Still uit een video die gemaakt werd tijdens de laatste dagen van haar leven. |"Bij Sigrid leefde de angst dat ze vergeten zou worden. Maar ik denk nu: meissie, steeds meer mensen leren je kennen.” Foto: Eigen
Sigrid Boer overleed in 2008 op 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. In haar dagboeken die ze jarenlang bijhield, schreef ze de wens om een boek na te laten dat anderen steun kon bieden in moeilijke tijden. Dat is nu werkelijkheid geworden met het boek Uiteindelijk hield ik van mezelf, gebaseerd op haar eigen woorden.
Eind april is het eerste exemplaar uitgereikt door schrijver en co-auteur van het boek, Simon Vuijk, aan Christa Jongkind (70), de moeder van Sigrid. Uiteraard gebeurde dat in Sigrids Garden, het centrum voor leven met en na kanker, in Emmen. Dat centrum is na Sigrids dood opgericht door Christa en Sigrids vader, de vorig jaar overleden Jaap Boer.
Het boek is aan die laatste opgedragen. „Ik mis hem hier nu echt”, vertelt Christa. „We staan hier met ons drietjes”, vult Vuijk aan.
Lang heeft Christa geen idee van het bestaan van de dagboeken. „Na Sigrids dood vond ik een grote doos met een lint eromheen in de kelder van haar woning”, vertelt ze. „Die heeft daarna jarenlang bij mij op zolder gestaan, zonder dat ik er in heb gekeken.”
Na jaren, tijdens een schoonmaak, treft ze de vergeten doos en besluit er eens in te kijken. „Ik dacht dat het oude schoolagenda’s waren, maar het bleken allemaal dagboeken te zijn.” Sigrid had sinds 2000 rond de 200.000 vellen papier volgeschreven.
In mijn hart en ziel
Christa: „Ik heb uiteindelijk alles gelezen. Het was alsof ik haar weer even vast had, via die woorden.” In een van de dagboeken schrijft Sigrid dat ze graag een boek wil schrijven, iets waarmee ze anderen tot steun kan zijn en kan helpen. Een boek waar anderen iets aan hebben, zoals ze zelf schreef. „Toen ik dat las, dacht ik meteen: daar moet ik iets mee. Haar wens zat in mijn hoofd, in mijn hart en in mijn ziel.”
Sigrid was altijd bezig om anderen te helpen, vertelt Christa. Ze zette zich bijvoorbeeld in als vrijwilliger voor asielkinderen en bij een stichting voor nabestaanden van moordslachtoffers. Via een vriendin bij die laatste stichting kwam Christa uiteindelijk in contact met misdaadschrijver Simon Vuijk.
25.000 Sigrids
Vuijk studeerde criminologie en werkte jarenlang als misdaadjournalist. Hij schreef onder meer over de moord op Marianne Vaatstra en de zaak Nicky Verstappen. Schrijven over ziekte en dagboeken was nieuw voor hem.
Maar het heeft meteen wel zijn interesse, vertelt hij. „Ik liep vorig jaar nog door het Wilhelminabos in Dronten, een gedenkbos met ruim 25.000 bomen voor mensen die aan kanker zijn overleden. Er staat er ook een voor Sigrid. Ik besefte toen hoeveel verhalen daar samenkomen, met duizenden levens en net zoveel families. Eigenlijk staan daar 25.000 Sigrids”, zegt hij.
Christa ontvangt uit handen van Simon Vuijk het eerste exemplaar van Uiteindelijk hield ik van mezelf Foto: Richard Broekhuijzen
In haar huid gekropen
Vuijk nam de dagboeken door, maar wist aanvankelijk niet in welke vorm hij het verhaal moest gieten. „Op een gegeven moment besloot ik er een autobiografie van te maken. Alles staat in de ik-vorm opgeschreven. Ik ben haar biograaf, maar de vorm die ik heb gekozen is eigenlijk een autobiografie. Ik ben in haar huid gekropen en schrijf ook hele stukken die niet in haar dagboeken staan, maar die naar mijn overtuiging wel in de geest van Sigrid zijn.”
Zo staat bijvoorbeeld nergens vermeld welke vorm van kanker ze had. Vuijk: „Dat was een bewuste keuze van haar. Ze wilde dat niet weten, omdat daar onvermijdelijk een prognose aan was verbonden. Maar ik vind het essentieel om te vertellen.”
