De Sixtijnse kapel van het Noorden, oftewel de imposante, veertiende-eeuwse kruiskerk van Noordbroek krijgt z'n grandeur terug. Foto: Corné Sparidaens
De Sixtijnse kapel van het Noorden, oftewel de middeleeuwse kruiskerk van Noordbroek krijgt z’n grandeur terug. Stukje bij beetje worden eeuwenoude, door vocht en condens aangetaste, schilderingen hersteld. De heilsgeschiedenis wordt aangepakt.
,,We zijn boven’’, echoot het in de kerk. Binnen staat een steigerconstructie om u tegen te zeggen. Veel van de fresco’s die onderhanden worden genomen bevinden zich op een hoogte van eenentwintig meter.
We zien grijnzende duiveltjes, bazuin blazende engeltjes, heiligen, een bisschop die naar de hel gaat. Hoog op de steiger sta je oog in oog met verlosser en duivel. Hoe mooi zou het zijn als er een constructie in de kerk kon blijven staan om al dat eeuwenoude moois van zo dichtbij te kunnen blijven zien. Maar dit terzijde.
Restauratiestucadoor Daniël Oudman komt de ladders af en loopt naar een zwarte bak in een hoek van de kerk. Er staan emmers en vaten met kalk, krijt en calciumoxide; oftewel ongebluste kalk. Dat wordt met zand en water gebruikt om mortel van te maken. De juiste verhoudingen zijn vereist.
In een hoek van de kerk staan vaten met grondstoffen. Foto: Corné Sparidaens
Op een bakstenen muur zijn verschillende voorbeelden van stucwerk aangebracht. Daarbij hangen papiertjes waarop de samenstelling te lezen is. Drie delen zand, een deel schelp, een deel kalk of een deel water bijvoorbeeld. Oudman: ,,We kijken wat het best werkt voor de reparaties in dit gebouw. Elke kerk is anders.’’
Het is een secuur werkje, vooral ook omdat er met ongebluste kalk wordt gewerkt. Als het met water in contact komt, ontstaat er warmte. ,,Voel maar eens aan de onderkant van de emmer.’’
Muurschilderingen bladderen af
Hij gaat weer naar boven waar het team van restauratoren Aafje Bouwhuis en Manon Journée ingespannen bezig is om muren met Bijbelse figuren en fantasiewezens onder handen te nemen. ,,Het laatste grote onderhoud aan de schilderingen is alweer bijna 50 jaar geleden’’, zegt Bouwhuis.
Dat is te zien. Muurschilderingen bladderen af, gewelfschilderingen verkeren in een slechte staat en zijn flets geworden. Met vocht en condens als de grootste bedreiging. Er is bevingsschade. Als gevolg van een brand jaren geleden is roet in de muren en de pleisterlagen getrokken. ,,We zijn nog wel even aan het werk’’, zegt Oudman die met een spateltje een klein beetje mortel aanbrengt. Het is voorzichtig en soms tijdrovend werk. ,,De hele klus duurt zeker een jaar.’’
Met een spateltje wordt stucwerk aangebracht. Foto: Corné Sparidaens
In etappes zijn zes mensen bezig. Oudman: ,,We gaan ook in de winter door.’’ Zeker zeven ton kost de renovatie die in opdracht van Groninger Kerken wordt uitgevoerd.
,,We spreken liever van conserveren dan van restaureren’’, zegt Bouwhuis. ,,Het karakter, de uitstraling van de schilderingen zoals het er nu uitziet, moet eigenlijk ongemoeid blijven. Zoals het nu zichtbaar is willen we behouden. We willen voorkomen dat schilderingen verder aftakelen.’’ Die zijn van grote kunsthistorische waarde en zo bijzonder, dat het godshuis onder kenners ook bekend staat als de Sixtijnse kapel van het Noorden.
In de kerk is een impostante steigerconstructie gebouwd. Foto: Corné Sparidaens
De heilsgeschiedenis trekt voorbij op muren en gewelven. ,,We hebben het over een aanzienlijke hoeveelheid decoratieve en figuratieve fragmenten.’’
De Zondeval en het Laatste Oordeel met monsters en duivels zijn kunstig in beeld gebracht. (Noordbroek heeft de mooiste hel van Groningen, staat in het gastenboek). Er zijn afbeeldingen van apostelen, fantasiewezens, heiligen, een mannetje met een boog in zijn hand. De doop van Jezus, de kroning van Maria.
