Stichting AAP vangt al 50 jaar dieren op. 'Als ik tegenover een chimpansee sta, vraag ik mij vaak af hoe het kan dat zij aan de ene kant van het gaas zitten en ik aan de andere kant sta. We hebben zoveel overeenkomsten'
David van Gennep van Stichting AAP. Foto: Stichting AAP
Stichting AAP, opvang van mensapen, primaten, grote katachtigen en exotische dieren in Almere en Spanje, bestaat volgend jaar 50 jaar, maar blijft nog steeds nodig. Een gesprek met directeur David van Gennep over de (on)mogelijkheden van het houden van dieren en waarom opvang door het uitblijven van wetgeving nodig blijft. En hoelang blijft Van Gennep (1961) zelf nog aan het roer? ,,Ik zit in een fase waarin ik besef dat het niet eeuwig zo doorgaat.’’
Wanneer hij naar een chimpansee kijkt ziet hij een mens. Een mensaap die hij begrijpt en waarmee David van Gennep kan communiceren. Van wie hij er tientallen heeft gered. De chimpansees weten dat het Van Gennep was die hen uit hun vertrouwde maar dieronterende omgeving en routine heeft gehaald. Dat hij degene is geweest die hen heeft overwonnen (want verdoofd), maar vervolgens als een competente leider goed voor ze heeft gezorgd en ze naar een nieuwe, veilige omgeving bracht.
Neem de chimpansee die op zijn achterbenen, klappend in zijn handen langs het gaas loopt. Met zijn schouder tegen de stalen tussenwand. Dat bonkt lekker en alsof dat nog niet genoeg is wordt er nog eens flink aan het gaas gerukt. Al dat vertoon is bedoeld voor de bezoeker, de vreemdeling. Van Gennep maakt sussende geluiden, spreekt de opgewonden chimpansee kalmerend toe. ,,Hij probeert jou te intimideren, maar als ik één stap in zijn richting doe, zal hij zich onmiddellijk kwetsbaar opstellen en zich overgeven. Deze aap is door de vorige eigenaar zo angstig gemaakt dat hij oogcontact mijdt.’’
,,Een aantal van onze chimpansees lijdt aan wat bij mensen een post-traumatische stressstoornis (PTST) genoemd zou worden. De overeenkomsten zijn groot en de dieren reageren op vergelijkbare therapieën. Als ik tegenover een chimpansee sta, vraag ik mij vaak af hoe het eigenlijk toch zo gekomen is. Dat zij aan de ene kant van het gaas zitten en ik aan de andere kant sta. Een mens en een chimpansee hebben zoveel overeenkomsten.’’
Chimpansee Jimmy. Foto: Stichting AAP
Abominabele omstandigheden
Als directeur van Stichting AAP zette David van Gennep de abominabele omstandigheden op de kaart waarin (mens-)apen, maar ook grote katachtigen en kleine exotische huisdieren door circussen en particulieren gehouden en verhandeld worden. Door dieren daadwerkelijk te redden en op te vangen, door wet- en regelgeving te initiëren maar ook als lid van de Raad voor Dieren Aangelegenheden (RDA) die het rijk adviseert, maakt hij zich sterk voor dieren.
Als jongen hield hij ganzen, kippen, kalkoenen, duiven, verschillende fazantensoorten en wat niet al. Maar er was ook contact met een vogelopvang waarvoor de jonge Van Gennep dieren klaarmaakte om in het wild terug te plaatsen.
Hij hield papegaaien, ook als student in Gent. Mede door zijn vrijwilligerswerk bij de voorloper van AAP in Amstelveen drong het besef tot hem door dat hij door bepaalde diersoorten te houden, die dieren ook beperkingen oplegde. ,,Dat denken vanuit een dier, zoals Okko Reussien (medeoprichter van AAP, red.) deed, in plaats van het plezier van de houder voorop te stellen, was eind jaren zeventig revolutionair.’’
Van Gennep deed zijn papegaaien van de hand. ,,Op een gegeven moment zie je dat die dieren, voor jouw plezier, de hele dag wat zitten te zitten. Als dierenhouder dien je oog te hebben voor de intrinsieke waarde van het dier; de waarde van het leven zelf, los van de marktwaarde. Leidt een dier in gevangenschap een dierwaardig bestaan? Kan het natuurlijk gedrag vertonen, heeft het, wanneer daar behoefte aan is, gezelschap?’’
