Henry poseert in zijn jurk, terwijl Sophie foto’s van hem maakt. Hij voelt zich als Britney Spears, zelfverzekerd, een diva. Foto: Nienke Maat
Na een queerfeest in Club OOST in Groningen worden Henry en Sophie in de Oosterstraat in elkaar geslagen. Twee maanden na het incident reconstrueert deze krant de aanval en de blijvende impact op de slachtoffers.
Sophies lichaam reageert sneller dan haar gedachten. Voor ze het weet heeft ze zichzelf voorover gegooid om haar vriend Henry te beschermen. „Stop!” roept ze. Is dat haar stem, zo rauw? Het is alsof het geluid niet van haarzelf komt. Ze duwt. „Ga weg!”
De man in de Stone Island-jas deinst niet terug. Bam. Hij heeft Henry op zijn slaap geraakt, het pootje van zijn bril is gebroken. Nu kijkt de man haar aan, ze ziet donkere ogen, haat.
Nog voor ze kan bewegen schiet zijn arm opnieuw omhoog. Sophie ziet de vuist, voelt de lucht bewegen. Een doffe dreun tegen haar rechterslaap. Hard. Zo hard dat ze haar evenwicht verliest.
Beelden flitsen voorbij: boksen, rugby, de sporten die ze als kind beoefende. Deze man moet ook iets met vechtsport doen, denkt ze. Zijn bewegingen zijn gecontroleerd. Hij weet precies waar hij moet slaan om haar de meeste pijn te doen. Maar waarom?
Opnieuw raakt een vuist haar slaap. Deze keer links. Ze probeert Henry te zoeken, maar voelt haar benen onder haar lijf vandaan bewegen.
Dan wordt alles zwart.
10:30 uur: de verjaardag van Sophie
Op de avond van vrijdag 13 september is het kleine appartement van Sophie in Groningen het decor van haar verjaardag. Dit jaar is het thema burlesque. Ze houdt van de sierlijke franjes, het kant, de kracht van kleding die iedereen laat schitteren – wie je ook bent of hoe je er ook maar uitziet.
De inhoud van haar kledingkast is overhoopgehaald, want dit thema vraagt om jurken. En die heeft Sophie genoeg. Iedereen verkleedt zich. Ze lachen, drinken en kletsen en geven elkaar tips over make-up. Ze passen hoge hakken en gebruiken de kamer als hun catwalk.
Voor een normale stapavond zou ze geen burlesque kleding dragen, maar vanavond gaan ze naar BUTTS – een queerfeest in Club OOST in Groningen. Het is haar thuishaven. Ze werkt er samen met haar vriend Henry regelmatig achter de bar.
Het is ook één van de weinige clubs in Groningen waar Sophie zich totaal veilig voelt. Op de dansvloer lopen tijdens queerfeesten floorangels rond: vrijwilligers die nuchter zijn en een oogje in het zeil houden. Bij de meeste andere uitgaansgelegenheden is ze aan zichzelf overgeleverd.
Toen ze in Groningen kwam wonen was de stad een progressieve jonge gemeenschap, maar nu worden regenboogzebrapaden beklad en is ze gewend geraakt aan verhalen over geweld tegen queerpersonen.
Daar komt nog bij dat zij en haar vrienden internationale studenten zijn. In Amsterdam merkt ze dat het geen probleem is dat ze geen Nederlands praten, maar in Groningen merkt ze dat mensen daar soms boos op reageren. Zeker sinds de PVV de grootste partij werd.
Maar bij OOST maakt het niemand uit welke taal Sophie spreekt, wat ze aanheeft en op wie ze verliefd wordt.
02:00 uur: ballonsculpturen
Het is al bijna twee uur als Sophie en haar vrienden bij Club OOST aankomen. De groep is kleiner geworden. Een deel is moe afgehaakt.
Samen met Henry begroet ze de beveiliger van OOST en loopt ze door de oude poort van het voormalig Willem Lodewijk Gymnasium de club in.
