Er is onvoldoende bekend hoe bestrijdingsmiddelen zich verspreiden en hoeveel van die stoffen Natura 2000-gebieden bereiken. Foto: HLB
Er komt dit jaar geen generieke voortoets voor Drentse lelietelers die vergunningplichtig zijn. De voortoets blijkt niet tijdig haalbaar en bevat in juridisch opzicht nogal wat haken en ogen.
Bureau Schuttelaar en partners deed in opdracht van de provincie Drenthe onderzoek naar de haalbaarheid van een voortoets, die de opmaat vormt naar een natuurvergunning voor een lelieteler. De Haagse onderzoekers stelden vast dat deze weg voorlopig een no-go is.
Een van de belangrijkste redenen is dat wetenschappelijke kennis over verspreiding en effecten van gewasbeschermingsmiddelen nog steeds ontbreekt. Onvoldoende duidelijk is hoe bestrijdingsmiddelen zich verspreiden en hoeveel van die stoffen Natura 2000-gebieden bereiken.
Een voortoets moet volledig kunnen steunen op objectieve, wetenschappelijke data, zo stelt Schuttelaar en Partners. Dat is nu niet het geval.
Driftreductie beperken tot 95 procent
In plaats van de voortoets komt de provincie nu met andere voorschriften om de sierteelt in Drenthe te reguleren. De meest concrete is de plicht die de telers opgelegd krijgen om met spuitmachines te gaan werken die een minimale driftreductie hebben van 95 procent.
De verneveling van gewasbeschermingsmiddelen wordt daarmee beperkt. Veel Drentse lelietelers hebben al dergelijke nauwkeurig werkende spuiten aangeschaft, anderen worden daartoe nu gedwongen. De provincie wil deze maatregel al per direct laten ingaan, via een voorbereidingsbesluit. Over enkele weken gaan de eerste leliebollen namelijk alweer de grond in.
De teelt van leliebollen in Drenthe is omstreden vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het gevaar van deze stoffen voor de volksgezondheid. Foto: Marcel Jurian de Jong
Vorig jaar kreeg de provincie ruim driehonderd handhavingsverzoeken voor de verschillende leliepercelen in de provincie. Om de administratieve en juridische processen wat beter te kunnen kanaliseren worden nu alleen nog verzoeken in behandeling genomen als het betrokken lelieperceel zich op minder dan een kilometer van een Natura 2000-gebied bevindt. Daarbuiten wordt het risico voor schade aan de natuur als minimaal beschouwd.
Binnen 250 meter van een Natura 2000-gebied was het al verboden om bloembollen te telen. Boven 250 meter moeten telers aanvullende maatregelen nemen, zoals driftreductie, bufferstroken, verduurzaming en registratie van gebruikte middelen.
Bodemonderzoek
De provincie gaat zelf de bodem in Natura 2000-gebieden onderzoeken op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen uit de sierteelt dan wel landbouw. In maart worden de eerste monsters genomen.
De aanscherping van regels voor de sierteelt moeten nog besproken worden in Provinciale Staten in Drenthe. Politieke partijen in Drenthe vragen al langer om duidelijker regelgeving.
Een uitspraak van de Raad van State in april 2025 heeft bepaald dat lelietelers in Drenthe moeten aantonen dat hun bedrijfsactiviteiten geen significante effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Pas dan kunnen ze een natuurvergunning aanvragen.
Uitzonderingen op de regel zijn telers die een zogeheten bestaand gebruik kunnen aantonen. Dit geldt voor telers die al vele jaren actief zijn op dezelfde percelen.