Rehabilitatiecentrum voor berberapen
Stichting AAP bestaat in 2022 een halve eeuw. In 50 jaar tijd zijn ontelbare dieren opgevangen, verzorgd, indien nodig geresocialiseerd en waar mogelijk in dierentuinen herplaatst. Voor de hopeloze gevallen is er permanente opvang. In Almere of bij AAP Primadomus, het opvangcentrum aan de Spaanse oostkust.
Het nieuwste project is de bouw van een rehabilitatiecentrum voor berberapen in het Marokkaanse Tazekka Natural Park, in nauwe samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten. Vanuit dat centrum moeten binnen een paar jaar ook dieren in het wild teruggeplaatst worden. Dit initiatief is onderdeel van het -project van AAP, dat dankzij financiering door de Postcodeloterij in 2017 van start kon.
David van Gennep begon in 1981 als vrijwilliger in Amstelveen bij het bevlogen echtpaar Riga en Okko Reussien, de grondleggers van AAP. Sinds 1992 is hij fulltime betrokken en sinds 1994 staat Van Gennep op de loonlijst, sinds 1995 als algemeen directeur.
,,Ik zit in een fase waarin ik besef dat het niet eeuwig zo doorgaat’’, reflecteert Van Gennep op de vraag hoe lang hij nog aan het roer blijft. ,,Dat is een afweging die ik van jaar tot jaar maak. Het grootste deel van mijn werkzame leven heb ik in één organisatie doorgebracht. Het gevaar is dat ik met mijn langjarige aanwezigheid een rem zet op de organisatie: ‘Zo hebben we het altijd gedaan’. Ik doe mijn uiterste best om dat te voorkomen, maar zelfs al rem ik zelf niet, dan doen de medewerkers om je heen dat ongemerkt: ‘David heeft het graag zo’.’’
Wasberen. Foto: Stichting AAP
Er komen hier wasberen die zijn zelfs gechipt
Stichting AAP leeft voor een groot deel van de giften van betrokken Nederlanders. Van Airmiles en lege cartridges, structurele steun van de Nationale Postcodeloterij en eenmalige donaties en adoptieouders die meebetalen aan de verzorging van een pleegdier, van nalatenschappen. Vorig jaar ontving AAP 3 miljoen euro aan legaten. Daar zijn bedragen bij waarvan grond gekocht kan worden en hokken kunnen worden gebouwd. De moeilijkheid is dat deze inkomsten niet structureel zijn. ,,Het is ontzettend lastig om daar beleid op te maken, een schenking maakt het mogelijk om nieuwe opvangplekken te realiseren, maar is er volgend jaar weer geld voor verzorging en onderhoud?’’
Vijftig jaar opvang van exotische dieren (de afgelopen twintig jaar ruim negenhonderd dieren) en de verblijven in Almere puilen nog steeds uit: witoorpenseelaapjes, eekhoorns, servals (Afrikaanse katten), een moeraskat, poolvossen en wasberen. Van de laatste dieren werd nog niet zolang geleden een grote groep herplaatst in Wildlands Adventure Zoo in Emmen.
AAP zegde onlangs toe, nadat de provincie de dieren dreigde af te schieten, de laatste wasberen uit Limburg op te nemen. ,,Wij, de mensen, zijn er tenslotte ook verantwoordelijk voor dat die dieren daar rondlopen. Er komen hier wasberen die zijn zelfs gechipt’’, verbaast Van Gennep zich.
De helft van de Limburgse wasberen draagt een, zoals Van Gennep het noemt, ‘heel smerige parasiet’, een spoelworm, bij zich. Het verspreiden van ziektes die van mens op dier overdraagbaar zijn (zoönosen) is voor AAP een van de argumenten om de handel in levende, wilde dieren (in Nederland) aan banden te leggen. ,,Want als het fout gaat zijn dieren steevast het kind van de rekening.’’
,,Het is mensen eigen om zich te willen onderscheiden’’, aldus Van Gennep. ,,En een van de manieren om dat te doen is door een bijzonder huisdier aan te schaffen. Iets wat niet iedereen heeft. Mensen weten meestal wel dat zo’n dier lastig te houden is en meer verzorging en/of bijzondere huisvesting vraagt dan een kat of een hond. Vreemd genoeg denken deze mensen dat zoiets voor hen geen probleem is. Mensen overschatten zichzelf wat dat aangaat enorm.’’
En wordt de vaak voor veel geld aangeschafte kleine, schattige serval, het knuffelbolletje poolvos of dat guitige wasbeertje eenmaal geslachtsrijp, dan beginnen de gedragsproblemen: agressie (bijten), territorium afbakenen met geurvlaggen en grote onrust. Het dier is letterlijk niet meer te houden of voldoet niet meer aan de verwachtingen.
