Alex Elsinga (rechts) in een opslagloods van Cup Concept: „Als je de beker inlevert staat het statiegeld meteen op je rekening.” Links op de foto Martin Zandberg. Foto: Jacob van Essen
De moeilijkheid zit zelden in het verzinnen van iets nieuws. De echte kunst is: loskomen van wat je altijd al deed. John Maynard Keynes – de Britse econoom die het ergens in de eerste helft van de vorige eeuw opschreef – had het evengoed kunnen hebben over een plastic beker op een Fries industrieterrein.
Aan de Neptunusweg in Leeuwarden rijden op maandagochtend de vrachtwagens af en aan. De stad slaapt nog half, maar hier begint de week in volle vaart: schone bekers van Cup Concept worden kriskras door het land gereden. Maandag en dinsdag zijn piekdagen, want dan zit het drukke weekeinde erop. Bezoekers van voetbalwedstrijden, festivals en studentenfeesten hebben de handen vol gehad. En die lege bekers gaan niet in de afvalbakken, maar worden teruggeleverd aan Cup Concept. En daarna, hup, door de twee enorme vaatwasmachines in de loodsen aan de Neptunusweg.
Per jaar gaan er 20 tot 25 miljoen bekers door de wasstraten in Leeuwarden. Foto: Jacob van Essen
Cup Concept is groot geworden dankzij die herbruikbare beker. Jaarlijks gaan er naar schatting 20 tot 25 miljoen bekers door de wasstraten in Leeuwarden. Als je ze op één bult zou gooien, grapt directeur Alex Elsinga, dan kun je de Oldehove er meermaals mee vullen. Het beeld is absurd, maar precies daarom werkt het: je ziet in één keer de schaal.
Elsinga begon zoals veel Friese ondernemers beginnen: niet met een plan van tachtig pagina’s, maar met een probleem dat iedereen kende en niemand echt oploste. Hij had al horeca-ervaring, organiseerde al evenementen, en zag steeds hetzelfde: „Na het evenement bleven er gewoon heel veel bekers op de grond achter.” Dat kon toch anders, besloten Elsinga en de zijnen.
Houtje-touwtje
Met een groep van vijf kochten ze honderdduizend bekers. In een garagebox flansten ze een wasstraatje in elkaar. De logistiek deden ze zelf. „In mijn pick-up-truck met een kar erachter waar 25.000 bekertjes in pasten.” Houtje-touwtje dus, maar toen kwam de test. De bezoekers van Into the Grave betaalden statiegeld voor hun eerste drankje. Geschonken in een sterkere, herbruikbare beker.
Elsinga: „Toen er na het festival geen beker meer op de grond lag, hadden we meteen zoiets van dít is de toekomst!” Toch werd het vijftal kapiteins op een schip teruggebracht naar twee. Te veel visies, te veel richtingen: Elsinga zette het bedrijf-in-wording voort met Rick de Nekker en later ook Gerlof Leijstra.
Wie denkt dat een beker een beker is, heeft Elsinga nog niet horen uitleggen waarom die van Cup Concept anders is. „Dit is op afstand de duurzaamste beker die er maar is”, zegt hij. Niet omdat het woord duurzaam lekker klinkt – „Daar worden we hier ook wel eens flauw van” – maar omdat het aantoonbaar wordt in gebruik.
De beker is gemaakt van stevig polypropyleen en de bedrukking van de logo’s is tussen twee lagen geplaatst. Je kunt de beker honderden keren wassen, wassen, wassen, zonder dat de opdruk vaag wordt of loslaat. „We hebben bekers van PEC Zwolle, onze eerste betaaldvoetbalclub. Die hebben wij in 2019 voor het eerst ingezet en die wassen we nog. Die zijn nog goed.”
Betaaldvoetbalorganisaties
De clubleiding van PEC Zwolle was erg enthousiast, kijkt Elsinga terug. „Na Zwolle raakten al snel andere stadionmensen overtuigd. PSV was de eerste grote club die instapte.” Vanaf dat punt begon Cup Concept naam te maken. De UEFA kwam langs en het Leeuwarder bedrijf werd drie jaar geleden gevraagd om de herbruikbare beker in te zetten bij de vrouwen-Champions League-finale tussen Barcelona en Wolfsburg in het PSV-stadion. Alles verliep op rolletjes. „En daardoor maakten we nog meer naam.”
