Koeien in de Drentse natuur nabij Gasteren. Hoe lang nog? Foto: Venema Media
De provincie Drenthe zet de komende jaren zwaar in op natuurherstel en stikstofreductie. Daarbij klinkt het motto vriendelijk: de boer blijft ‘aan het roer’. Maar achter die boodschap schuilt een harde realiteit en veel onzekerheid voor boeren.
De kern van het dinsdag gepresenteerde programma toekomstgericht landelijk gebied Drenthe: de landbouw moet fors minder stikstof uitstoten, want ook Drenthe zit op het ‘stikstofslot’. Huizen kunnen amper nog worden gebouwd en ook boeren lopen vast in hun bedrijfsvoering.
Weinig ruimte
Melkveehouders moeten daarom 30 procent reduceren, met daarbovenop in veel gebieden nog eens 15 tot 30 procent extra. In sommige regio’s kan dat oplopen tot circa 60 procent minder uitstoot richting 2035.
Feitelijk wordt de speelruimte dus strak begrensd. Bedrijven die nu al relatief schoon produceren hebben een voorsprong, terwijl anderen forse stappen moeten zetten. Voor intensieve veehouderij wordt bovendien inzet van de beste beschikbare technieken verplicht. Alternatieven of ruimte voor groei lijken daarmee beperkt.
Twaalf natuurgebieden
Er komt een gebiedsgerichte aanpak rond Natura 2000-gebieden, waarbij de provincie samen met boeren plannen wil maken. Dat hakt er in Drenthe behoorlijk in: deze provincie telt twaalf van dit soort gebieden. Ter vergelijking: Groningen slechts één.
Die aanpak gaat ‘van onderop’, maar er zit een duidelijke stok achter de deur: de opgaven kunnen uiteindelijk ook per bedrijf worden opgelegd. Hoe die gebiedsprocessen precies uitpakken, wie wat moet doen en hoeveel steun daar tegenover staat, is nog onduidelijk.
Die onzekerheid zit door het hele plan heen. Zo is nog lang niet al het benodigde geld beschikbaar en rekent de provincie nadrukkelijk op extra rijksmiddelen.
Ook de juridische haalbaarheid blijft een vraagteken. Er moet eerst aantoonbaar natuurherstel plaatsvinden voordat vergunningverlening weer op gang kan komen. Zelfs als de reductiedoelen worden gehaald, is niet zeker wanneer boeren en andere ondernemers weer ruimte krijgen om te ontwikkelen. De provincie noemt zelf pas medio 2027 als eerste mogelijke moment — en dan nog slechts mondjesmaat.
Natuur
Intussen blijven ook andere dossiers schuren. Voor de akkerbouw zijn er nauwelijks concrete maatregelen voor stikstofreductie, terwijl water- en bodemdoelen al in 2027 gehaald moeten zijn. In sommige gebieden kan landbouw zelfs minder vanzelfsprekend worden, met omschakeling naar extensiever gebruik of natuur als optie — op vrijwillige basis, maar onder druk van gebiedsdoelen.