Op de foto (vlnr) Jacob Jager (zendamateur), Sjohnie Kloet (zendamateur/zittend), Richard Degen (zendamateur/staand), Peter Immenga (molenaar), Grietje Boneschansker (weduwe van Swier Boneschansker), Adrie Haveman (molenaar) en Nicolette Boneschansker (dochter van Swier Boneschansker). FOTO: Huisman Media Huisman Media
Wereldwijd kruipen zendamateurs zaterdag op een molen achter de microfoon voor Mills on the air. Een van hen is Sjohnie Kloet uit Heiligerlee.
Radiozendamateur. Een prachtig woord. Laat de klinkers en medeklinkers door de mond rollen. Radiozendamateur. Het heeft iets nostalgisch, iets van vroeger. ,,Iets van nu’’, stelt de 52-jarige Sjohnie Kloet uit Heiligerlee. ,,Als het even kan kruip ik achter de microfoon en is het: hier Papa Bravo 6 Oscar Kilo Zulu.’’
Met anderen bemant Kloet zaterdag tijdens Nationale Molendag drie molens die dan dienen als imposante zendmast. Mills on the Air heet het internationale project waaraan ze meedoen. Het is komen overwaaien vanuit Engeland. ,,Daar bestaat het vanaf 1999. Wij doen vanaf 2009 mee. Misschien zocht ooit iemand een hoogste punt dat als antenne gebruikt kon worden om uit te zenden en werd de blik getrokken naar een molen in de buurt. Wie zal het zeggen.’’
Kloet zendt uit vanuit korenmolen De Onrust in Oude Pekela. De poldermolen De Dellen in Nieuw-Scheemda doet mee, net als korenmolen De Eendracht in Gieterveen. Drie zendamateurs zitten die dag achter de knoppen. Behalve Kloet zijn dat Jacob Jager uit Groningen en Richard Degen uit Winschoten. De molenaars zijn Peter Immenga en Adri Haverman. Niets wordt aan het toeval overgelaten. De afgelopen dagen is de apparatuur grondig getest.
Een close up van molen de Onrust in Oude Pekela. Foto: Huisman Media - 15KM Huisman Media
,,We zoeken contact met andere radiozendamateurs verspreid over de hele wereld. Prachtig.’’ Kloet vertelt honderduit. Hij heeft iets met geluidsapparatuur. ,,Ik was car-audiospecialist. Je weet wel. Iemand die geluidsapparatuur inbouwt in, hoe zal ik het zeggen, boem-boem-boemauto’s.’’ Nog weer veel eerder had hij een ‘27mc bakkie’. ,,Dat was bij mijn oomke Tonnie. Later werd ik hulpje bij een etherpiraat. Mijn ouders mochten dat niet weten. Als die wisten wat ik allemaal uitspookte, had ik niet meer thuis hoeven komen.’’
Dat was vroeger. De Heiligerleester is nu radiozendamateur. En maak vooral niet de fout die te vergelijken met een 27mc’er of etherpiraat. ,,Pas op. Wij draaien geen muziek, we zijn geen etherpiraat’’, zegt Kloet. ,,Niet iedereen mag zich radiozendamateur noemen. Je moet staatsexamen doen, een opleiding volgen en minimaal 14 jaar zijn. Voldoe je aan de eisen dan krijg je speciale frequenties toegewezen die je laat registreren bij het Agentschap Telecom.’’ Is het een dure hobby? ,,Je hebt apparatuur van een paar tientjes tot enkele duizenden euro’s. Ik heb zelf een zender van 500 euro.’’
Maar toch. Radiozendamateur in een steeds digitaler wordende wereld, is dat niet iets van vroeger? ,,Helemaal niet. Tuurlijk, door internet is de wereld zo klein geworden. Eén klik en je staat met beeld en geluid in contact met iemand in Verweggistan.’’ Hij schudt het hoofd: ,,Dat haalt het niet bij het echte werk met een microfoon en radio-installatie. Er is niks mooiers dan de ether afspeuren en door de ruis een stem horen. En dat je dan in gesprek komt met bijvoorbeeld iemand in Japan. Daar kan internet niet tegenop. Absoluut niet.’’ En zo denken meer noorderlingen. Van de zeker 13.000 radiozendamateurs die er in Nederland zijn, zitten relatief de meesten in Groningen, Drenthe en Friesland, blijkt uit cijfers van 2016 van het Agentschap Telecom (AT) in Groningen.
De 52-jarige Kloet wijst op het maatschappelijk belang van de zendamateur. ,,Want stel, stel hè, dat alle andere communicatiemiddelen uitvallen. Dat er rampen gebeuren waar je niet aan moet denken. Dan ben je wat blij als je iemand hebt die met een zender weet om te gaan.’’ Oké, de laatste keer dat er in Groningen een beroep werd gedaan op radiozendamateurs was in de vorige eeuw. ,,Toen het Noorden door sneeuw- en ijzelstormen was afgesloten van de rest van de wereld en communicatie platlag. Maar stel. Er hoeft maar een digitaal netwerk uit te vallen en alles in Nederland ligt plat. We zijn wel heel kwetsbaar geworden in de manier waarop we met elkaar communiceren’’, vindt Kloet. ,,Dat moet je niet willen. Je moet niet afhankelijk willen zijn van een communicatiesysteem. Daarom ook worden er nog elk jaar oefeningen gehouden met hulpverleners en zendamateurs.’'
Kloet komt met een voorbeeld. ,,Na de zware aardbeving in Nepal in 2015 lag alle communicatie plat. Een zendamateur heeft zijn zender weer in de lucht gekregen en wist belangrijke informatie naar het buitenland te sturen. Zo wist hij de hulpverlening op gang te brengen. Met zijn hulp werden vliegtuigen met hulpmiddelen aangestuurd. Met simpele communicatiemiddelen kreeg hij contact met de rest van de wereld. Zo zijn veel mensen gered. Een zend-amateur heeft genoeg aan een accu, een zender en een stuk draad om wereldwijd contacten te leggen.’’
Natuurlijk, bij Kloet en zijn kompanen gaat het vooral om het plezier. ,,Het is pure liefhebberij. Dat is het. Romantiek. Maar vergis je niet: dit is het echte werk. Als het erop aan komt, staan we klaar.’’