Een lelieveld in de buurt van Dwingeloo. Gaat de gemeenteraad van Westerveld de sierteelt verder aan banden leggen? Foto: Rens Hooyenga
Het eerste deel van het debat om de impact van de gewasbeschermingsmiddelen in Westerveld te verlagen zit erop. In een strak tempo werd dinsdagavond gediscussieerd door de raad en wethouders. Duidelijk is dat het laatste woord over het onderwerp nog niet is gezegd.
Voor de ene fractie gaat het misschien te ver, voor de ander juist niet ver genoeg. Het grootste compliment van de avond kwam uit de mond van Michiel van de Kasteelen, die vaststelde dat het college de nek heeft uitgestoken voor dit voorstel. „De gemeente is aan zet, omdat hogere overheden het op dit punt laten afweten”, zei Van de Kasteelen.
Het college stelt, naar aanleiding van een unaniem ingediende motie, voor om een sierteeltvrije zone van 50 meter rond huizen, scholen en zorginstellingen in te stellen. Het omgevingsplan moet hiervoor gewijzigd worden. Dit was de wens van de gemeenteraad en aanvullend daarop werd punt 3 toegevoegd: het college wil zich in deze zone alleen richten op sierteelt met een hoog gebruik van middelen.
Het zorgde vooral voor veel vragen en eigen interpretaties van raadsleden. Want wat is precies een hoog gebruik van middelen? Waarom 50 meter en niet 250 meter? Krijgt een project als de Drentse Lelie wél ruimte in de sierteeltvrije zone? Moet recreatie ook niet in het rijtje van huizen, scholen en zorginstellingen worden opgenomen? En, een punt dat meermaals voorbij kwam, moet er niet vooral gewerkt worden aan een bindend convenant met telers?
Billijke afstand
De breedte van de zone kon wethouder Frank Foreman goed uitleggen. „Als college vinden wij dat 50 meter een redelijke, billijke, uitlegbare en juridisch verdedigbare afstand is. Natuurlijk, je kunt hierover politiek van mening verschillen en je kunt er ook juridisch over strijden. Maar op dit moment is de beoordeling van het college dat 50 meter zowel inhoudelijk als juridisch het beste is te onderbouwen.”
Wat dan precies hoog middelengebruik is, dat wil het college nog objectief en onderbouwd vaststellen. „Je moet het beleid kunnen uitleggen zonder juridische scholing, en een rechter moet het kunnen toetsen op een consistente wijze”, aldus Foreman.
Dat laatste is belangrijk, want de wethouder denkt dat de Westerveldse regelgeving van pas gaat komen in de rechtszaal. „Waar nu een rechter zelf in het luchtledige moet afwegen, kan hij straks zeggen: ‘De Raad van Westerveld hééft beleid gemaakt. Dit is de lijn van de gemeente. Dit is de norm.’”
‘Geen project van lange adem’
Mocht de raad volgende week beslissen om een bindend convenant te willen afsluiten met de telers, dan pleit wethouder Foreman er wel voor dit gelijktijdig met de aanpassing van het omgevingsplan af te ronden. Het moet wat hem betreft geen project van lange adem worden. „In de zomer moet duidelijk zijn wat er moet gebeuren”, vindt Foreman.
Het college staat er overigens ook voor open om te kijken of de Drentse Lelie in de wijziging van het omgevingsplan een plek kan krijgen binnen die 50 meter zone. „Dat is wat ons betreft heel goed mogelijk.”
De discussie gaat volgende week verder en daarbij zijn al enkele amendementen en moties in stelling gebracht.