Weer een bak herbruikbare cups klaar voor de volgende gebeurtenis. Foto: Jacob van Essen
Inmiddels levert Cup Concept aan zo’n vijftien betaaldvoetbalorganisaties in Nederland. PSV, FC Groningen, Stadion Feijenoord, FC Emmen en ook aan trainingscomplexen, zoals Varkenoord in Rotterdam. Elsinga vertelt hoe PSV aanvankelijk twijfelde omdat het tapsysteem niet aansloot op het schenkblad; waarop de biertjes in grote aantallen werden volgeschonken. Elsinga zorgde vervolgens dat de aluminiumbladen aangepast werden.
SC Cambuur niet
En toch knaagt er iets bij hem. Want tussen al die clubs door blijft één naam pijnlijk afwezig: SC Cambuur. Zijn club uit zijn stad. „Ik vind het natuurlijk verschrikkelijk jammer”, zegt Elsinga, bij wie ook SC Heerenveen nog niet op zijn klantenlijst staat. „We zijn natuurlijk een Fries bedrijf, doen heel veel in heel Nederland maar jammer genoeg niet in onze eigen provincie.”
Waarom eigenlijk niet? In de praktijk, zegt hij, bepaalt de cateringpartij vaak de keuze. Herbruikbaar wordt gezien als hogere kosten en extra gedoe. „Single use, waarbij de beker maar een keer wordt gebruikt, is een goedkopere oplossing, denkt men. Maar dat klopt niet.” Het rekenwerk is simpel: mensen betalen statiegeld – vaak 2 euro – en leveren hem na de wedstrijd in. Sommigen nemen de beker mee naar huis: „Het is de goedkoopste merchandise die je maar kan krijgen.” En dat is dus ook duurzaam: „Want de beker belandt niet in de vuilnisbak.”
Trekken, duwen en zelf wassen
In de beginjaren was het vooral trekken, duwen en zelf wassen. „Waar ben ik in godsnaam mee bezig, heb ik die periode regelmatig gedacht.” Acquisitie deed hij zelf, presentaties ook. „In het begin was ik behoorlijk zenuwachtig, maar door het veel te doen ging het steeds beter.” Eerst voor kleine groepen, daarna in zalen met vier- à vijfhonderd man.
Hij nam een accountmanager aan met veel ervaring bij een grote bierbrouwerij, Gerlof Leistra, en bouwde een kernteam met mensen die hij kende uit de horeca. „We weten precies wat we aan elkaar hebben.” De groei van het bedrijf zie je letterlijk in stenen. Toen de loods en kantoren de Neptunusweg 34 ontgroeiden, werd de Neptunusweg 20 erbij betrokken. En toen volgde de werkelijke gezinsuitbreiding: ook de panden aan de nummers 22, 24, 26, 28, 30 en 32 werden aan de Cup Concept-familie toegevoegd. Elsinga sluit verdere uitbreiding niet uit: „Want we kunnen natuurlijk ook nog de lucht in.”
Het wagenpark groeide ook mee. Inmiddels rijden er vier vrachtwagens. De logistiek is strak, vooral rond Europese voetbalwedstrijden. Elsinga schetst hoe het gaat als Feyenoord op donderdag in Europa speelt en zaterdag weer thuis: „Vrijdagochtend om 8 uur wordt de vrachtwagen helemaal volgedrukt en de bekers worden dezelfde dag nog gewassen. Dan staat er een dubbele wasploeg klaar. Zestien mannen en vrouwen. Toppers! Zó snel als die werken, dat is niet normaal.”
Groningse uitgaansleven
In het Groningse uitgaansleven gaan de bekers van hand tot hand. Duizenden, nee tienduizenden en soms zelfs meer dan honderdduizend – per weekeinde – herbruikbare bekers worden geleverd en opgehaald. Hufterproof. „Je kunt erin knijpen, zonder dat het deuken of scheuren nalaat.” Bijna alle studentenverenigingen zijn klant bij Cup Concept.
En terwijl de operatie aanzwelt, wordt de technologie slimmer. Het bedrijf heeft ze al in omloop: bekers met chips of onzichtbare QR-codes. Zodat het statiegeld direct gekoppeld wordt aan een bankrekening. „Als je de beker inlevert staat het statiegeld meteen op je rekening.”
Cup Concept is de pick-up met een zelfgetimmerde vaatwasser allang ontstegen. Want wat begon als ergernis over zwerfafval groeide uit tot een populair recyclesysteem. Door te durven en te doen en los te komen van het oude. Keynes had gelijk.