De nieuwe aanbouw in de vorm van een poppenhuis. Beeld: Sax Architecten
Het Speelgoedmuseum in Roden staat aan de vooravond van een grootse verbouwing. Na jaren plannen maken kan directeur Jantina van der Broek (50) eindelijk doorpakken. Ze kan niet wachten. „Het wordt radicaal anders.”
Wie nu het Speelgoedmuseum aan de Brink bezoekt, komt binnen in het achttiende-eeuwse monumentale deel van het pand en staat direct in de museumwinkel. Die ingang wordt straks verplaatst naar de bestaande aanbouw van begin deze eeuw achter het monumentale stuk, waar nu het museumcafé al zit. De museumwinkel verhuist mee naar de nieuwe entree. De muren krijgen een fris laagje verf.
Het nieuwe museumcafé. Beeld: Perspekt Studio's
Daarachter vastgeplakt komt een geheel nieuw gebouw in – hoe kan het ook anders – de vorm van een poppenhuis. Daarin komt een open depot met stapels speelgoed. Want stoommachientjes en toverlantaarns (dat zijn vroegere filmprojectors) horen niet achter vitrines of verstopt in dozen: „Dat zijn dingen waarvan je gewoon wil laten zien hoe het werkt”, vertelt Van der Broek.
Het achterste pand op het terrein, met de huidige kantoorruimte en het gesloten depot, gaat tegen de vlakte. De binnenplaats met de historische draaimolen wordt straks een vrij toegankelijk speelplein waar iedereen kan komen touwtjespringen, bikkelen en hinkelen.
Miljoenenplan
De plannen kennen een lange aanloop. Toen Van der Broek in 2023 directeur werd, begon ze al met de plannen. Ondanks een smalle beurs trok de gemeente Noordenveld in 2024 de eerste negen ton uit waarmee het museum vast aan de slag kon.
De nieuwe entree buiten. Beeld: Sax Architecten
Vorig jaar werd het voor Van der Broek nog even spannend, want het Speelgoedmuseum had concurrentie van onder meer de herinrichting van het centrum van Peize en de renovatie van zwembad De Hullen. Gelukkig voor Van der Broek had Noordenveld gespaard en kon de gemeente kiezen voor de uitgebreidste verbouwingsvariant van het museum, met een prijskaartje van 3,1 miljoen. „Het museum bestaat al meer dan vijftig jaar en hoort bij Roden. De gemeenteraad wilde het goed doen, dus daar zijn we erg dankbaar voor”, blikt Van der Broek terug.
In de tussentijd had de directeur niet stilgezeten. De vier miljoen van de gemeente is nodig voor de nieuwbouw en renovatie van het oude pand, maar de gemeente betaalt niet voor de inrichting van het gloednieuwe museum. Daarvoor had Van der Broek in de voorbije jaren zelf al een miljoen bij elkaar gesprokkeld via grote landelijke fondsen. „Dat hielp de gemeente wel om over de brug te komen”, zegt ze. „En nu we vier miljoen toegezegd hebben gekregen, helpt dat fondsen weer over de drempel.”
De nieuwe entree bij de winkel. Beeld: Perspekt Studio's
Want ze is nog niet klaar met werven. „De inrichting gaat wel 1,8 miljoen kosten. Dus als ik alles volgens het originele plan wil hebben, dan moet ik nog wel even door”, vertelt ze. „Nu schrappen zou jammer zijn.”
'Het kan zo allemaal niet’
Die miljoenen komen geen dag te laat. Bij binnenkomst door de klemmende voordeur merken bezoekers het direct: het gebouw, bekend als het oude doktershuis ‘het Pietershuys’, heeft zijn beste tijd lang geleden al gehad. „Het is iedere keer wat”, vertelt Van der Broek. „Dan word ik in het weekend weer gebeld dat de stroom is uitgevallen, dan weer dat de verwarming het niet doet.”
Het Speelgoedmuseum voldoet simpelweg niet meer aan de eisen waaraan een werkgever en een geregistreerd museum moeten voldoen. Het historische pand kampt met lekkages, wijkende muren en aflopende vloeren, muren met scheuren en uitsluitend kapotte dakpannen, om maar wat te noemen.
Het nieuwe café en de winkel. Beeld: Perspekt Studio's
En begin vooral niet over duurzaamheid. „Dat is een ramp. We betalen ons scheel aan energiekosten”, zegt de directeur. Zo heeft het pand enkel glas en is de winkel met moeite in deze wintermaanden naar zestien graden te stoken. „Daar wil je je vrijwilligers gewoon niet in laten zitten.” Met andere woorden: „Het kan zo allemaal niet.”
Bovendien liggen in de kleine zoldertjes boven de hoofden van de bezoekers delen van de speelgoedcollectie opgeslagen die slechts te bereiken zijn via wankele vlizotrapjes. De ruimte boven de hal werd geteisterd door schimmel, dus daar staat alleen nog maar plastic van het type onverwoestbaar Fisher-Price. En wist u dat er boven in de monumentale kapschuur, waar de tijdelijke tentoonstelling is, nog oude poppenwagens staan? Van der Broek lacht. „Die vlizotrap durf ik niet eens op.”
Digitale tijdperk
Niet alleen het gebouw maar ook het museum zelf moet naar de huidige tijd worden geüpgraded. Het Speelgoedmuseum heeft 15.000 objecten waarvan het meeste uit de periode tussen 1850 en 1970 komt; nu zoekt het museum naar iconische objecten van de decennia daarna, zoals de Furby’s en de gameboys.
De buitenruimte. Beeld: Sax Architecten
In de tijdelijke tentoonstelling die er sinds het najaar staat kunnen mensen stemmen op speelgoed dat volgens hen een plek in de nieuwe vaste expositie verdient, zoals een poppenservies of een bouwdoos. Die thema’s komen terug in het nieuwe museum. Het speelgoed moet zo logischer worden geordend dan nu, net als de route door het museum.
De bovenverdieping van het oude pand wordt straks ingericht als arcadehal inclusief Pacman-machine. Op de huidige plek van de winkel komt een heuse speeltypemachine a la Willy Wonka. „Hou je van verhalen verzinnen met Lego, of ga je juist liever lekker buiten voetballen? En wat vond je vroeger leuk? Ga dat gewoon weer doen”, vertelt Van der Broek. Het past bij haar nieuwe koers. „Je moet blijven spelen, dat is een eerste levensbehoefte. Dat geldt voor alle generaties.”
Dubbel aantal bezoekers
Van der Broek wil met deze radicale verbouwing naar een verdubbeling van het aantal bezoekers, van 16.000 naar 30.000 uit het hele land. „Dat moet kunnen, want in de jaren negentig zaten we daar ook op”, weet de directeur. En met een wat hogere entree hoopt ze ook op meer budget voor extra personeel, zónder afhankelijk te zijn van de spaarzame potjes cultuurgeld. „We zijn nu best goedkoop met een kaartje van 8 euro voor volwassenen. We willen naar 12,50.”
Maar zover is het nog niet. In januari heeft Van der Broek de plannen aan de buren laten zien, nu volgen de aanbestedingen en vergunningaanvragen. De directeur hoopt dat de bouwvakkers in 2027 los kunnen. „Alles perfect hebben, dat is wel de droom.”
Jantina van der Broek. Foto: Marcel Jurian de Jong