De sociëteit van Albertus Magnus aan de Brugstraat Foto: Corné Sparidaens
Burgemeester Koen Schuiling van Groningen hoorde via mediaberichten over een incident tijdens de ontgroeningsperiode van studentenvereniging Albertus Magnus. Daar is hij niet over te spreken: ,,De vereniging had ons actief moeten informeren.’’
Het incident is aanleiding om de gemaakte afspraken over introductietijden nog eens met de Groningse studentenverenigingen te bespreken, vindt de burgemeester. ,,Het lijkt me verstandig om eens te bekijken hoe ze functioneren, en van een update te voorzien’’, zei Schuiling na vragen van de SP en GroenLinks in de gemeenteraad.
‘Herhaling is niet helemaal te voorkomen, maar afspraken moeten weer scherp’
Vier aspirant-leden van RKSV Albertus Magnus vielen tijdens de afgelopen ontgroening flauw, zo berichtte De Volkskrant eerder deze week. Enkele tientallen anderen werden onwel. Dat gebeurde nadat de studenten voorovergebogen hadden gezeten in een warme ruimte, lichtte het verenigingsbestuur toe. De studenten zijn door een medisch team gecontroleerd en konden daarna verdergaan met de ontgroening.
Het incident is niet aan de Adviescommissie Introductietijden (ACI) gemeld, terwijl dat wel had moeten gebeuren. Schuiling heeft contact gehad met het bestuur van Albertus en dat van de Rijksuniversiteit Groningen. Beide willen graag verder met de gemeente in gesprek, zegt hij. ,,We kunnen herhaling misschien niet helemaal voorkomen, maar wel zorgen dat we de afspraken weer scherp op de bril hebben.’’
‘Dit is geen incident, maar duidt op ziekelijke cultuur’
Dat gaat Jimmy Dijk (SP) niet ver genoeg. ,,Iedere keer als we dit debat voeren, krijgen we dezelfde antwoorden op dezelfde vragen. Het is te summier en te weinig. Verenigingen hangen een mooi verhaal op en beloven beterschap, maar er gebeurt nooit echt iets.’’ Partij voor de Dieren-fractievoorzitter Kirsten de Wrede deelt zijn irritatie. ,,Dit is geen incident, het zijn zeer ongewenste praktijken die duiden op een ziekelijke cultuur’’, vindt ze.
Schuiling wil zich eerst meer verdiepen in wat er precies is voorgevallen, vóór hij goed kan afwegen wat de consequenties moeten zijn. ,,Fysieke intimidatie of aantasting van geestelijk welzijn tijdens een ontgroening zijn onaanvaardbaar’’, zegt hij. ,,Dat heeft niets te maken met kennismaken of gebruiken aanleren en ik wil het in deze gemeenschap niet hebben. Juist daarom doe ik veel meer dan alleen telefoontjes plegen, zoals meneer Dijk hier suggereert.’’