Ook middenin een aanval op een kudde schapen, mag de wolf niet worden afgeschoten door de jager. Foto: Pixabay
Schapenhouder Kees Terpstra uit het Friese Jonkerslân en zijn jager vingen donderdag bot bij de rechtbank. Justitieminister David van Weel (VVD) hoeft volgens de rechter geen toestemming te geven voor het gebruik van een wapen voor het verdedigen van schapen tegen de wolf.
Slecht nieuws dus voor Terpstra, die twee jaar geleden een handvol drachtige schapen verloor na een wolvenaanval. Hij wilde als eerste in Nederland een afschotvergunning voor zijn jager regelen om zijn schapen te kunnen verdedigen tijdens een wolvenaanval. De minister weigerde dit tot twee keer toe, maar ook de rechter gaat er niet in mee.
De jager die de wolf zou schieten, heeft wel een vergunning voor het doden van andere dieren, maar niet voor de wolf. De minister kan hier alleen toestemming voor geven als de aanvrager ‘een redelijk belang’ heeft bij het wapenverlof op grond van zelfverdediging. In dit geval zou het overigens gaan om zelfverdediging van het leven van schapen bij acuut gevaar.
Boer niet in uitzonderlijke situatie
Volgens de rechter is een acute aanval op een kudde nog altijd geen uitzonderlijke gebeurtenis met een ‘redelijk belang’ tot zelfverdediging. De boer zit niet in een ander schuitje dan andere veehouders, stelt de rechter. Ook is niet duidelijk genoeg gebleken dat wolfwerende maatregelen niet genomen kunnen worden of dat die maatregelen niet goed genoeg zouden werken bij de bescherming van schapen.
Die redenatie is zuur voor de schapenhouder, omdat hij tijdens de rechtszaak uit de doeken deed dat wolvenrasters niet haalbaar zijn.
‘De stellingen van eiser dat andere wolfwerende maatregelen niet volstaan omdat deze maatregelen vanuit financieel en praktisch oogpunt niet haalbaar zijn [...] leiden niet tot een ander oordeel’, zo staat te lezen in het vonnis. Nog altijd mag de minister namelijk van de boer verwachten dat hij ‘eerst de minder ingrijpende middelen inzet ter verdediging van de schapen.’
‘Heilig dier’
„Ik had het wel verwacht, want de wolf is heilig, hè?” Schapenboer Kees Terpstra is gelaten onder de uitspraak. Hoger beroep is volgens hem niet uitgesloten. „Dat zijn we nog aan het overwegen, we laten dit eerst even indalen.”
Het is volgens hem een kwestie van tijd voor er wel strengere wetgeving komt. Terpstra vergelijkt het met het vrouwenkiesrecht: het was even wachten, maar het komt vanzelf. „Want het loopt helemaal uit de klauwen. Er is straks nergens plek meer. Nog even en dan staat-ie bij Holwerd op de boot te wachten, dan wil de wolf naar Ameland.”
„De mensen zijn gewoon helemaal stapelidioot dat ze dit toelaten. Als een schaap heb die kreupel loopt krijg ik een dikke bekeuring, maar als een wolf de halve kudde uitmoordt, dat vinden de mensen geweldig. Práchtig.”
Terpstra zou de wolf met liefde zelf omleggen, maar volgens hem kun je dan nog op grotere straffen rekenen dan bij het doodschieten van een mens.
Krampachtig
Volgens advocaat Piet Stehouwer van Bout Advocaten doet Nederland te krampachtig over wolvenafschot in vergelijking met omliggende Europese landen. Door recente ontwikkelingen zoals het bijtincident in Wapse en de aanvallen op een kind en hondje in de provincie Utrecht, is de maatschappelijke roep om in noodsituaties in te grijpen volgens hem groot.
Het argument van Stehouwer dat beschermde dieren wel worden doodgeschoten als ze ontsnappen uit de dierentuin of een poolexpeditie bedreigen, vond de rechter nonsens. Die situatie verschilt volgens haar te veel van die van een schapenhouder dichtbij wolvenleefgebied.
Terpstra denkt er het zijne van. „Die wolf is in Siberië een nuttig dier. Maar hier niet, schei uit. Hier is geen wild voor dat dier om te eten.”