Onder ogen zien
Bij het lezen van de dagboeken ontstond er bij Vuijk een beeld van een jonge vrouw die worstelt met haar ziekte, haar lichaam, haar identiteit en haar plek in de wereld. Ze kampte vanaf haar puberteit met een spierziekte, met onzekerheid, eetproblemen en een ingewikkelde relatie met haar moeder.
Vuijk beschrijft hoe Sigrid haar ziekte gebruikt om die dingen onder ogen te zien. Het boek gaat volgens hem dan ook niet alleen over ziek zijn en kanker. „Maar ook over het leren omgaan met alles wat het leven op je pad brengt.”
Tekenend
Christa kan zich daar bij aansluiten. Toen Sigrid in juni 2008 het slechte nieuws kreeg dat ze terminaal was, belde ze al haar vrienden en vriendinnen bij elkaar. En wat er toen gebeurde, was eigenlijk heel tekenend, vertelt Christa.
„Zij was degene die iedereen opving en troostte. Dat is echt wie zij is. Dat zorgzame, dat zat zo diep in haar. En juist dat stukje, dat ze zo graag wilde voortzetten, wilde ik door laten leven. Anderen iets geven waar ze steun of kracht uit kunnen halen.”
En nergens vind je dat zo sterk terug als in haar woorden, zegt Christa. „Het gaat over omgaan met zware dingen, tegenslag en hoe je daar toch je weg in vindt.”
Simon Vuijk: "Ik ben haar biograaf, maar de vorm die ik heb gekozen is eigenlijk een autobiografie." Foto: DvhN
Alsof ik naar een film zat te kijken
Christa en Sigrid waren waren in zekere zin ook lotgenoten. „Midden jaren negentig heb ik zelf kanker gehad. Sigrid ging daar toen heel wijs, bijna volwassen mee om. In het ziekenhuis, op een moment dat de artsen dachten dat ze mij misschien niet konden redden, kwam ze naast mijn bed staan. Ze pakte mijn hand en zei: mama, als het niet goed afloopt, blijf ik altijd van je houden.”
Toen later de rollen werden omgedraaid, kwam dat keihard binnen. „Op 4 juni 2008 kwam ze samen met haar vader thuis. Ze liep op me af en zei: ‘Mama, ik heb nog maar een paar weken.’ We stonden op en omhelsden elkaar. Het was zo’n groot nieuws, zo overweldigend, dat ik niet eens kon huilen. Voor mijn gevoel was het alsof ik naar een film zat te kijken. Steeds dacht ik dat ik: straks word ik wakker, dit kan niet echt zijn.”
Worsteling
De laatste twee weken van Sigrids leven werden niet gekleurd door door intens verdriet, weet Christa nog. „Er werd veel gelachen, eigenlijk. Zij was op dat moment bijna sterker dan wij, die haar gingen verliezen.”
De grootste verandering in Sigrid zelf zat juist in haar laatste jaren. „Ze werd wat zelfverzekerder. Zo heeft ze lang geworsteld met haar geaardheid. Het duurde even voordat ze kon erkennen dat ze lesbisch was. Daarna werd ze opener en rustiger in wie ze was”, vertelt Christa.
Christa Jongkind en Guy Strijbosch voor Sigrids Garden. Strijdbosch is de voorzitter van het centrum. Foto: DvhN
Teugels in handen
Die toenemende kracht blijkt ook uit hoe Sigrid zelf de teugels in handen nam richting het einde van haar leven. Ze regelde zelf haar uitvaart, koos haar eigen graf en bereidde haar eigen euthanasie voor.
Op 13 juni schrijft ze voor het laatst in haar dagboek. „Ik kan wel blijven typen, maar word alweer erg moe. Ik heb even tijd voor mezelf nodig. En sowieso, ik ga nooit echt weg. We blijven elkaar altijd tegenkomen.” Op 20 juni overlijdt Sigrid.
Angst om vergeten te worden
Sigrids Garden werd na haar dood werd opgericht als een plek waar lotgenoten samen kunnen komen. Aan een dergelijke plek ontbrak het in het noorden. Het is bedoeld als een plek waar mensen troost, kracht en inspiratie vinden die Sigrid zelf bij leven aan anderen gaf. En nu komt er dit boek bij, waarvan de opbrengst van de eerste druk naar het centrum gaat. Christa: „Bij Sigrid leefde de angst dat ze vergeten zou worden. Maar ik denk nu: meissie, steeds meer mensen leren je kennen.”