In de clubzaal wordt Sophie overweldigd door de drukte en de felle neonkleuren. Boven haar hoofd hangen gigantische ballonsculpturen: kronkelend en buigend in het licht als vliegende kunstwerken. Op de dansvloer is een podium uitgerold voor dragqueens die dansen op Vogue-muziek.
Henry pakt haar hand en leidt haar richting de bar voor verjaardagshotjes. Achter de bar staat Neil, een vertrouwd gezicht. Hij schuift twee shotjes naar voren. Ze proosten op Sophies verjaardag.
Daarna trekt Henry haar mee naar de spiegel om hun outfits te bekijken. Ze nemen een foto: beiden in een jurk. Helemaal vrij. Een herinnering om altijd op te slaan.
In de clubzaal wordt Sophie overweldigd door de drukte en de felle neonkleuren. Foto: Club OOST/Sjoerd Knol
02:40 uur: rookpauze
Het is warm in de club. Samen met hun vriend Rens besluiten Sophie en Henry even naar buiten te gaan om een sigaret te roken. Het regent en bij de ingang van OOST is geen dak om onder te schuilen, dus ze lopen naar een overdekte trap, iets verderop in de Oosterstraat.
Onderweg dollen ze wat. Henry poseert in zijn jurk, terwijl Sophie foto’s van hem maakt. Hij voelt zich als Britney Spears, zelfverzekerd, een diva.
Ze zijn nog maar net gaan zitten op de betonnen treden, als ze twee mannen zien aankomen. Eerst zijn het nog schimmen, ver weg, op afstand. Dan kijkt Henry ineens recht in de ogen van een man in een Stone Island jas - die vlak voor hem staat.
„Flikker. Kankerhomo!” De man schreeuwt in Henry’s gezicht. Hij ziet dat de tweede man op een afstandje met een telefoon in zijn hand staat. De flits van zijn camera schijnt in Henry’s ogen. „Een man draagt geen jurk in Nederland flikker!”, schreeuwt de man. „Rot op naar je eigen land!”
Henry verstaat de woorden. Hij draait niet alleen bardiensten bij OOST, maar ook bij een ander café in de stad. De stamgasten praten vaak in het Nederlands tegen hem. Hij snapt niet alles, geen volzinnen, maar woorden wel.
Maar anders had hij ook begrepen wat de man bedoelt. Hij kan het in zijn ogen lezen.
In een impuls begint Henry terug te schreeuwen. „Ga weg, alsjeblieft. Laat ons met rust!” De man spuugt hem in zijn gezicht. Henry spuugt terug. Rens springt tussen hen in en probeert de man weg te duwen, maar krijgt een klap in zijn gezicht. Rens grijpt naar zijn gezicht, kijkt even naar Henry, en pakt zijn telefoon. Henry ziet dat hij 112 intoetst en wegloopt.
„Is dit echt?” denkt Henry. Zijn gedachten zijn een warboel, alles lijkt te vervagen. Hij moet hier weg.
Dan voelt hij hoe de vuist van de man zijn slaap raakt.
De politieauto
Sophie voelt haar lijf plotseling bewegen. Handen grijpen zich vast onder haar armen en trekken haar omhoog. Ze opent haar ogen, en ziet een beveiliger van OOST en een man die ze niet herkent. Ze praten tegen haar en helpen haar overeind. De twee mannen zijn weg. Haar hoofd bonkt.
Een aantal medewerkers van OOST komt naar hen toegelopen. Hun pas vastberaden. Sophie hoort hun stemmen, maar de woorden komen niet binnen. Het duurt even voordat ze beseft wat er om haar heen gebeurt.
Dan ziet ze iets op de grond: een telefoon, dicht bij haar voeten. ‘Is het die van haar?’ Ze kan het zich niet herinneren. Voor de zekerheid pakt ze de telefoon op en houdt het toestel dichtbij zich.
In de verte ziet ze een politieauto naderen. Wanhopig werpt ze een blik op Henry. Hij weet direct wat ze denkt en rent richting de auto. „Help. Alsjeblieft. Help ons. We zijn aangevallen!” roept hij.
