Douglas van Vrijberghe de Coningh, prins Maurits, prins Bernard en (nu prinses) Marilène. eigen foto cafe soesdijk? via ma
Prinsen achter de bar en in de bediening: dat zorgde voor extra aanloop in dinercafé Soestdijk in Groningen. ,,Ligt een bezoek aan Huis ten Bosch niet binnen uw bereik: u bent alle dagen welkom op Soestdijk.’’
Het was een soort erecode binnen dinercafé Soestdijk: over collega’s klap je niet uit de school, zeker niet over collega’s van koninklijke huize. Die erecode geldt nog steeds, al zijn de scherpste randjes er vanaf nu het bijna een kwart eeuw geleden is dat prins Maurits en prins Bernhard zich minimaal een avond per week de benen uit het lijf renden in het horecabedrijf van Herman Ensing. Waar ze zwierig voor-, hoofd- en bijgerechten serveerden, koffie bereidden, biertjes tapten, sterke drankjes mixten. Waar ze rookten, proostten, sjansten, lachten. Waar Maurits viel voor collega Marilène en zij voor hem.
Herman Ensing was begin jaren negentig van de vorige eeuw met oudste zoon Arnold op bezoek bij jongste zoon Jeroen in Amerika toen hij hoorde dat eetcafé All Nation van Ewald Anches in de Grote Kromme Elleboog te koop stond. Ensing had net ‘t Golden Fust in de Poelestraat voor de hoofdprijs verkocht aan Sjoerd Kooistra. Twaalf jaar lang had hij dag in dag uit met veel plezier in ‘t Fust gestaan, een eetcafé dat hij nieuw leven had ingeblazen door er studenten binnen te laten en er Vindicaters en Albertianen achter de bar te laten staan. ,,Het werd steeds drukker in ‘t Fust’’, zegt Ensing. Hij glimlacht. De herinneringen aan zijn café zijn zoete herinneringen.
Ligt een bezoek aan Huis ten Bosch niet binnen uw bereik: u bent alle dagen welkom op Soestdijk
Hij had ‘t Fust ternauwernood verkocht, toen hij op de Grote Markt iemand van de brouwerij tegen het lijf liep. Die tipte hem dat er een café in de stad te koop stond. ,,Ik ben in alle cafés geïnteresseerd, behalve in De Wolthoorn’’, zei Ensing die niets moest hebben van dat elitaire café waar linkse politici en aanverwanten de dienst uitmaakten. Hem niet gezien. ,,Ik vond het er niet warm en gezellig.’’
Hoe dan ook, hij kocht De Wolthoorn toch, maar bleef de gezelligheid van ‘t Fust missen. Vandaar dat hij wel oren had naar All Nation, waar lekker eten en gezelligheid ook voorop stonden. Hij kocht het en samen met Lucas Mol, zijn bedrijfsleider in De Wolthoorn, besloten ze het om te toveren tot een paleisje.
,,Soestdijk!’’, associeerde Lucas Mol er lustig op los.
En zo geschiedde.
Soestdijk werd een zaak waar het koningshuis van af spatte. Aan de muren koninklijke foto’s en spullen, een kroontje sierde het logo van Soestdijk en op de dag van de opening – 30 april 1992 – meldde een groot bord op de gevel: ‘30 april gaat onze keuken open, daarom roepen wij die dag uit tot nationale feestdag!’
In de hele stad stonden billboards met de tekst: ‘Ligt een bezoek aan Huis ten Bosch niet binnen uw bereik: u bent alle dagen welkom op Soestdijk.’
De menukaarten waren goudkleurige familiefotoalbums die rechtstreeks afkomstig leken uit het privéleven van de Oranjes. De fotobijschriften, in kalligrafisch handschrift, vertelden met een kwinkslag over zowel de foto als het gerecht. ‘Onze friet is in koninklijke olie gebakken’, schreef Lucas Mol. Ensing heeft nog een originele menukaart in zijn bezit – de rest is allemaal gepikt.
Al gauw zong rond in de stad dat Ensing het weer flikte. Oud-barkeepers van ‘t Fust hoorden van Soestdijk en binnen de kortste keren solliciteerde prins Maurits bij hem, die ook al in ‘t Fust voor Ensing werkte. Hij studeerde economie in Groningen, net als zijn broer Bernhard die niet veel later ook deel uitmaakte van de hofhouding van Soestdijk.
Ensing over Maurits’ entree in ‘t Fust: ,,Hij moest net als iedereen eerst een half jaar in de keuken staan: grillen en afwassen. Een leuke jongen, gezellig en hij kon zingen!’’ Hij laat een foto zien van Maurits met een microfoon in zijn hand.
In Soestdijk werkten de broers vaak samen, vandaar dat er altijd een tafeltje was gereserveerd voor de beveiligers van de prinsen. Tot acht uur ‘s avonds had elke prins één beveiliger, na achten waren het er twee per prins. Ze zaten er incognito en er waren avonden dat de prinsen genoeg hadden van die niet aflatende beveiligers om zich heen. Dan naaiden ze er met medewerking van hun collega’s tussenuit, op zoek naar vrijheid en vertier.
