Nicolien en Tony Eikenaar die elkaar hebben ontmoet tijdens de KEI-week 44 jaar geleden foto: Duncan Wijting plus kms Duncan Wijting
De KEI-week, de introductieweek voor eerstejaars studenten in Groningen, bestaat vijftig jaar. Op zoek naar mooie herinneringen stuit Dagblad van het Noorden op het verhaal van Tony (66) en Nicoline (62) Eikenaar.
Het is 15 augustus 1974. De bruine voordeur van het studentenhuis aan het Sabangplein klikt open. Voorzichtig duwt Nicoline Beydals tegen de deur. Ze ziet niemand, alleen een lege gang en een steile trap.
„Hoi”, klinkt het van boven. Daar staat een jongen. Lang blond krullerig haar, een dikke baard en een bruin overhemd. In zijn handen heeft hij het touwtje waarmee hij de voordeur opendeed. Nicoline staart omhoog. Dat is een echte student, denkt ze.
Dat was, bijna op de kop af, vierenveertig jaar geleden.
Nu zit Nicoline in de tuin van haar huis in Haren. Naast haar zit Tony Eikenaar. Niet in een bruin overhemd, maar in een T-shirt. Zijn lange blonde lokken zijn inmiddels kort en grijs en zijn volle baard is net als het haar bovenop zijn hoofd van kleur veranderd.
Nicoline en Tony leerden elkaar kennen tijdens de zesde editie van de KEI-week. Toen was hij haar KEI-leider. Inmiddels is hij haar man.
Ze ziet hem nog staan bovenaan de trap. „Zijn haar leek super blond omdat hij bruin was door de zon. Ik weet zelfs nog wat ik aan had: een zwarte rok met rode en gele bloemen en een geel shirt met lange mouwen.”
Tony kijkt haar verrast aan: „Dat je dat nog weet!”
Nicoline: „Weet je dan niet meer hoe ik eruit zag?”
Tony: „Ik weet alleen nog dat je een leuk meisje was. Er mankeerde helemaal niets aan.”
Er mankeerde niets aan de donkerblonde, achttienjarige Nicoline. Ze kwam uit de buurt van Rotterdam naar Groningen om fysiotherapie te studeren. Het was lekker ver van haar ouders vandaan, Groningen was een leuke stad en haar broer studeerde er. En die broer had een vriend waar Nicoline verkering mee had. „Maar dat was al uit voordat ik officieel naar Groningen verhuisde hoor”, zegt ze lachend.
KEI-leider Tony uit Heerenveen was 22 toen hij de deur opende voor Nicoline. Hij zat in het vierde jaar van zijn studie tot personeelsfunctionaris en besloot toch maar eens mee te doen aan de KEI-week.
Hij vond Nicoline wel leuk, maar echt oog voor het meisje dat zojuist had aangebeld had hij niet. Hij had stille hoop dat de twee knappe meiden die hij had ontmoet bij de daginschrijving voor de deur stonden. Die daginschrijving kan hij zich naar eigen zeggen wél goed herinneren.
Tony: „In één of andere fabriekshal.”
Nicoline: „Nee hoor, bij de Trefkoel in Paddepoel.”
Tony: „Nou ja, het was in elk geval een groot feest, met muziek.”
Hij zag daar twee meisjes die hij, slinks als hij was, mooi in zijn eigen groep indeelde. Die twee dames kwamen niet opdagen. Nicoline wel, samen met zes anderen. „Beno, Regina en Tiny”, sommen ze samen op. „En nog een paar. Het was een heel leuke groep.”
De kennismaking was in de studentenkamer van Tony aan het Sabangplein. „Een nette kamer, maar wel een beetje viezig”, zegt Nicoline. De groepsleden begonnen direct met elkaar te kletsen. Het was totaal niet ongemakkelijk.
De KEI-week duurde in die tijd drie weken. Dat is heel anders dan nu. Alle informatie voor de eerstejaarsstudenten is in vijf dagen gepropt. Rustig aan doen is er niet bij. Voor het groepje van Tony en Nicoline wel.
Op hun dooie gemakje bezochten ze de studentenverenigingen, kroegen en andere Groningse bezienswaardigheden. Ze hadden zelfs tijd voor een boottochtje. Tony nam de nieuwelingen overal mee naar toe om hen zoveel mogelijk van de stad te laten zien.
Een aantal leden van hun groepje had geen fiets en daarom werden de stalen rossen gedeeld. Nicoline slingerde vanaf de eerste dag bij Tony achterop door de stad. „Dat ging gewoon zo. Niekje ging automatisch bij mij.”
Liefde op het eerste gezicht dus? Toch niet. Stiekem dacht iedereen dat de twee elkaar wel zagen zitten. Maar zij hadden zelf helemaal niets door. Pas op het eindfeest in een zaaltje aan de Korreweg sloeg de vonk over.
Nicoline: „Weet je nog wel hoe ik er daar uitzag?”
Tony: „Niet precies.”
Nicoline: „Fijn is dat!”
Is Tony dan alles vergeten? Nee: „We waren wel heel de tijd samen aan het dansen. Ik verloor Niekje geen moment uit het oog.”
Toen het tijd was om naar huis te gaan vroeg Nicoline zonder blikken of blozen: „Wat nu? Bij jou of bij mij?” Volgens het stel lag het aan de dat Nicoline dat zo maar durfde te vragen. „We deden alles om ons tegen onze ouders te verzetten. We waren vrij en eigenwijs.”
Ze vertrokken op Tony’s fiets naar het simpele kamertje van Nicoline bij het Nieuwe Kerkhof. Haar studentenkamer was vrij sober ingericht. Een bed, een bureau en een pick-up; meer niet. Ze woonde er immers nog maar net.
Het kamertje is nooit verder ingericht. Zo lang heeft ze er niet gewoond. Binnen drie maanden woonde het stel samen. „Zonder dat mijn familie het wist”, vertelt Nicoline. „Ik haalde mijn moeder op van het station en fietste opeens de andere kant op. Toen kwam ze er pas achter. Ze vond het niet heel erg, maar ze wilde niet dat ik het aan oma vertelde.”
Met de rest van hun KEI-groepje heeft het stel af en toe nog contact. Zo kwam iedereen opdraven toen Nicoline en Tony vijfentwintig jaar getrouwd waren.
Wat heeft de KEI-week uiteindelijk opgeleverd? „Drie kinderen en zeven kleinkinderen”, zegt Tony lachend. „O, en een gelukkig huwelijk!”