Henry staat hijgend naast de auto. „Wat is er gebeurd?” vraagt een van hen. Henry praat snel, zijn stem breekt. „We zijn aangevallen door twee mannen. Ze gingen die kant op!” Hij wijst naar de hoek van de straat, waar de schimmen inmiddels zijn verdwenen.
De agenten luisteren kort, knikken en kijken elkaar aan. Maar dan tot Henry’s verbijstering, draaien ze hun blik weg en sturen de auto in de tegenovergestelde richting. De motor ronkt, de zwaailichten blijven uit. „Wacht!” roept hij nog. Maar het geluid van de motor overstemt zijn woorden.
„Ze gingen gewoon weg,” zegt hij terugkijkend. „Ze zijn niet eens uitgestapt. Ze hebben niets gecontroleerd. Ze vroegen niet eens of we naar het ziekenhuis moesten.”
Volgens de woordvoerder van de politie hebben de agenten die nacht met behulp van getuigen naar de verdachten gezocht, maar deze werden niet meer aangetroffen.
Ze lopen naar een overdekte trap in de Oosterstraat in Groningen. Foto: Nienke Maat
03:15 uur: ijsklontjes
Terneergeslagen laten Sophie en Henry zich door het personeel van OOST terug de club in begeleiden.
Op de bovenverdieping van OOST voelt Sophie haar lijf tot rust komen, maar haar hoofd doet wat anders. Een overweldigende paniek trekt door haar heen. Ze voelt haar ogen prikken. De tranen blijven stromen.
Henry’s hoofd bonst. Zijn gedachten drijven af. Af en toe ziet hij flitsen. Sophie huilt, hij niet. Het voelt alsof een dikke deken alles verdooft. Een medewerker van OOST komt aan met ijsklontjes. Henry beroert de zijkant van zijn hoofd, zijn vingers vinden een bult waar het eerst glad was. Hij drukt het ijs tegen de zwelling aan.
05:00 uur: de onbekende telefoon
De telefoon die Sophie vast heeft is niet van Henry, niet van Rens en ook zeker niet van haar. Alles wat ze bij zich had, lijkt te zijn verdwenen. Niemand herkent de telefoon. Misschien is hij van een van de mannen, oppert iemand.
De telefoon wordt aan de lader gehangen, in de hoop iets te ontdekken. Maar als het scherm eindelijk oplicht, verwijst niets naar de identiteit van de eigenaar. Geen herkenbare achtergrond, geen gemakkelijke toegang.
Ze besluiten de telefoon in de bar te laten liggen. Op de voorkant plakken ze een memo: ‘Als iemand de telefoon komt ophalen, bel de politie.’
Daarna gaan ze naar huis.
Henry gaat alleen. Hij wil zich terugtrekken, zijn gedachten op een rijtje zetten, weg zijn van anderen.
Sophie gaat samen met vrienden. Ze is bang, voelt zich hulpeloos, en durft niet alleen te zijn.
Zaterdag 14 september
De dag na de aanval verloopt in een roes. Henry heeft slecht geslapen die nacht. Zijn hoofd draait overuren. Toch besluit hij een vriend uit te zwaaien die naar het buitenland vertrekt.
Op het station in Groningen krijgt hij een telefoontje van een medewerker van OOST. „Er staan twee politieagenten in de club. Ze zijn hier om de telefoon op te halen. Iemand heeft hem als gestolen opgegeven.
Kunnen jullie hierheen komen?”
Een half uur later zitten Sophie en Henry in OOST. De agenten leggen uit dat de eigenaar zijn telefoon heeft gelokaliseerd met Find My iPhone en vervolgens de politie had gebeld. Voor hen was dit een eenvoudige zaak: ze komen een vermiste telefoon ophalen. Maar voor Sophie en Henry voelt het als een klap in hun gezicht. Wisten de agenten dan niet wat er gebeurd was?
Ze vertellen over de mishandeling en over de telefoon die Sophie daarna op straat had gevonden. Even later vertrekken de agenten, de telefoon in hun handen. Sophie en Henry blijven achter, zonder te weten wat er nu mee zal gebeuren.
