Lamert Kieft döt verslag van de gebeurtenissen in zien woonplaots, argens in Zuudwest-Drenthe. Beeld: Coen Berkhout | Midjourney
Waarals de oude opperwachtmeester Jalving van de plaatsenlijke politie alhier vele jaren al bang voor was, is nu ook uitgekomen, daar er een papieren doch onheilspellende brief van de Korpsleiding bij hem op de mat plofte.
„De Korpsleiding wil hebben dat ook mannelijke plietsies heur de tienagels lakt, uut solidariteit mit de vrouwgies en mietjes bij ’t Korps”, aldus de opper bij ons op de biljartclub in het café De Eveltas alhier. „Hej ’t gloeiende glunige garriet ooit zo zolt evreten?”, aldus hij, „in wat veur wereld lèeve wij toch.”
Voor een goed begrip dient de lezert te weten dat de opper Jalving bijzonder lastige teennagels heeft om te verven, daar deze door aanhoudende en andere ergernissen omtrent het werken bij de politie zeer ernstig verkalkt zijn.
Ook laten deze bijzonder serieuze kalknagels zich slechts moeizaam knippen en de opper hierbij de hulp nodig heeft van de knijptang, seins ook in combinatie met een ijzerzaagje. „Man, gaot toch ies hen de pedicure, of hen de hoefsmid”, meende diens vrouw Geesje Jalving-Jalving, „ie hebt gien nagels aan de tienen, mar schoffels; ie kunt der gloeiende garregie wel onkruud mit wieden en eerappels mit poten”, doch heeft de opper Jalving beslist geen schik van zulke en andere praat, door Geesje Jalving-Jalving aan hem bedreven.
Twee zeer hevige zweetvoeten
Door al deze en soortgelijke ergernissen heeft de oude opper Jalving tot overmaatse ramp ook nog twee zeer hevige zweetvoeten ontwikkeld, zodat eventuele nagellak hem grootkans gelijk weer van de tenen bladderen zal. Als de opper soppend in diens laarzen door het dorp alhier patroellieert, maakt het rapallie dat zij er rap vandoor gaat.
De gevreesde en zeer misdadige spitsgebroeders Geert en Roelof W. waren echter net even te laat, zodat zij geheel bevangen geraakten van de lucht die uit de politielaarzen streeg en dan ook drie dagen ziek te bed gelegen. „Eerlijk waor heur, Roef en ik hebt serieus overwogen de misdaad goeiedag te zeggen en weer oppassende lui te worden. Gien antieke Friesche startklokkies meer”, aldus naderhand Geert W.
Dienstsandalen
„Nou Jalving, ie staot der dommiet gekleurd op”, meende Ibrahiem de Afrikaanse vluchteling bij ons op de biljartclub, „grootkaans reikt ze oe ok nog een paar dienstsandalen uut, zodat alleman die mooie tienagelties van oe kan bewondern! Weej trouwens al wat veur kleur der op oen nagels mut?” en bleek de Korpsleiding een voorkeur voor roze te hebben, doch dit vooralsnog aan de polities zelf overliet.
„Ik zette der even een raampie bij lös, luu”, meende de kastelein Jans-Maria Tissing van het café De Eveltas ondertussen, „Jalving, ik wete niet oj nog plannen hadden even lekker de leerzen uut te trekken under ’t biljarten, mar ik zol zeggen: niet doen, heur. Niet doen asteblieft….”
Schaopenlocht
Willem Zoer de scheper van de Brummelheugt’ alhier en diens trouwe hond Willem II hebt ook behoorlijke zweetvoeten, doch maakt dit beide manlui niet zoveel uit. „Wij zit de hele dag in de locht van de schaopen, ok gien odeklonje, laow mar eerlijk weden, dat wij markt praktisch niks van oenze voeten, heur”, aldus Willem Zoer. (Daar zij ook een vast contract hebt bij de dames van plezier in Huize Harmonika alhier, moeten beide manlui eerst een half uur met de voeten in heet sodawater, voordat zij schik hebben kunt met de dames. LK)
„Asse wij eerder passagieren gongen, smeerden wij der seins ok ’n likkie vaarve an”, aldus de kastelein Jans-Maria Tissing, welke vijftien jaar op de wilde vaart gezeten heeft. „Of vaarve: ’t was meer ’n lagie suker. En niet op de tienagels kan ’k oe vertellen. In Riga, Singapoer, Hongkong...”, aldus hij en enige tijd weemoedig in de verte staarde als gewezen zeeman zijnde.