Serval. Foto: Stichting AAP
Hoe een halve eeuw AAP te vieren
In Almere wordt nog nagedacht over hoe een halve eeuw AAP te vieren. ,,Onze donateurs zullen daarbij een hele belangrijke rol spelen’’, verwacht Van Gennep. ,,Tenslotte zijn wij een organisatie die dicht bij haar donateurs staat, die de waarde van deze doelgroep erkent, maar ze ook als mensen herkent.’’
Voor AAP zijn donateurs mensen die in de laatste achttien maanden geld hebben overgemaakt. Daarvan telt AAP er zo’n 70.000. Onderdeel van dat bestand zijn de tweeduizend adoptieouders, door Van Gennep betiteld als ‘elitedonateurs’. ,,Dat zijn de mensen die maandelijks een vast bedrag overmaken voor de verzorging van een of meer van onze dieren.’’
,,Pas in de laatste tien jaar van die halve eeuw zijn door AAP, waar het gaat om het houden van exotische dieren, heel grote slagen gemaakt’’, aldus Van Gennep. ,,Wij hebben aantoonbaar invloed op wet- en regelgeving waar het om dierenwelzijn in Europa gaat. Door ons in Spanje en Portugal geredde chimpansees hebben de regeringen daar tot handelen aangezet. Vreemd genoeg gaat dat in landen als Nederland en Duitsland veel moeizamer.’’ Het (voorlopige) mislukken van het opstellen van een positieflijst, waarover al dertig jaar wordt gepraat, ziet Van Gennep toch als zijn politieke Waterloo.
Witoorpenseelaap. Foto: Stichting AAP
Op de positieflijst voor huis- en hobbydieren zouden diersoorten moeten komen die door particulieren relatief eenvoudig gehouden kunnen worden. Handelaren, dierenhouders en dierenbeschermingsorganisaties zouden in overleg met het rijk bepalen welke dieren op de lijst zouden komen. Van Gennep noemt de positieflijst een logisch instrument om het particulier houden van dieren die daarvoor vanuit hun aard niet geschikt zijn, een halt toe te roepen.
,,De uiteindelijke lijst werd in 2017 door criticasters beoordeeld als onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd en daardoor te weinig objectief’’, kijkt Van Gennep terug. ,,Waarom lukt het in tal van EU-landen wel en niet in Nederland? Is het omdat wij van oudsher een land zijn dat veel in exotische dieren handelt? De grootste dierenhandelaren van de wereld zijn vaak Nederlanders en Duitsers. Een erfenis uit de tijd van Nederlands Indië en de Duitse koloniën in Afrika. De positieflijst komt er heel zeker, maar dat die zo zwaar bevochten moet worden zegt veel over de Nederlandse attitude tot het houden van dieren.’’
Poolvos.
Foto: Petra Sonius
Van Gennep voorziet een kanteling in de samenleving
David van Gennep is directeur van een organisatie die er hardnekkig voor kiest om het glas halfvol te laten zijn. Hij voorziet een ‘enorme kanteling in de samenleving’. Zo groot is zijn overtuiging, dat hij elke klemtoon afzonderlijk uitspreekt en benadrukt. Zeven onderwerpen benoemt Van Gennep: ,,Stikstofproblematiek, klimaatcrisis, dierenwelzijn, voedselveiligheid, covid, de veiligheid van de dieren in de bio-industrie en de kwantiteit van de voedselproductie (massa boven kwaliteit).
,,Deze thema’s zitten in de grabbelton waar we de komende tien jaar iets mee moeten. Wat doen de huidige en komende generaties om deze vraagstukken te ? Het is mijn overtuiging dat de urgentie steeds nadrukkelijker wordt gevoeld.’’ In die nieuwe samenleving zou idealiter de opvangcapaciteit van AAP worden gehalveerd. Het vrijgekomen geld besteden aan experts die wet- en regelgeving bepleiten. ,,Enerzijds individuele dieren redden en daarnaast lobbyen om zo de invoer tegen te gaan, dat zou de meest effectieve manier van werken zijn voor AAP’’, voorziet Van Gennep.
Hij vertelt over zijn vakantiehuis in Zeeuws Vlaanderen, overgeërfd familiebezit, waar zijn koeien (rode geuzen) lopen. Dat verhaal volgt op Van Genneps opmerking dat ‘carrière voor hem niet het belangrijkste is’. ,,Aan financiën en maatschappelijk aanzien wil ik niet veel waarde hechten. Ik ben zelden gelukkiger dan wanneer ik in mijn overalletje en laarzen de afrastering van mijn weiland met koeien onderhoud.’’