Ze voelen zich verslagen. Toen zij hulp nodig hadden, leek het voor hen alsof er niks gebeurde. En nu de man die hen tegen de grond sloeg zijn telefoon terug wil, komt de politie direct in actie?
Door de poort van het voormalig Willem Lodewijk gymnasium loop je club OOST in. Foto: Nienke Maat
Maandag 23 september
In de twee weken die volgen, doen Rens, Sophie en Henry alle drie aangifte. De gang van zaken blijkt stroperiger dan ze hadden verwacht. Voor Sophie en Henry, die de Nederlandse taal niet goed spreken, voelt het alsof er altijd een onzichtbare muur tussen hen en de politie staat.
Uiteindelijk besluiten ze dat Rens de leiding neemt, omdat hij als enige uit Nederland komt. Hij kan het volledige proces volgen, begrijpen en interpreteren wat er gebeurt.
De langzame voortgang maakt hen nerveus. Ze hebben 112 gebeld, de politieauto aangesproken, aangifte gedaan. Waarom gebeurt er dan niets?
Elke dag zonder antwoord vergroot hun onzekerheid. Ze horen niets. Henry stuurt een paar keer een e-mail naar de politieagent: ‘Zijn er al updates?’
Op een dag komt er een gedachte bij Henry op, stilletjes, als een ongenode gast die zich niet meer laat verdrijven: ‘Wat nou als de man nooit wordt gestraft? Wie is er dan nog veilig?’
Ze zaten daar alleen, op de straat, een sigaretje te roken. Blijkbaar is dat al genoeg om geweld uit te lokken, denkt Henry. Dat het feit dat zij als queers bestaan en zichtbaar zijn al te veel is.
Dinsdag 17 oktober
Henry heeft de laatste tijd steeds vaker zijn bardiensten aan vrienden gegeven. Niet omdat hij zijn werk niet meer leuk vindt, maar omdat hij telkens weer een knoop in zijn maag voelt als hij het uitgaansleven in moet. Toch staat hij vanavond weer achter de tap.
Aan de overkant van de ruimte zit een stamgast, zoals hij wel vaker doet, naar hem te staren. Hij doet niets—geen woorden, geen gebaren—maar die blik zegt genoeg. Henry probeert zich te concentreren op het tappen van een biertje, maar zijn handen trillen.
Dan de loopt de man naar de bar, drukt zijn sigaret uit op de bar zonder iets te zeggen, en loopt weg. Even later zit hij met een groep vrienden verderop, ze grinniken en kijken zijn kant op. Ze maken gebaren die Henry niet helemaal kan plaatsen.
Eerder had Henry zijn schouders opgehaald. Dat soort types: een drankje te veel, misschien een pil gehad of gewoon een slecht karakter - die heb je in het uitgaansleven genoeg.
Maar sinds de aanval lukt dat niet meer. Hij voelt zijn spieren aanspannen. De knoop in zijn maag draait zich verder vast. Hij wil weg.
Twee streepjes bot
Soms ligt ze dagenlang uitgeput in bed, haar lichaam zwaar. Ze slaapt met gemak zeventien uur achter elkaar, maar wordt nooit uitgerust wakker. Haar alarm gaat ‘s ochtends onopgemerkt af. De colleges die ze zo serieus neemt, kan ze niet meer volgen. Ze laat een paar ochtendlessen vallen, omdat op tijd wakker worden niet meer lukt.
Als ze zichzelf dwingt om naar de dokter te gaan, komt de impact van de aanval pas echt bij haar binnen. De constante hoofdpijn en gevoeligheid voor licht blijken symptomen van een zware hersenschudding. Haar nekwervel is gebroken. Geknapt eigenlijk. Op de blauwe röntgenfoto zag ze twee streepjes bot waar er één had moeten zijn.
Ook bij haar knie is extra botweefsel te zien.
Hoe lang haar herstel gaat duren weet ze niet. Sommige mensen houden maanden, soms zelfs jaren, last van een hersenschudding. Dat maakt haar ook bang: wat als de pijn niet meer weggaat?
Boven Sophie hangen gigantische ballonsculpturen: kronkelend en buigend in het licht als vliegende kunstwerken. Foto: club OOST/Timnotsimon
Vrijdag 13 december
Vandaag is er weer een BUTTS-feest. De eerste sinds de aanval.
