kijken wat de gevolgen van de sepsis zijn voor de kwaliteit van leven en ook wat het effect van nazorg is op diezelfde kwaliteit van leven. Doordat we in de data-biobank Acutelines gegevens en bloed verzamelen vanaf het moment dat patiënten acuut ziek op de spoedeisende hulp behandeld werden, en dit later opnieuw doen op de nazorgpoli, beschikken we over unieke en zeer relevante gegevens en materialen voor wetenschappelijk onderzoek naar sepsis.”
Restklachten behandelen
Ook proberen de onderzoekers er achter te komen welke patiënten een grotere kans lopen op restverschijnselen. In de toekomst moet dit leiden tot een snellere behandeling en revalidatietraject voor de patiënt, wat de kansen op een beter herstel vergroot. ,,Nog altijd weten we niet goed waarom de ene patiënt volledig herstelt en de ander lang klachten houdt”, zegt Visser.
,,Als we begrijpen waarom sommige mensen lang na sepsis klachten houden, kunnen we op maat gemaakte hersteltrajecten ontwerpen. Daarnaast doen we onderzoek om te begrijpen waarom mensen klachten houden: als je de mechanismen van het post-sepsis syndroom kunt ontrafelen, kun je mogelijk zelfs nieuwe geneesmiddelen maken om restklachten effectief te behandelen.”
Ook bij de aanpak van sepsis zelf is nog veel ruimte voor verbetering. Zo is de acute aandoening bij het grote publiek nog altijd vrij onbekend. Ook zorgprofessionals denken niet altijd meteen aan een sepsis, omdat de symptomen erg verschillen en sepsis vooral in de vroege fase moeilijk te herkennen is. Koorts of juist een te lage temperatuur, niet goed kunnen plassen, extreem ziek zijn en een hoge hartslag komen vaak voor bij mensen die een sepsis hebben. Maar bij oudere of kwetsbare patiënten hoeven deze symptomen niet aanwezig te zijn en uit de aandoening zich soms alleen door verward gedrag.