Het plan van tien nieuwe steden is geen oplossing voor woningzoekenden van nu. Foto: ANP
Het doel om 100.000 woningen per jaar te realiseren is met het juiste beleid al in de komende periode haalbaar. Dat blijkt uit een analyse van de verkiezingsprogramma’s door het Economisch Instituut voor de Bouw. „Als wij dat tempo een jaar of vijf weten vast te houden, dan lost de woningnood snel op.”
„Het woondebat wordt echter ontsierd door beeldvorming, die het zicht ontneemt op oplossingen voor de wooncrisis die helemaal niet bijzonder moeilijk of onuitvoerbaar zijn”, zegt directeur Taco van Hoek van het EIB, die graag wat ’misverstanden’ wil rechtzetten.
Toekomstige generaties
Volgens hem baseren sommige politieke partijen hun plannen vooral op het beeld dat er een enorm woningtekort op lange termijn zou zijn. Dit gaat soms zover dat de oplossingen die nodig zijn om nu de woningnood aan te pakken naar de achtergrond gaan. Dit verklaart bijvoorbeeld het plan van D66 om tien nieuwe steden te willen bouwen voor toekomstige generaties. Het duurt minstens tot 2040 voor er een schop de grond in kan en dan duurt de bouw zelf ook nog tientallen jaren.
Ondertussen is er dan minder geld en capaciteit voor praktische oplossingen voor mensen die nu een woning nodig hebben. „Zo kunnen aan de randen van de dorpen en steden straatjes en wijkjes bijgebouwd worden, die echt aantikken voor de woningbouw in de komende jaren. Er liggen zoveel mogelijkheden omdat dit tot voor kort nauwelijks werd toegestaan. Het enige dat verder nodig is, is wat vrijheid om ook duurdere woningen te bouwen, die bovendien de doorstroming bevorderen”, zegt de EIB-directeur.
Vrije huursector
Bij sommige partijen leeft het beeld dat de woningnood is veroorzaakt doordat steeds meer aan ’de markt’ is overgelaten. Dit staat volgens het EIB haaks op de feiten. De rol van de overheid is juist sterk toegenomen in de achterliggende jaren, zegt Van Hoek. „De quoteringen bij de nieuwbouw, de betaalbaarheideisen en toegenomen milieu- en bouwregelgeving hebben het beeld bepaald. De vrije huursector is inmiddels zelfs vrijwel verdwenen door de regelgeving. Niettemin zijn er partijen die dit beleid nog verder willen doorzetten”, zo is de analyse van het EIB.
Doorrekening CPB
Van Hoek zegt zich ook verbaasd te hebben over het Centraal Planbureau, dat bij het beoordelen van woonbeleid helemaal voorbij gaat aan de vraag welke programma’s effectief zijn om de woningnood op te lossen. Verder is zelfs voor de lange termijn alleen gekeken naar heffingen en subsidies, waarin de belangrijkste kwesties zoals beperkingen in ruimtelijke ordening en milieuregels niet worden meegenomen. „Je kunt je hier als CPB niet van af maken met een zinnetje als naar ’de uitvoerbaarheid is niet gekeken’”, zegt Van Hoek.
Hypotheekrenteaftrek
Ook rond de hypotheekrenteaftrek is veel beeldvorming. De renteaftrek zou er voor zorgen dat de prijzen worden opgedreven. Dat is volgens het EIB niet te rijmen met de ontwikkelingen in Nederland en in onze buurlanden die geen renteaftrek hebben. „Toch zie je dat bijvoorbeeld het CDA hieruit de conclusie trekt dat het afbouwen van de renteaftrek in het belang van starters zou zijn. Dit voorstel leidt er echter toe dat de toegang naar de woningmarkt voor starters juist verslechtert in plaats van de verbetert. De gemiddelde startersleeftijd zal dan ook opnieuw omhooggaan, waarbij jongeren langer thuis moeten blijven wonen”, zegt de EIB-directeur.
Migratie
Ook is er flinke discussie over de migratie en de woningmarkt. Allereerst wordt vaak herhaald dat statushouders slechts 7 procent van de vrijgekomen sociale huurwoningen innemen. Dat klopt, maar zo’n 65 procent van de toewijzingen is aan doorstromers, die een woning achterlaten voor een andere gegadigde, stelt het EIB.
„Dat mag je niet op een hoop gooien met nieuwe toetreders zoals statushouders die geen woning achterlaten. In termen van het netto beroep op de sociale woningen ligt het percentage rond 25 procent en niet 7 procent zegt Van Hoek. Verder wordt vaak het beeld geschetst dat arbeidsmigratie veel belangrijker is voor de huizenmarkt dan asielmigratie. Maar dat ligt een stuk genuanceerder, aldus het EIB.
Arbeidsmigranten blijven hier vaak niet, terwijl dat bij statushouders wel het geval is. „Bovendien delen arbeidsmigranten vaak woningen, terwijl dit bij asielmigranten zelden voorkomt. Beide groepen zijn daardoor belangrijk voor de woningvraag. Ruim de helft van de totale huishoudensgroei is het gevolg van migratie en daarmee heeft migratie uiteraard een zeer belangrijke doorwerking naar de woningmarkt”, zegt Van Hoek.
Stikstof
Het EIB vindt een hogere ondergrens voor stikstof, zoals vrijdag is besloten, positief. Zo is er geen enkele noodzaak vanuit Europese regelgeving die voorschrijft dat eerst krachtig natuurherstel moet plaatsvinden. Bovendien heeft die nauwelijks effect op de natuur, aldus Van Hoek. „Soms moet je ook de moed hebben om door te zetten en in te gaan tegen een advies van de Raad van State. Door de ondergrens te koppelen aan krachtig natuurherstel wordt de bouw alleen maar gebruikt als pressiemiddel om harde ingrepen in de landbouw af te dwingen.”