Sophie en Henry gaan niet heen, maar ze weten beiden: er komt een moment dat ze weer gaan. Hun veilige plek mag ze niet afgenomen worden.
Henry ziet zichzelf al de club binnenlopen. De deur zwaait open, het geluid van de muziek vult de ruimte, de bass trilt door zijn borst. Geen jurk deze keer. Die dag trekt hij een strippersoutfit aan.
Geweld tegen de LHBTI+ gemeenschap
In de nacht van 13 september werden drie bezoekers van club OOST in Groningen aangevallen door twee onbekende mannen. Het incident vond plaats op straat, waar de drie buiten stonden te roken. Tijdens de aanval raakten twee van hen gewond. In de twee week na het incident deden ze aangifte bij de politie. Ook een omstander legt een getuigenis af.
De politie heeft de zaak met voorrang behandeld, omdat uit de melding bleek dat het geweld mogelijk LHBTI+-gerelateerd was. Een woordvoerder geeft aan dat dit soort meldingen „zeer serieus worden genomen” en dat „de politie altijd aandacht heeft voor de achtergrond van een melding.”
Twee maanden later is het politieonderzoek bijna afgerond. De politie stelt het dossier op en zal dat binnenkort overdragen aan het Openbaar Ministerie (OM). De telefoon uit dit verhaal is meegenomen in het politie-onderzoek.
Dit incident is een enkel voorbeeld van een groter probleem: elke dag worden mensen in Nederland geconfronteerd met aanvallen of intimidatie omdat ze niet voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen over hoe iemand zich zou moeten gedragen, kleden of liefhebben.
In april 2023 werden medewerkers van de bar ‘Dorothy’s Drag under the rainbow’ in Groningen mishandeld. Vorig jaar werd het regenboogbankje in Kollum herhaaldelijk beklad en zelfs door onbekenden verwijderd.
Schrijver en presentator Splinter Chabot werd in juni dit jaar mishandeld toen hij tijdens Roze Zaterdag door de stad Groningen liep. De dader riep homofobe leuzen.
In juli dit jaar werd een regenboogbankje in Haren beklad. In diezelfde maand werd de Russische vluchteling Iurrii Belous mishandeld in het asielzoekerscentrum in Ter Apel.
In september dit jaar werd een regenboogzebrapad in Appingedam beklad.
Recent onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) wees uit dat 63 procent van de personen uit de LHBTI+ gemeenschap zich onveilig voelt in het uitgaansgebied rondom het centrum. De politie verzamelt geen specifieke cijfers over geweld tegen de LHBTI+ gemeenschap, omdat zij alleen cijfers bijhoudt over strafbare feiten. In dit geval ging het om mishandeling, maar aangezien er geen sprake is van een apart label voor discriminatie, wordt de zaak niet als zodanig geclassificeerd.
In reactie op de groeiende zorgen hebben de eigenaren van de populaire club OOST hun veiligheidsmaatregelen verder aangescherpt. Zo zijn er extra floorangels ingezet, hebben bouncers in de Oosterstraat meer contact tijdens stapavonden, en kunnen bezoekers suggesties doen om de veiligheid te verbeteren via een online ideeënbox.
De wijkagent van Groningen-centrum heeft contact gezocht met club OOST om met hen te verkennen hoe de veiligheid in het Groningse uitgaansleven kan worden verbeterd.
Verantwoording
Dit onderzoek is tot stand gekomen door uitvoerige gesprekken met de slachtoffers en met de manager van club OOST. Daarnaast zijn papieren bronnen, zoals medisch dossiers, foto’s van de verwondingen direct na de aanval, telefoongesprekken, appjes, filmpjes en e-mailcontact met de politie geraadpleegd.
De namen van de slachtoffers zijn gefingeerd om hun anonimiteit te waarborgen, vanwege de mogelijke impact op hun privéleven en herkenbaarheid voor de dader. Uit welk land ze afkomstig zijn is op hun verzoek buiten beschouwing gelaten. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie.