Gert Jan Riemer combineert zijn boekhandel in Groningen met een horecagelegenheid en een ontmoetingsplek. Op de achtergrond, achter de bar, zijn broer Harmen. Foto: Geert Job Sevink
Met stenen winkels is iets geks aan de hand. De leegstand neemt toe, blijkt uit onderzoek, terwijl het aantal winkelpanden afneemt. Toch zien deskundigen weer meer toekomst dan vijf jaar geleden.
Wat is nog de toekomst van fysieke winkels? De afgelopen jaren voerden sombere geluiden de boventoon. Consumenten zouden steeds vaker kiezen voor het gemak van de webshops. Leegstand in de winkelcentra leek te bevestigen dat de stenen winkel maar weinig toekomst heeft.
Herhaalproducten
Die toekomst is er echter wel degelijk, ziet deskundige Tom Kikkert uit Hoogeveen. „Ook jongeren vinden het best leuk om naar een fysieke winkel te gaan. Echter niet zozeer voor herhaalproducten als ondergoed en sokken. Je kijkt online waar je bijvoorbeeld het goedkoopst vijftien boxershorts kunt krijgen. Maar voor bijzondere kleding en sociale ervaringen komen ze wel degelijk hun huis uit. En laat je daar nu veel meer winst op maken dan op die alledaagse producten.”
Kikkert (35) raakte gefascineerd door de detailhandel toen hij als tiener bij Intersport ging werken. Hij studeerde commerciële economie en adviseert nu bedrijven over identiteitsmarketing, strategische positionering, consumentengedrag en beslissingsprocessen.
Hij reageert op een recent rapport van bureau Locatus, gespecialiseerd in de retail-sector. Daaruit komt een op het eerste gezicht tegenstrijdig beeld naar voren. Het aantal winkelpanden landelijk is gezakt van 107.000 twintig jaar geleden tot 80.000 nu. Tegelijkertijd is de leegstand toegenomen, ongeveer 7 procent staat leeg. Maar Locatus constateert ook dat de bestedingen in winkels toenemen en dat beleggers optimistisch zijn over de toekomst ervan en wel weer in winkelpanden willen investeren.
Blokker failliet
Volgens Kikkert is dit allemaal minder tegenstrijdig dan het lijkt. „Blokker ging failliet, daardoor kwamen bijna vierhonderd vestigingen leeg te staan. Die waren niet van de ene op de andere dag gevuld.” Ook verdwenen er na een faillissement en doorstart van Intertoys 150 filialen van deze speelgoedketen. „Ik zie in de data van Locatus, en ook in mijn eigen ervaringen, vooral een sector die een grote transitie doormaakt.”
Kikkert: „Zelf kijk ik met meer optimisme naar de toekomst van fysieke winkels dan vijf jaar geleden. Destijds stelden we vast dat vooral wijkwinkelcentra en stadsdeelcentra in middelgrote steden het moeilijk hadden. Maar nu zie je dat de bezoekers ook daar weer toenemen. Uit de nieuwe cijfers van PFM, die data-onderzoek heeft gedaan naar 1 miljard consumentenbewegingen, zie je dat het om maar liefst 2,5 procent gaat. Tegelijkertijd gaat de groei van e-commerce lang niet meer zo hard als toen.”
De nasleep van de coronacrisis is hiervoor natuurlijk een belangrijke verklaring. Locatus wijst op de gevolgen voor meubelboulevards en dergelijke. Vakantiereizen waren destijds uit den boze, mensen besteedden het uitgespaarde geld aan de inrichting van hun huis, of aan een mooie elektrische fiets. Maar dit leidde tot verzadiging en de vraag naar deze artikelen is nu duidelijk minder, wat weer leidt tot leegstand op grootschalige winkelcentra aan de rand van steden.
Andere publiekstrekkers
Kikkert ziet daarnaast dat winkelcentra in hoog tempo veranderen. „Er komen andere publiekstrekkers in, zoals sportscholen. Dat zie je bijvoorbeeld in het centrum van Haren, waar de afgelopen jaren een paar kleine sportstudio’s zijn gekomen. Dat is gunstig voor de omliggende winkels, want mensen kopen na het sporten nog wat of drinken iets in een naburig café.”
En dat is nog maar het begin. Kikkert verwacht steeds meer vermenging van allerlei functies. „Boekhandels waar je ook een kopje koffie en een broodje kunt eten bijvoorbeeld. Er zullen meer multifunctionele ruimtes ontstaan, waar je een film kunt zien en ook iets kopen. Denk ook aan het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. Daar heb je Fabrique des Lumières, waar allerlei evenementen plaatsvinden, aangevuld met horeca en detailhandel.”
