Terwijl de informatietechnologie in 40 jaar duizend keer krachtiger is geworden, is de productiviteit van de mensen die ermee werken hooguit verdubbeld. Onze columnist Ronald Mulder legt uit hoe dat komt.
Een dezer dagen verschijnt de Nederlandse vertaling van Slow Productivity, het laatste boek van productiviteitsgoeroe Cal Newport. Newport schreef al eerder over productiviteit in de kenniseconomie (onder meer Diep Werk en Digitaal Minimalisme) en zijn werk interesseert me, als econoom, omdat er misschien een verklaring in schuilt van de zogeheten Solow-paradox.
„You can see the computer age everywhere but in the productivity statistics,” Robert Solow, Nobelprijswinnaar economie, constateerde al in 1987 (!) een discrepantie tussen de grote investeringen in informatietechnologie enerzijds en de teruglopende groei van de productiviteit in de economie anderzijds. Deze ‘productiviteitsparadox van het informatietijdperk’ is sindsdien vele malen bevestigd. Het is niet zo dat er helemaal geen productiviteitsgroei is, maar lang niet zoveel als je zou mogen verwachten. Onze informatietechnologie is makkelijk duizend keer krachtiger dan in pakweg 1980, maar de productiviteit van de mensen die ermee werken is hooguit verdubbeld.
Heel veel afleiding
Newport stelde, een jaar of tien geleden al, dat al die informatietechnologie prachtige nieuwe mogelijkheden bood, maar ook heel veel afleiding. Als je die niet wist buiten te sluiten, dan werd je in het beste geval per saldo weinig productiever, en in het slechtste geval kreeg je een burn-out. Dat was voor veel kenniswerkers herkenbaar. En omdat we altijd een quick fix willen, schoten de cursussen ‘digitale detox’ als paddenstoelen uit de grond. Inmiddels weten we dat we te maken hebben met hard- en software die zeer verslavend zijn. Een verantwoord gebruik kun je niet altijd alleen aan het individu overlaten; dat is ook een kwestie van sociale conventies, van zachte afspraken en van harde regels. We hebben niet voor niets sinds kort een smartphoneverbod op scholen - hopelijk wordt telefoonloos vergaderen en dineren ook snel de norm.
In zijn nieuwe boek heeft Newport de ambitie om dieper te graven en stelt hij zich de vraag: ‘Wat produceert een kenniswerker eigenlijk en hoe doet hij dat precies?’ Die vraag blijkt helaas niet in algemene zin te beantwoorden, daarvoor is kenniswerk te divers, maar het valt Newport wel op dat kenniswerkers een groot deel van hun tijd bezig zijn met busyness - ik hoop dat de vertaler er ‘druk doen’ van maakt. Activiteiten die eruit zien als werk, maar niet aanwijsbaar bijdragen aan het product. Pseudo-productiviteit.
Langzame productiviteit
Waarom doen we dat? Omdat we dat zo gewend zijn en niets beters weten, volgens Newport, en dat ben ik wel met hem eens. Of we nu werknemer of freelancer zijn, we hebben een contract voor een aantal uren, en in die uren worden we geacht bezig te zijn. Dat vindt onze baas, dat vindt de maatschappij en dat vinden we zelf eigenlijk ook. Newports antwoord, slow productivity, is een recept voor de kenniswerker om in deze omstandigheden meer voor elkaar te krijgen en niet op te branden: doe minder dingen, doe ze in een natuurlijk tempo en doe ze zo goed mogelijk. Klinkt logisch.
Wat je als werkgever, manager of overheid zou kunnen doen om pseudo-productiviteit te vervangen door langzame, maar echte productiviteit, dat staat niet in het boek. Maar dat lijkt me wel erg de moeite waard om over na te denken.