De prinsen hadden niet veel verstand van bedienen
En op een dag solliciteerde er een studente bedrijfskunde die ook graag in de hofhouding wilde meedraaien. Het was Marilène van den Broek, dochter van oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek. ,,Ze werkte de dagen dat Maurits ook werkte’’, herinnert Ensing zich, maar verder ging de liefde tussen zijn twee medewerkers aan hem voorbij.
Niet aan de collega’s van Maurits en Marilène. ,,Voor onze ogen werden ze verliefd op elkaar’’, zegt Dereck Oerlemans (47) die rechten studeerde en daarnaast in Soestdijk werkte. Hij is, net als Ensing op het huwelijk van Maurits en Marilène geweest. Intussen is het contact een beetje verwaterd, zegt hij. ,,Maar als ik ze weer zie, staat het meteen weer aan, zoals het toen was.’’
Soesttdijk krijgt een nieuwe lik verf.
Daarmee bedoelt hij zoals het was ten tijde van Soestdijk. ,,Heel vriendschappelijk. Het zijn heel open mensen met wie je echt contact hebt.’’ Hij herinnert zich dat Bernhard, Maurits en Marilène net zo enthousiast rond renden in Soestdijk als de rest van het personeel. ,,Het was heel gewoon en heel gaaf tegelijk. Maurtits had altijd zin om te werken, die nam stapels CD’s mee en ging na het diner dan partij maken. Dat ging Marilène ook goed af. De goeie muziek opzetten, vrolijk achter die bar staan, springen, het dak eraf. De hut vol, condens op de ramen, prachtig.’’
Lucas Mol schiet nog in de lach als hij terugdenkt aan de tijd in Soestdijk. ,,Alleen al het feit dat er gewoon stonden te werken in een horecazaak die de naam droeg van het paleis waarin hun oma woonde: dat haalde zelfs het internationale nieuws. Herman en ik hadden tal van rommelmarkten en Malle Pietje-winkeltjes afgestruind op zoek naar oranje parafernalia, waarmee de zaak vol hing.’’
Wat Mol zich ook herinnert is dat het feit dat er twee prinsen in Soestdijk werkten een aanzuigende werking had op mensen uit het hele land. Die kwamen binnen en wilden de prins zien. ,,Om beurten speelden wij als barmannen prinsje en daar hadden we natuurlijk een hoop lol om.’’ Het was een toptijd, besluit Mol, die ook aanwezig was op het huwelijk van Maurits en Marilène.
Ook Douglas van Vrijberghe de Coningh (73) bewaart goeie herinneringen aan Soestdijk in de jaren negentig. Hij was er toentertijd kok. ,,De prinsen hadden niet veel verstand van bedienen, dus ik heb ze leren bordjes dragen en dat soort dingen. Mooie tijd. En die prinsen waren heel normale jongens, je merkte geen enkel verschil met andere studenten, behalve dan die eeuwige bodyguards in hun buurt.’’
Ensing zegt vrijwel hetzelfde als zijn kok van weleer. ,,De prinsen waren heel normale jongens, net als de andere studenten die bij me werkten. Ze zaten bij Vindicat, woonden in een studentenhuis en werden financieel kort gehouden. Ze hebben me wel eens om een voorschot gevraagd.’’
In één opzicht vielen ze op tussen de andere medewerkers van Soestdijk. Stonden zij achter de bar, dan wilden alle meisjes bij hen bestellen. En vele Soestdijkgasten wilden hen fotograferen. Die massale aandacht deed de prinsen niet zo veel, ze doken er liever voor weg, ook omdat ze rekening hielden met hun familie. Hun oma bijvoorbeeld, prinses Juliana, vond het niet zo geweldig dat de jongens bij nacht en ontij in een café werkten. Een café dat nog de naam Soestdijk droeg ook.
Die naam draagt het dinercafé nog steeds. Eigenaar Jan Bas van Aalderen kwam er in 1995 werken, de prinsen en Marilène waren toen al vertrokken. Na drie jaar kon hij de zaak overnemen, wat hij graag deed. ,,Soestdijk is een zaak met zo’n sterk thema. Zodra er iets met het koninklijk huis is, zijn wij ook in beeld. Op de dag dat koningin Beatrix aankondigde haar ambt neer te leggen waren alle tv-zenders toevallig in het aardbevingsgebied. Die kwamen allemaal hiernaartoe.’’
Hij herinnert zich het huwelijk van Maurits en Marilène, in 1998. Dat er een groot scherm in Soestdijk hing waarop de huwelijksvoltrekking te volgen was. Met personeel en oud-personeel en met de (vaste) gasten werd het ook in Groningen een groot feest.
Een soortgelijk feest herhaalt zich elk jaar met Koninginnedag en -nacht, inmiddels Koningsdag en -nacht. De Ellebogenbuurt bouwt z’n eigen tradities en komende Koningsdag gaat de koninklijke route even het straatje in waar dinercafé Soestdijk zich bevindt. In 2001 stoof de koets aan het etablissement voorbij, dit keer niet.
Van Aalderen zegt er niet al te veel over. ,,De hofhouding van Soestdijk staat klaar voor ontvangst.’’