Nederland heeft een noodvoorraad aan aardgas nodig. Maar we willen niet dat het Slochterenveld daartoe openblijft. Welke alternatieven zijn er?
De wereldwijde energiecrisis grijpt om zich heen. Niet alleen worden gas, benzine en diesel in rap tempo duurder, het schrikbeeld dat we wel eens helemaal zonder een van deze energiebronnen kunnen komen te zitten, wordt langzamerhand reëel.
Waar komt ons aardgas vandaan?
Nederland wint nog altijd ongeveer 38 procent van de gasbehoefte uit eigen bodem. Ruim een kwart komt in de vorm van vloeibaar gemaakt aardgas uit de VS. Ongeveer 14 procent komt via pijpleidingen uit Noorwegen, 6 procent komt uit andere EU landen, nog 2 procent komt uit Rusland en de overige 13 procent komt elders vandaan. Cijfers: Energiebeheer Nederland (EBN, betreft 2025).
Tot hun afgrijzen horen veel noorderlingen deskundigen in de media ervoor pleiten dat het gasveld bij Slochteren niet helemaal dicht gaat. Houd enkele putten open voor noodgevallen, zo klinkt het. Want nog altijd worden ongeveer vier van de vijf woningen met aardgas verwarmd, en we zijn kwetsbaar geworden nu dit grotendeels uit het buitenland komt.
Wegen naar Rome
Maar er leiden meerdere wegen naar Rome, dus kunnen we niet een noodvoorraad gas aanhouden zonder dat het Slochterenveld gedeeltelijk open blijft? We vragen het Henk Moll (73), hij is gepensioneerd hoogleraar energie en milieukunde in Groningen. Hoewel hij oorspronkelijk wiskunde en natuurkunde studeerde, probeert hij dit soort vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken te benaderen. De sociale kant is volgens hem altijd minstens zo belangrijk als de technische.
„Als je een noodvoorraad aan aardgas aanlegt, is het heel belangrijk dat je goed nadenkt over het beheer ervan. Zodat je het gas ook echt achter de hand hebt als de nood aan de man komt. Vier jaar geleden, nadat Rusland Oekraïne binnenviel, ging dat dus mis. Net toen de gasaanvoer uit dat land stokte, waren de reserves op een laag niveau.”
Belangrijke vraag is dus wie de noodvoorraad gaat beheren. Ook moeten er duidelijke regels zijn over in welke omstandigheden we die voorraad mogen opmaken. Anders is de kans groot dat de voorraad wordt verpatst wanneer de gasprijs hoog is en de exploitant er een leuke winst op kan maken.
Wintervoorraad
Maar goed, waar gaan we dat gas opslaan? Moll wijst om te beginnen op de gasopslagen die we al hebben. Bij Norg (Langelo), Grijpskerk, Alkmaar en Bergermeer slaan we sinds een jaar of 25 gas op voor de winter. Dat gebeurde dus al toen het Slochterenveld nog volop in bedrijf was. De ondergrondse buffers kwamen er omdat het Slochterenveld geleidelijk leegstroomde en de druk op de leidingen te laag werd om in koude winters alle gebouwen warm te kunnen stoken.
„Die gasopslagen zijn gemaakt in oude gasvelden, waar het meeste gas wel uit was gehaald”, zegt Moll. „Je kunt die gasopslagen beter vullen en bovendien andere oude gasvelden voor dit doel bestemmen.” De aanleg van de benodigde installaties neemt natuurlijk wel enige tijd in beslag.
De gasopslagen functioneren volgens Moll goed. „Het vullen en weer leeghalen van die velden heeft niet al te veel gevolgen voor de omgeving. Er zal wel eens wat zettingsschade optreden aan huizen, dat moet je natuurlijk vergoeden. Maar aardbevingen zoals rondom het Slochterenveld doen zich niet voor.”
Commercieel weinig aantrekkelijk
Een bezwaar aan de gasopslag in oude gasvelden is wel dat het een commercieel weinig aantrekkelijke zaak is. Het gas dat je erin stopt, moet je ‘s zomers inkopen en het is altijd maar de vraag of je het met voldoende winst kunt verkopen. Aanvankelijk exploiteerde staatsbedrijf Gasterra de gasopslagen, maar dit bedrijf wordt nu ontmanteld. De NAM is nu eigenaar van de gasopslagen bij Grijpskerk en Norg, maar dit bedrijf wil de beide gasvelden, waarin nog een hoeveelheid van het oorspronkelijke gas zit, weer als gewoon gasveld in exploitatie nemen.
Gasunie ziet de noodzaak van buffervoorraden langzaam maar zeker verminderen. Huizen en andere gebouwen zijn steeds beter geïsoleerd en bovendien gaan we geleidelijk van het gas af, waardoor de piekvraag in de winter afneemt. Gezien de geringe interesse van bedrijven voor het aanhouden van winter- en noodvoorraden is het dus cruciaal dat de overheid zich hiermee bezighoudt. Staatsbedrijf EBN (Energiebeheer Nederland) doet dit.
Een tweede mogelijkheid voor een noodvoorraad is het zogenoemde kussengas in de vier gasopslagen. Dit is de achtergebleven hoeveelheid gas dat oorspronkelijk in het veld aanwezig was. Met name bij Norg is dit een relatief grote hoeveelheid, die ook onder grote druk staat. Het kussengas is nodig om in de winter het opgeslagen gas goed te kunnen winnen.
Elektrische auto
„Het nadeel is dat je de opslag dan minder goed voor de wintervoorraad kunt gebruiken”, zegt Moll. „Vergelijk het met de accu van een elektrische auto: die kun je beter ook niet helemaal leeg rijden, omdat die dan minder goed functioneert. Aan de andere kant, als het echt niet anders kan, rijd je ook wel door in je auto tot je kunt laden. Zo zou je de ondergrondse gasopslag ook kunnen beschouwen.”
Onder de grond is ook ruimte in zoutcavernes. Die zijn al wel in beeld voor de opslag van waterstof, maar volgens Moll bieden ze te weinig ruimte om als opslag van aardgas te dienen.
Alles afwegende denkt Moll dat het de beste oplossing is als Nederland meer oude gasvelden de bestemming geeft van opslag „We hebben meerdere oude gasvelden in Nederland. En je kunt dan het beste gasvelden in het westen voor dit doel gebruiken. Daar wordt ook het meeste gas verbruikt, dat is niet hier in Noord-Nederland.”