Wees goed voor je personeel
Het komt er dus op neer dat stenen winkels toekomst hebben. Mits ze zich toeleggen op de verkoop van wat meer bijzondere producten, waarvoor we bereid zijn ons huis uit te komen. Zorg dat er in de winkelcentra wat meer te beleven is dan alleen kopen en breng er andere functies onder, zoals een sportschool of theater. Een middagje shoppen moet meer dan ooit een uitje zijn.
Dit vergt dan ook heel wat van de ondernemers, waarschuwt Kikkert. „Tot voor kort waren zij vooral gericht op de klant, ze hadden wat minder aandacht voor het werkplezier van hun medewerkers. Dat moet anders. Als de medewerkers plezier in hun werk hebben, dan zijn hun verkoopresultaten ook beter.”
Ook projectontwikkelaars en eigenaren van winkelcentra moeten met een andere blik naar hun bezit kijken en zorgen voor een mix aan voorzieningen, vervolgt Kikkert. „Als er een kleine sportstudio in een winkelpand komt, moet de huur misschien iets omlaag. Maar dat leidt er wel toe dat de omzet in het hele winkelcentrum omhoog gaat. En je moet ondernemers helpen en stimuleren om meer verschillende dingen te doen, waarmee ze meer klanten naar hun winkels halen.”
Hij noemt projectontwikkelaar Wereldhave als voorbeeld van een bedrijf dat al werkt aan ‘winkelcentra 2.0’. Wereldhave ontwikkelde vooral centra in Brabant en de Randstad. Je vindt er voeding, sportvoorzieningen en ontspanning op één plek. „Het zorgt voor aantrekkelijke centra met maar 3 procent leegstand.”
Geen strenge bestemmingsplannen
Niet in de laatste plaats hebben ook gemeenten hun aandeel in deze transitie, vervolgt Kikkert. „Als je in een boekwinkel ook een kopje koffie kunt drinken, een broodje kunt eten en je krantje lezen, is het dan een winkelpand of een horecapand? Nu is er in veel bestemmingsplannen nog een strak onderscheid, maar daar moeten we vanaf.”
Maar als deze transformatie lukt, dan wacht stenen winkels een goede toekomst, is Kikkerts overtuiging. Aan koopkrachtige consumenten ontbreekt het niet. „Door de vergrijzing zijn er veel zestigers die gemiddeld genomen best wat te besteden hebben. Maar je moet ze wel verleiden om naar je toe te komen.”
‘We willen een huiskamer zijn voor onze klanten’
Het is twaalf uur dinsdagmiddag, en het is al verrassend druk bij boekhandel Riemer op de hoek van de Ebbingestraat en de Turfsingel in Groningen. Veel klanten zitten, verspreid over de winkel, achter een tafel met een kop koffie en een stuk gebak of een broodje.
„We willen een huiskamer zijn voor onze klanten”, legt Gert Jan Riemer uit. Samen met zijn broer Harmen is hij de derde generatie die deze boekhandel bestiert. „We bestaan sinds 1945. Ook toen al stond er een pot met koffie klaar voor de klanten. We willen dat mensen zich hier thuis voelen en dat ze elkaar hier kunnen ontmoeten.” Riemer organiseert daarnaast regelmatig lezingen en spelletjesavonden.
Meer dan tachtig jaar later is Riemer dus een voorbeeld hoe fysieke winkels een nieuwe toekomst kunnen hebben. Maar daar komt wel wat bij kijken. Zo hebben de broers heel goed nagedacht over de inrichting van de zaak. „Die is bewust onoverzichtelijk. Je moet hier niet het gevoel hebben dat medewerkers voortdurend kijken of je ook iets koopt. We hebben diverse hoekjes waar je je kunt terugtrekken en praten.”
Laptops zien de Riemers liever niet in de zaak, al hebben ze wel tafeltjes waar je wel even kunt werken. „Het liefste zien we dat mensen elkaar hier ontmoeten.”
De koffie met taart is niet iets wat ze er ‘even bij doen’. Riemer ging aanvankelijk een samenwerking aan met branderij Koffiestation, nu zijn de broers mede-eigenaar. Hetzelfde gebeurde met Vandeeg Vandaag.
Gert Jan Riemer: „We houden het dus helemaal in eigen hand. Wat je doet, moet je met hart en ziel doen, is ons uitgangspunt. Harmen doet de horeca, ik de boeken. Verder geven we onze medewerkers alle ruimte om te doen waar ze veel verstand van hebben.”