Op beelden van een beveiligingscamera is de wolf gesignaleerd. Beeld: Timmerfabriek Koekoek BV
Ecoloog Chris Smit van de Rijksuniversiteit Groningen snapt wel dat basisschool ‘t Oelebröd de deuren maandag gesloten hield. „Dankzij de afwachtende overheid ontstaat er veel angst in de samenleving.”
De directie van basisschool ‘t Oelebröd in Ruinen besloot maandagochtend alle leerlingen thuis te houden nadat er een wolf werd gesignaleerd nabij het schoolterrein. Professor ecologie en biologie Chris Smit van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vindt het een overtrokken maar begrijpelijke reactie. „Als je puur naar de gegevens kijkt is een aanval onwaarschijnlijk, maar mensen zijn bang.”
Zoeken naar nieuw leefgebied
Smit vermoedt dat de wolf in Ruinen een jong dier is dat zoekt naar een nieuw territorium. „Dat zie je veel aan het einde van de winter. Dan gaan ze zwerven, soms ook uit voedselgebrek.” Dat er de laatste weken veel wolven zijn doodgereden in Drenthe heeft volgens Smit ook te maken met die zoektocht naar een nieuw leefgebied. „Verkeersongelukken zijn doodsoorzaak nummer één voor wolven in Nederland.”
Hoewel het risico op een aanval dus klein is, begrijpt Smit dat mensen bang zijn voor een wolf die rond een basisschool cirkelt. „We weten dat sommige wolven niet langer mensenschuw zijn. Als daar geen maatregelen tegen worden genomen kan dat gevaarlijk worden. Dit dier in Ruinen hoeft geen probleemwolf te zijn, maar de afwachtende houding van de overheid zorgt voor onzekerheid.”
Overheid aanjager angst
Want de provincie en het Rijk moeten volgens Smit veel stevigere maatregelen nemen. „Bij wolven die te dichtbij komen kan je denken aan afschrikken met een paintballgeweer, maar in het uiterste geval is afschot ook een optie.” Hij is zeer kritisch op de overheid, die volgens hem de voornaamste aanjager is van angst voor de wolf. „Ondanks aandringen vanuit de samenleving en allerlei adviezen blijft het beleid onduidelijk. Het feit dat iedere provincie eigen wolvenbeleid maakt helpt daar niet bij.”
Want we zullen moeten leren samenleven met de wolf, zegt hij. „De wolf gaat niet weg, hoe hard sommige politici ook roepen dat Drenthe wolfvrij gemaakt moet worden.” Met de suggestie dat de wolf weer vertrekt gaat het van kwaad tot erger, meent Smit. „Sommige veehouders hebben geen maatregelen genomen omdat ze geloofden dat dit echt kon, met nog meer aanvallen tot gevolg.”
Daarmee worden de mensen die te maken hebben met de wolf niet geholpen. „Er wordt onderschat hoeveel werk het is voor boeren om wolfwerende rasters te plaatsen, maar vooral ook om die goed te onderhouden. Dat zijn kosten die ruimhartig vergoed moeten worden.”
Draagvlak brokkelt af
Door de politieke stilstand is het draagvlak voor de wolf enorm afgenomen, constateert de wetenschapper met spijt. „Er gebeurt wel wat, maar vijf jaar te laat. Je ziet dat mensen het recht in eigen hand nemen door deze afwachtende houding. Vermoedelijk is er veel meer stroperij op wolven dan wij zien.”
Alleen als de problemen erkend worden en er passende maatregelen genomen worden zal de angst voor de wolf afnemen, denkt Smit. „De wolf gaat hoe dan ook niet weg, maar we zijn niet het eerste land dat met hem samen moet leven. Dat kan gewoon. Het is zaak om de bescherming op orde te krijgen. Daarbij hoort snelle actie bij een probleemwolf.”