Bouwhuis: ,,Het zijn Bijbelverhalen in stripvorm. In de middeleeuwen konden weinig mensen lezen. Met behulp van fresco’s, goed zichtbaar voor kerkgangers aangebracht, konden ze toch worden verteld.’’
Het is net een croissant
,,Het geheel is opgebouwd uit verschillende laagjes. Het is net een croissant’’, legt ze uit. ,, Zeldzame schilderingen uit de bouwperiode zitten onder afbeeldingen uit de vijftiende eeuw.’’
Om te achterhalen wat er onder die verschillende lagen verstopt zit, gebruikt het team speciale uv-lampjes. ,,Met uv-licht kun je een fresco beter beoordelen en zie je veel meer de achterliggende lagen.’’
Ze heeft de afgelopen jaren in heel wat kerken gewerkt en heeft veel moois gezien en helpen conserveren. ,,Dit gebouw zit vol verrassingen’’, zegt ze vol bewondering. Ze wijst naar de verschillende fresco’s. ,,Elk gezichtje heeft een eigen uitdrukking en is gepersonaliseerd. Heel verfijnd. Er zijn zo veel originele details bewaard gebleven, echt uniek voor het Noorden. We hebben zelfs de naam van een mogelijke schilder. Thomas/fecit/de Norda. Thomas uit Norden in Duitsland heeft dit gemaakt’’, zegt Bouwhuis.
Wat we van deze Thomas weten? Dat is dan weer heel jammer: ,,Eigenlijk niets. Daar kan ik heel kort over zijn. Wat we wel weten is dat de mensen in Noordbroek met deze trotse kerk, met schitterend metselwerk en prachtige schilderingen, wilden laten zien: Dit is niet zo maar een kerk. Wij doen er toe.’’
Restauratoren Aafje Bouwhuis (links) en Manon Journée. Foto: Corné Sparidaens
Liever een zwembad dan een kerk
En dan te bedenken dat het ruim 700 jaar oude monument, die geldt als één van de mooiste kerken van Noord-Nederland, nog niet eens zo lang geleden bijna ten prooi was gevallen aan de slopershamer.
De gemeenteraad van de toenmalige gemeente Oosterbroek moest in 1967 ruim een ton (aan guldens) ophoesten als bijdrage in een grootschalige renovatie. Dat geld wilden raadsleden liever steken in een nieuw zwembad.
Vooral de raadsfracties van de PvdA en de PSP (die in 1990 opging in GroenLinks) vonden dat te veel geld. Met steun van één PvdA’er was er toch een raadsmeerderheid te vinden voor behoud van het monumentale gebouw.
Vandalen waren er ook in 1599. De bonte muur- en gewelfschilderingen uit de rijke Roomse tijd verdwenen rond die tijd onder de witkalk. Sober moest het protestantse kerkinterieur zijn. Na de reformatie was het gedaan met al die ’pronk, praal en uitbundigheid’.
Bij een restauratie, zo rond 1970 kwamen de cultuurhistorische schatten weer tevoorschijn. ,,Toen zijn er materialen gebruikt die niet goed uitpakten voor de fresco’s. Juist op de plekken die toen zijn aangepakt laat het pleisterwerk los.’’
Elk gezichtje heeft een eigen uitdrukking. Foto: Corné Sparidaens
Aan de muur hangen papiertjes waarop de samenstelling van het stucwerk te lezen is. Foto: Corné Sparidaens
De meeste fresco’s in de Noordbroekster kerk verbeelden Bijbelse taferelen. Van een aantal is de betekenis een raadsel. Hoog in de gewelven zijn acht zogeheten groene mannen te zien. Ze hebben met bladeren omgeven gezichtjes en klimplantachtige ranken die hun mond, neus en oren. In heel Europa zijn ze in middeleeuwse kerken te ontdekken. Ze hebben zelfs een nog oudere, voorchristelijke, oorsprong. Zijn ze een symbool van wedergeboorte en nieuw leven? In Nederland komen ze niet zo vaak voor. Bouwhuis: ,,Het is bijzonder dat deze kerk er acht heeft.’’